Geen crisis maar compleet kermis in Taiwan

TAIPEI, 15 MAART. Wie denkt dat Taiwan als gevolg van de Chinese raketproeven en militaire manoeuvres van de afgelopen dagen een belegerde vesting is en in een ernstige crisis verkeert, heeft het mis. Niet het Chinese wapengekletter veroorzaakt de extra decibellen op dit toch al rumoerige eiland van 36.000 vierkante kilometer met 21 miljoen mensen, maar de gongs, trommels, bekkens en trompetten van de vele eindeloze verkiezingsmanifestaties zijn de bron van het extra lawaai.

Niet officiële aankondigingen van noodinstructies of extra militairen geven de straten een ongewoon aanzien, maar tienduizenden vlaggetjes, affiches en vrachtwagentjes met luidsprekers van de vier kandidaten voor het presidentschap (en de meer dan honderd voor de Nationale Vergadering) hebben de chaotische bevolkingscentra van Taiwan tot complete kermissen gemaakt.

De Chinese en de Engelse taal hebben beide prachtige woordspelingen om de essentie van de historische T-kruising te beschrijven waarop Taiwan staat. Chuan-dan (verkiezingspamfletten) niet dao-dan (raketten) zullen de toekomst van Taiwan bepalen. De Engelse versie hiervan is: niet bullits maar ballots (geen kogels maar stembiljetten).

Niemand vertolkt de superioriteit van democratie over militaire intimidatie welsprekender dan president Lee Teng-hui zelf. Gisteren zei hij tijdens een verkiezingsbijeenkomst op de Pescadores, de eilandengroep bij de zuidwestkust van Taiwan: “Dit zijn de dingen die de Chinese Communisten niet aandurven: politieke liberalisering, vrijheid en democratie. Zij zien vrijheid en democratie in Taiwan en zij zijn doodsbang.”

De verkiezingsbijeenkomsten zijn een combinatie van westerse, chaotische vrijheid en oosterse massadiscipline. Veiligheidsvoorschriften zijn minimaal. Buitenlandse journalisten konden zich vanmorgen bij Lee Teng-hui's hoofdkwartier zonder zich daarvoor te hoeven registreren aansluiten voor een ritje met de verkiezingscaravaan naar Panchiao. De voorgevel van het gebouw was beplakt met een acht verdiepingen groot affiche van Lee (73) en zijn kandidaat voor het vice-presidentschap, Liën Chan (59), de huidige premier.

Hun verkiezingsleuze is Integriteit, dynamiek en het grote project. Dat laatste slaat op de transformatie van Taiwan tot een ultramoderne, democratische samenleving. In Panchiao zaten 2.500 boeren, mannen en vrouwen, allen in uniforme vesten en petten met de namen van Lee en Liën daarop. Een vrouwenorkest speelde de suo-na, de Chinese dreunende, snerpende hobo, die bijna klinkt als een alarmsirene. Mannen sloegen op gongs en grote trommen die veel van het geluid van artillerie weghebben. Jongens dansten de leeuwen- en drakendans. Het was een perfect gesimuleerde schijn-oorlog.

Lee Teng-huis kwam vervolgens binnen met zijn gevolg. Hij is voor een Chinees ongewoon groot. Hij spreekt in het Taiwanees, de taal van de autochtone eilanders, die volstrekt onverstaanbaar is voor vastelanders. Zij wordt ook gesproken in het zuiden van de Chinese kustprovincie Fujian en door een groot deel van de Chinezen in Zuidoost-Azië. Zij weerspiegelt een Zuidchinese handels- en zeecultuur die ingrijpend verschilt van de bureaucratisch-militaristische landcultuur van Noord-China.

Lee verschilt in meer dan één opzicht van zijn Chinese tegenhangers in Peking. Hij is presbyteriaan, diep-religieus en een man van koppige principes en idealen. Tijdens zijn jeugd was Taiwan een Japanse kolonie. Zijn opleiding tot en met de universiteit was in het Japans en het Mandarijn-Chinees, Engels leerde hij pas op latere leeftijd. In 1968 promoveerde hij aan de Cornell Universiteit in New York tot doctor in de landbouweconomie en daaraan hield hij een afspraak over voor een reünie, vorig jaar, die de wereld schokte.

Lee is imposant en charmant. Hij spreekt geïmproviseerd en bespeelt de zaal met anecdotes en spitsvondigheden. Hij was op de bijeenkomst heel laconiek over het aflopen van de Chinese raket-tests vandaag. “Als zij nog 10 of 20 raketten afvuren zijn wij nog niet bang. Toen ik zei dat ik 18 scenario's had om de crisis op te lossen, lachtte iedereen. Nu is het stil. De beurs is vandaag met tachtig punten omhoog gegaan en iedereen heeft weer vertrouwen.” Bescheidenheid is niet Lee's grootste deugd. “Jullie zijn fantastische mensen en jullie moeten een fantastische leider kiezen, een met lef”, zei hij ongegeneerd.

Nu de Chinese Communisten weliswaar doorgaan met militaire manoeuvres maar er aanwijzigingen zijn dat zij ggen echte aanvallen, noch kleine noch grootschalige, zullen uitvoeren, lijkt het erop dat Lee daar meer dan wie dan ook van zal profiteren. Een woordvoerder van het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van defensie, zei gisteren dat “de VS in privé- en officiële gesprekken Chinese verzekeringen heeft ontvangen dat zij geen enkele militaire actie tegen Taiwan zullen ondernemen”. De plaatsvervangend minister van buitenlandse zaken belast met Oost-Azië, Winston Lord, drukte zich iets zwakker uit maar had, net als de autoriteiten op Taiwan, de indruk dat er “geen directe militaire actie tegen Taiwan” zou komen. Premier Li Peng heeft vervolgens tegen het Nationale Volkscongres tot snellere economische ontwikkeling van de provincie Fujian tegenover Taiwan opgeroepen. Taiwanese zakenlieden hebben een beslissende rol in de economische hausse daar gespeeld maar hebben het afgelopen jaar hun investeringsplannen om politieke redenen danig afgeslankt.

Deze nieuwe ontwikkelingen nemen de wind uit de zeilen van twee van Lee's tegenstanders, waarvan er een uit de Kwomintang is gestoten en de andere vrijwillig is uitgetreden. Zij hebben enige munt geslagen uit de crisis met het vasteland in die zin dat zij Lee de schuld gaven van het moedwillig verslechteren van de betrekkingen met Peking. Hoop om te winnen hadden en hebben zij niet, maar hun strategie was erop gericht om de winstmarge van Lee onder de vijftig procent te brengen. Dan zouden zij kunnen zeggen dat Lee geen echt mandaat van de bevolking heeft en dat zij, Lin Yang-kang van de Nieuwe Partij en de onafhankelijke Chen Lu-an, een belangrijke mede-stem in onderhandelingen over de toekomstige betrekkingen met het vasteland zouden moeten hebben.

Zij hebben echter geen echt politiek alternatief. Lee's doodzonde is dat hij door zijn reis naar de VS in juni vorig jaar Taiwans internationale positie wilde versterken. Een woordvoerder van Chen Lu-an, professor Lee Tunghao, zei gisteravond tijdens het campagnevoeren op straat desgevraagd dat hij wel voorstander is van versterking van Taiwans internationale positie, maar dan op een manier die niet tot confrontatie met China leidt. Dat is de bekende vierkante cirkel tekenen. Lin Yang-kang's campagnetoespraken van de afgelopen dagen waren afkeuringen van aanwezigheid van de Amerikaanse vloot in de wateren bij Taiwan “omdat die China verder zouden uitdagen”.

Lee verwijt zijn tegenstanders gebrek aan moed. Als het nu tot een ontspanning in de crisis komt, zal dat hem gedurende de laatste week van de campagne geweldig in de kaart spelen. Hij kan dan roepen dat zijn lef en principes en de Amerikaanse vlootaanwezigheid Taiwan een immense dosis goodwill in de wereld hebben bezorgd en de Communisten een les hebben geleerd.

Taiwans minister van buitenlandse zaken, Frederick Chien, heeft vandaag al in een vraaggesprek met het persagentschap Reuter gezegd dat China zich ernstig misrekend heeft. “Zij zochten een voorwendsel om in actie te komen, hun spierballen te tonen (..) met de boodschap: kijk niet op ons neer, trap niet tegen ons aan. Maar ik denk dat zij het verkeerd aangepakt hebben, want in plaats van indruk te maken hebben zij iedereen, een hele boel landen en leiders tegen zich in her harnas gejaagd.”