Drugsbeleid niet in verdrag; Patijn: Fransen moeten overlast drugs bewijzen

DEN HAAG, 15 MAART. Staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) vindt dat Frankrijk moet aantonen dat het Nederlandse drugsbeleid in Frankrijk de openbare orde verstoort of de nationale veiligheid in gevaar brengt.

Dat zei Patijn gisteren in het overleg met de Tweede Kamer over de problemen met de uitvoering van het Verdrag van Schengen. Het verdrag moet de personencontrole aan de grenzen tussen de Benelux, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Portugal afschaffen.

Frankrijk heeft de laatste maanden verscheidene keren laten weten dat Nederland het liberale drugsbeleid moet wijzigen voordat de grenscontroles kunnen worden afgeschaft. Patijn zegt officieel van niets te weten. “De officiële communicatie met de Fransen is schaars of blijft achterwege”, aldus Patijn. In officiële onderhandelingen tussen de verdragslanden hebben de Fransen het Nederlandse drugsbeleid nooit als reden genoemd voor hun weigering om 'Schengen' uit te voeren.

Volgens Patijn en de Tweede Kamer kan dat ook niet. Patijn zei dat het Verdrag van Schengen aan de verdragspartners geen verplichtingen oplegt over het te kiezen nationale drugsbeleid. Evenmin vloeit een Europese harmonisatie van het drugsbeleid eruit voort, zei hij. Volgens Patijn is “een meerderheid” van de Schengen-partners het eens met de Nederlandse zienswijze.

Tijdens de onderhandelingen over 'Schengen' wordt de dreiging van het terrorisme, onder meer uit Spanje, als reden voor de vertraging genoemd, zei Patijn. Maar in de pers voeren Franse bewindslieden als Barnier en Juppé het in hun ogen te lakse Nederlandse drugsbeleid als argument aan.

Het Kamerlid De Graaf (D66) wilde van Patijn weten hoe lang hij “de houding van de Fransen accepteert”. “De bewijslast ligt bij de Fransen”, zei de staatssecretaris. “Ik zie niet in hoe een coffeeshop in Amsterdam de openbare orde in Lyon verstoort. Ik kan de binnenlandse problemen van Frankrijk niet oplossen. Zij moeten het initiatief nemen.”

De Graaf noemde de houding van de Fransen “buitengewoon onbetrouwbaar”. “Buiten de vergaderzaal praten ze alleen maar over de Nederlandse drugs, binnen gaat het om het terrorisme. Het wordt tamelijk bizar”, aldus De Graaf. Zijn collega bij het CDA, De Hoop Scheffer, drong er bij Patijn op aan “te proberen een begin van een oplossing” te zoeken. “Nu zegt u dat Frankrijk de bewijslast heeft, morgen zegt Frankrijk weer dat Nederland eerst zijn drugsbeleid moet wijzigen. Zo kan het nog wel even doorgaan.”