Een serie losstaande rampen; Geschiedschrijving in Tolstojs 'Oorlog en vrede'

In 'De pathologie van de veldslag' laat de historicus Eelco Runia zien dat Tolstojs 'Oorlog en vrede' te lezen valt als een polemiek tegen de negentiende-eeuwse geschiedwetenschap. Zijn aanstekelijke analyse is genomineerd voor de Gouden Uil die morgen in de categorie non-fictie wordt uitgereikt.

Eelco Runia: De pathologie van de veldslag. Geschiedenis en geschiedschrijving in Tolstojs Oorlog en vrede. Uitg. Meulenhoff, 260 blz. Prijs ƒ 39,90.

Twee weken geleden wijdde sportcommentator Herman Kuiphof in deze krant een column aan wijlen Helmut Schön. De voormalige coach van het Westduitse voetbaleftal was door tal van in-memoriamschrijvers geprezen als de man die er met een tactische meesterzet voor had gezorgd dat het Oranje van Johan Cruijff de finale van het WK voetbal in 1974 niet had kunnen winnen. Kuiphof vond dat onzin. Volgens hem had Nederland verloren door een combinatie van factoren, die deels niets met voetbal te maken hadden. Zo had de linksbuiten omwille van een sponsorcontract verzwegen dat hij geblesseerd was, leed de aanvoerder onder een roddelcampagne in de Duitse boulevardpers, en waren de overige spelers er zó op gebrand om de Duitsers te vernederen dat ze vergaten om meer dan één doelpunt te maken. Noch de Nederlandse, noch de Duitse trainer had op de heksenketel in München enige invloed kunnen uitoefenen.

Aan Kuiphofs column moest ik denken bij het lezen van De pathologie van de veldslag, het proefschrift van Eelco Runia over 'geschiedenis en geschiedschrijving in Tolstojs Oorlog en vrede'. In zijn boek, dat genomineerd is voor de morgen uit te reiken Gouden Uil voor non-fictie, gaat Runia in op Tolstojs stokpaardje dat de geschiedenis niet bepaald wordt door veldheren of belangrijke politici, maar door toevalligheden. Grote mannen, betoogde Tolstoj in boek 9 van zijn roman over de Russisch-Franse oorlog van 1805-1812, zijn de 'slaven van de geschiedenis'. Bevelen hebben geen invloed op de werkelijkheid, zelfs al zijn ze afkomstig van Napoleon. Bedoelingen leggen het altijd af tegen de omstandigheden.

Tolstojs depreciatie van de captains of history - zijn hoogste lof voor de overwinnaar van Napoleon, maarschalk Koezoetov, was: 'hij verhinderde niets nuttigs en stond niet schadelijks toe' - is onderdeel van een veel bredere geschiedvisie die door Runia in De pathologie van de veldslag wordt geanalyseerd. In vijf samenhangende en deels overlappende artikelen laat de vorig jaar gepromoveerde historicus zien dat Tolstoj in Oorlog en vrede probeert duidelijk te maken wat het voor individuen betekende om direct betrokken te zijn bij de woelige gebeurtenissen van hun tijd. Zijn stelling is dat hun ervaringen lijnrecht verschillen van de ordelijke verhalen die de geschiedschrijvers daar later uit destilleren.

Soaps

'Oorlog en vrede,' schrijft Runia, 'gaat over geschiedenis en geschiedschrijving zoals Don Quichot over ridderlijkheid en ridderromans, en David Lynch's Twin Peaks over 'relaties' en 'soaps' gaat.' Het is niet alleen een literair werk (over de belevenissen van een aantal personages) of een vorm van geschiedschrijving, maar ook een theoretische verhandeling over de vraag waarom historische gebeurtenissen verlopen zoals ze verlopen.

Volgens Tolstoj was er iets fundamenteel mis met de geschiedschrijving van zijn tijd. De historici uit het midden van de negentiende eeuw zagen hun geschiedwerken te veel als literaire composities; ze probeerden verhalen te vertellen met een begin en een eind, gingen ervan uit dat de geschiedenis een ontwikkeling was met een een richting en een doel, en waren (dus) voornamelijk geïnteresseerd in politieke diplomatieke geschiedenis. Voor de historist Leopold von Ranke was de geschiedenis een keten van oorzaak en gevolg, een reeks overzichtelijke schaakpartijen. Dat hij zo het lijden wegpoetste van de duizenden slachtoffers van veldslagen en allianties, hield hem niet bezig.

Tolstoj wel. De romanschrijver en voormalig soldaat in de Krimoorlog laat in Oorlog en vrede zien dat gewone mensen - als je de veelal adellijke personages tenminste zo mag noemen - de geschiedenis natuurlijk niet ervaren als 'kalme ontwikkeling en vreedzame vooruitgang', maar als een serie losstaande rampen. Het jaar 1812 is daarvan de perfecte illustratie: binnen een korte periode overspoelden de Franse troepen het Russische platteland, werden er zinloze maar allesvernietigende veldslagen geleverd, en ging Moskou in vlammen op. De dood kon voor ieder individu op elk moment zomaar komen. Voor Andrej Bolkonski, die fataal gewond raakt bij Borodino; voor Petja Rostov, die gedood wordt bij een guerilla-aanval; voor Platon Karatejev, die omkomt in Franse krijgsgevangenschap; voor de boeren op het gebrandschatte platteland en de duizenden soldaten in Smolensk, Moskou en Borodino.

Provocatie

Het was Tolstojs diepste overtuiging dat de geschiedenis zich niets gelegen liet liggen aan het goede of het waardevolle, en dat historisch succes dus geen bewijs was van (morele) superioriteit. Tegenwoordig mag dat zelfs bij de meest ouderwetse historici als basiskennis gelden, in de negentiende eeuw was het een provocatie, een frontale aanval op de Rankeaanse geschiedwetenschap. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het tussen 1865 en 1868 verschenen Oorlog en vrede als geschiedfilosofisch werk niet serieus genomen werd - hoe enthousiast de critici ook waren over de roman.

In Oorlog en vrede stelde Tolstoj de geschiedenis voor als een opeenvolging van grotendeels onverklaarbare geweldsuitbarstingen, waarvan de veldslag de meest typerende is. Runia onderstreept dat hij het standpunt aanhing 'dat de veldslag - toonbeeld van chaos, brandpunt van contingentie - het historische evenement par excellence is: een geïntensiveerd heden, waar de dood huishoudt zonder aanziens des persoons.' Voor Tolstoj was geschiedenis de 'pathologie van de veldslag'.

Runia's De pathologie van de veldslag is een aanstekelijke analyse van Tolstojs geschiedopvatting, die je zin geeft om Oorlog en vrede te herlezen - dit keer met aandacht voor meer dan wat Tolstoj zelf noemde 'de sentimentele scènes met jongedames, het afgeven op Speranski en al die andere flauwekul.' Daarnaast is het boek ook te lezen als een toegankelijk geschreven introductie tot de geschiedfilosofie van de negentiende eeuw. Runia is op zijn best wanneer hij helder uitlegt en met romanfragmenten illustreert waarin de amateurhistoricus Tolstoj verschilde van zijn professionele tijdgenoten. Kenners van de geschiedenis van de historiografie zullen misschien veel dingen tegenkomen die ze al weten, maar voor Tolstojliefhebbers is De pathologie van de veldslag een boek om snel kennis van te nemen. Al zou Tolstoj zelf daar over mopperen: hij zei altijd dat hij liever zag dat men Oorlog en vrede gretig las dan dat men het met de pen in de hand bestudeerde.