Houders personeelsobligaties vrezen bevoordeling banken; Strijd om boedel breekt los

AMSTERDAM, 15 MAART. De strijd om te overleven is verloren. De strijd wordt nu platvloerser: om de boedel van Fokker. En ook nog eens over de schuldvraag en de mogelijke benadeling van obligatiebeleggers ten gunste van de banken. Tot de gedupeerde Fokker-beleggers behoren namelijk zeker enkele honderden werknemers, die met persoonlijke leningen van Fokker obligaties hadden gekocht. De overeenkomst met het vorige industriële debâcle, dat van DAF, is treffend. Daar waren veel van de 5.000 werknemers aandeelhouder toen in 1993 het bankroet werd uitgesproken, maar de helft hield in elk geval zijn baan bij het nieuwe DAF Trucks.

De bewindvoerders Schimmelpenninck, Deterink en Leuftink van Fokker worden nu curatoren. Van brandweermannen, die moesten redden wat er te redden was, worden zij veilingmeesters. Zij moeten de bezittingen van Fokker verkopen. Op afzienbare termijn kunnen de veilingmeesters van bijvoorbeeld Troostwijk, expert in grote faillissementsverkopen, de inventaris van Fokker plus bijbehorende produktiehal voor vliegtuigassemblage bij opbod verkopen.

De curatoren zullen tevens een onderzoek moeten verrichten naar de oorzaken van het debâcle. Dat onderzoek bestrijkt een periode tot drie jaar voor het faillissement. Dat betekent dat de officiële verkoop in 1993 van een controlerend aandelenbelang door de overheid aan de Duitse vliegtuigbouwer DASA nog net in de onderzoekstermijn valt. DASA staakte acht weken geleden de financiering en stuurde Fokker in surseance. Ook dat kan bekeken worden.

Ook de machtsstrijd in 1994 om de strategie van Fokker tussen de bestuurders Nederkoorn en Van Duinen, die beide opstapten, en de rol daarin van de commissarissen, kan aan de orde komen.

Pag.15: Beleggers komen in actie

Het rapport van de curatoren dient als basis voor beoordeling van eventuele aansprakelijkheid voor de ondergang bij (voormalige) bestuurders en commissarissen. Wil een schadeclaim kans van slagen hebben, moet er sprake zijn van wanbeleid. De bewijslast daarvoor is zwaar, zoals vorige week bleek toen het Amsterdamse gerechtshof de managers van het staalkabelbedrijf Verto disculpeerde van het faillissement in 1993.

Onderzoeken nemen tijd. De snelste actie komt van de Vereniging van Effectenbezitters, de VEB. De belangenorganisatie van beleggers wil een vergadering van beleggers in een obligatielening die, naar de hoogte van de rente, de 4,75 procents lening heet. In totaal hebben Nederlandse, Duitse, Zwitserse en Angelsaksiche beleggers nog voor 1,7 miljard gulden obligaties van Fokker. De koers daarvan fluctueert straks tussen de oud papier prijs en de verzamelaarswaarde. Tenzij de beleggers, zoals door obligatiehouders DAF ook wordt geprobeerd, door juridische actie extra geld kunnen incasseren.

“Er komt zeker een vergadering van obligatiebeleggers”, zegt directeur drs. P. de Vries van de VEB. De trustmaatschappij, die deze vergadering moet beleggen, voelt daar echter niets voor. De Vries denkt wel te kunnen doordrukken. De VEB wil weten of de trustmaatschappij die de belangen van de Fokker-beleggers moet behartigen, zijn werk wel heeft gedaan.

De VEB heeft daarover nog een appeltje te schillen. In 1993 probeerde de VEB volledige aflossing van de obligaties te forceren, omdat de zeggenschap bij Fokker in andere handen, die van de Duitse vliegtuigbouwer DASA, was overgegaan. Dat zou geen negatieve gevolgen hebben voor de financiële kracht van Fokker, zei de trustmaatschappij toen.

De VEB wil ook, desnoods door voorlopige getuigenverhoren bij de rechter van Fokker-directeuren, meer inzicht in de geldstromen bij Fokker in de laatste maanden voor de surséance.