Het einde

FOKKER IS FAILLIET. Alle inspanningen van de bewindvoerders, in nauwe samenwerking met het ministerie van Economische Zaken, om het bedrijf in zijn geheel te verkopen, zijn op niets uitgelopen. Geen Chinese interesse, geen Koreaanse optie, geen Canadese Bombardier, geen Zweedse Saab en ook geen Oranje-oplossing met Nederlands durfkapitaal van banken of industriëlen. Belangstelling was er volop voor Fokker, nadat het Duitse moederbedrijf DASA zijn handen ervan had afgetrokken, maar geen enkele financier of ondernemer was bereid risicodragend kapitaal te steken in een zwaar verliesgevend bedrijf met een negatief eigen vermogen.

Niemand verheugt zich als het doek valt voor een onderneming die als een nationale trots gekoesterd is. De schepping van Anthony Fokker, in 1911 begonnen met de Spin boven de Sint Bavokerk in Haarlem, was de oudste nog bestaande vliegtuigbouwer ter wereld. Het einde van Fokker, is zoals topman Van Schaik vanmorgen zei, een dramatische gebeurtenis voor het personeel, voor de Nederlandse en buitenlandse toeleveranciers, voor de Nederlandse overheid. Aan inzet om te proberen het bedrijf te redden heeft het niet ontbroken. Fokker bleef tot het einde toch het geloof in een industriële droom. Maar het was ook een industrieel drama met grote ego's, grote bedragen, grote blunders in het verleden en grote verliezen in het heden.

Met sentimenten valt een bedrijf niet open te houden. Fokker, het zij voor alle duidelijkheid nog eens vastgesteld, maakt een verlies van enkele miljoenen per dag en het verkeert in de paradoxale situatie dat ieder extra verkocht vliegtuig een groter verlies opleverde omdat het onder de produktieprijs verkocht moest worden. De vliegtuigbouw is een uitzonderlijke industriële sector die in alle landen op vormen van overheidssteun kan rekenen. Met als complicerende factoren voor Fokker de overproduktie op de markt voor regionale vliegtuigen, de dollargevoeligheid en de mislukking van de pogingen om Fokker in een Europees vliegtuigconsortium onder te brengen. De Europese concerns hadden geen moeite met de verdwijning van een concurrent. Bovendien liet Daimler Benz, dat grootse plannen met DASA-Fokker had, zijn pretentie schieten om uit te groeien tot een gediversificeerd technologisch-industrieel complex. Daimler heeft zijn verliezen op Fokker genomen.

FAILLISSEMENTEN zijn de geëigende manier om ondernemingen van hun schulden te verlossen en levensvatbare onderdelen een kans te geven door te gaan. Zakelijk gezien was het dan ook verreweg het beste geweest als Fokker al op 22 januari, toen Daimler Benz een streep trok onder de financiering van de verliezen, bankroet zou zijn verklaard. Nu is het boedelkrediet dat de overheid heeft verstrekt om tijd te rekken en een koper te vinden, ook nog verspeeld en hebben de media in beeld en geluid anderhalve maand lang de hoop op overleving van Fokker levend gehouden. Die pathetiek heeft niet geholpen om de inschattingen over de economische kansen van Fokker te vergroten.

Industriebeleid gaat over de versterking van de economische structuur en is daarom niet louter een kwestie van geld pompen in een verliesgevend bedrijf. Het heeft dan ook geen zin om de beschikbare besparingen in Nederland af te zetten tegen de bedragen die voor Fokker nodig zijn. Financiers en ondernemers investeren in activiteiten waarin ze winstgevendheid zien, ze steken geen geld in bodemloze putten. Voor de overheid, die zo'n anderhalf miljard gulden op Fokker moet afschrijven, zou het naar andere maatschappelijke sectoren niet te rechtvaardigen zijn om nog eens megabedragen in het onzekere behoud van ongeveer vijfduizend arbeidsplaatsen te steken.

DE LESSEN VAN Fokker zijn legio. Industrieel steunbeleid staat niet alleen in Nederland, maar in heel West-Europa onder druk. De opkomst van de Aziatische landen, die in het geval van Fokker tot uitdrukking kwam in de belangstelling van Samsung (Zuid-Korea) en Avic (Volksrepubliek China), is een illustratie van de veranderende verhoudingen in de internationale economische betrekkingen. De dramatiek van de ontslagen kan niet verhullen dat geen enkele overnamekandidaat geloofde in de levensvatbaarheid van Fokker. Het was niet alleen een kwestie van tijd (Barings, de Britse zakenbank, ging vorig jaar in een weekeinde bankroet en was een week later ondanks de gecompliceerde financiële administratie overgenomen), maar ook van markt. Dat besef heeft lang, te lang, ontbroken.