Defensie moet opnieuw haar taken herzien

Verkenningsacties door mariniers en commando's worden bij vredesoperaties steeds belangrijker. Bij Defensie gaat men na of bij de herstructurering accenten niet verlegd moeten worden.

DEN HAAG, 15 MAART. Bij de landmacht alleen worden op dit moment 137 van de in totaal 680 herstructureringsplannen tegelijkertijd uitgevoerd. Bij dit grootste krijgsmachtdeel moet het aantal militairen en burgers in vijf jaar tijd worden teruggebracht van 80.000 naar 36.000. Maar halverwege de meest grootscheepse verandering bij Defensie sinds de Tweede Wereldoorlog heeft minister Voorhoeve (Defensie) opdracht gegeven tot nieuwe bezinning. Kunnen de verkleinde en geherstructureerde marine, lucht- en landmacht hun met name humanitaire 'plichten' straks na het jaar 2000 wel goed genoeg aan?

Graag had Voorhoeve een politiek testament afgegeven waarmee de formateur na de verkiezingen in het voorjaar van 1998 aan de slag kan. Maar premier Kok houdt niet zo van politieke testamenten op voorhand. Daarom zal Voorhoeve zijn plannen bij de begroting voor 1998 op Prinsjesdag 1997 presenteren, nog voor alle veranderingen van de Prioriteitennota zijn doorgevoerd.

Zelf noemt hij het een bijstelling van de Prioriteitenota van 12 januari 1993 maar binnen Defensie wordt gevreesd dat nieuwe voornemens weer onrust veroorzaken binnen een organisatie die straks vijf jaar lang meer dan zeshonderd veranderingsprocessen heeft doorgemaakt. Opnieuw zal de landmacht het meest betrokken zijn bij deze heroverweging. Voorhoeve wil dat de ervaringen bij vredesoperaties inclusief Srebrenica, waar de overvallen Nederlanders de moslimbevolking aan haar lot overlieten en meer dan tweeduizend moslimmannen de dood vonden, meetellen bij de nieuwste evaluatie.

In februari kwam de Rekenkamer tot de conclusie dat Defensie geen lessen trekt uit fouten bij vredesoperaties. De evaluatie ontbreekt of laat te wensen over, zo concludeerden de rekenmeesters. De krijgsmachtdelen werken te veel langs elkaar heen.

In de Prioriteitenota stond dat de krijgsmacht twee opdrachten had: de klassieke van landsverdediging en het meedoen aan crisisbeheersingsoperaties. Dat laatste wordt volgens Voorhoeve “bij een uiteenvallende wereldorde” steeds belangrijker. “Wie niets doet begaat de zonde van nalatigheid.”

Nederland wil vier vredestaken tegelijkertijd op zich nemen, maar onlangs vroeg VVD-partijleider Bolkestein of vier taken niet te veel is. Biedt Nederland niet al te gretig personeel voor vredesoperaties aan, willen CDA en VVD in de Tweede Kamer van de minister weten. Voorhoeve is de eerste minister van de troepenleverende landen aan IFOR die zich enkele weken geleden in Busovaca afvroeg of we niet langer dan een jaar in Bosnië moeten blijven. Van Mierlo nam die vraag over.

Voorhoeve gaat er van uit dat Nederland 3.000 mannen en vrouwen tegelijkertijd kan en zou moeten inzetten voor vredestaken. Nederland kan in de toekomst ook vaker kleinere eenheden uitzenden die dan opgenomen worden in een internationale brigade of divisie. Dat is bij de implementatiemacht (IFOR) in Bosnië op dit moment het geval. Nederland werkt daar onder Brits commando.

In de komende maanden zal de Defensiestaf, die na het echec van Srebrenica de centrale regie heeft bij vredesoperaties, en de Directie Algemene Beleidsvoorbereiding (DAB) voorstellen doen over knelpunten bij met name humanitaire acties. Heeft Nederland niet te veel vechteenheden en te weinig specialisten?

Nagegaan moet worden of bij de landmacht de genie niet te veel wordt afgeslankt. Steeds vaker blijkt bij vredesoperaties dat er veel vraag is naar genisten voor herstel van wegen, bruggen en het distributie-apparaat van water, gas en elektriciteit. Naast het opleggen of handhaven van vrede moet herstel volgen dat de bevolking weer vertrouwen geven.

Dat geldt ook voor het ruimen van mijnen. In Cambodja, Angola en Mozambique is dat een groot probleem, evenals in Bosnië, waar drie miljoen mijnen over 40 tot 60 procent van het grondgebied verspreid liggen en nauwelijks in kaart zijn gebracht. Nederland heeft opsporingsteams die overal in de wereld instructies geven aan lokale mijnenruimers. Maar er is groot gebrek aan goed materieel.

Op een recente reis in Finland kreeg minister Voorhoeve een gevechtswagen te zien, waar aan de voorkant een grote metalen rol was gelast. Op die rol zaten kettingen met hamers die in het rondzwiepten om mijnen te detoneren. Maar hoe effectief die trommel was werd niet duidelijk. Bij Defensie wil men nagaan of in samenwerking met de industrie beter materieel voor mijnenruiming kan worden ontwikkeld.

De laatste maanden is gebleken hoe effectief commando's en mariniers zijn bij vredesopleggende acties. In het verleden was er vaak een gebrek aan goede inlichtingen en de verwerking ervan. De vraag voor de toekomst is of die 'geharde' onderdelen die juist voor dit soort activiteiten zijn opgeleid niet vaker moeten worden ingezet. Blijven zij bij de verkleining van het leger wel in voldoende mate beschikbaar?

Waarom komt er geen derde paraat bataljon mariniers? Operaties in Cambodja, Haïti en Bosnië laten zien hoezeer opleiding moet aansluiten bij de eisen van vredesopleggende taken. Ook in de Kamer is herhaaldelijk gevraagd wat een uitbreiding van het Korps Mariniers nog in de weg staat. Altijd was het antwoord dat zo'n uitbreiding binnen de begroting van de Marine moet vallen. Nu de Marine nog steeds rondvaart met zestien fregatten, vier onderzeeërs, vijftien mijnenjagers, twee mijnenvegers en twee bevoorradingsschepen, en nog vliegt met dertien Orions, is er volgens de hoogste leiding, de Admiraliteit, geen mogelijkheid aan de wensen van de mariniers tegemoet te komen. Discussie gesloten.

Tot slot wil Voorhoeve nagaan of het Korps Marechaussee (4.298 mannen en vrouwen) niet moet worden uitgebreid, zowel voor binnenlandse taken (surveillance aan de grenzen voor het tegengaan van drugstransporten, ongewenst drugstoerisme en de komst van illegalen) als voor internationale politietaken. Bij elke vredesoperatie blijkt dat er na militair ingrijpen of toezicht grote behoefte bestaat om een civiel politie-apparaat op te bouwen. Juist in die overgangsfase is de expertise van de marechaussee uiterst belangrijk. Maar aan het Korps wordt op dit moment van verschillende kanten getrokken en die uitbreiding van taken zowel in eigen land als vaak ver daarbuiten eist een groter aantal Korpsleden.

Alle nieuwe aanpassingen moeten worden betaald uit de begroting van 13,6 miljard gulden. Het is de vraag of dat bedrag genoeg is voor de materieeluitgaven voor de genie en voor het ruimen van mijnen, soldij en opleiding voor meer mariniers en marechaussees. Daarnaast wordt voor een overschrijding bij de luchtmacht gevreesd, nu voor het opvoeren van de transportcapaciteit voor maar liefst zes verschillende vliegtuigtypes is gekozen. Die wirwar van keuzes vereist aparte opleidingen, grotere voorraden reserveonderdelen en bovenal grotere uitgaven, maar biedt weinig mogelijkheden voor interoperabiliteit.