De metro als tijdmachine

In de Nederlandse metro's worden de stations aangekondigd door bekende Nederlandse stemmen die op een bandje staan. Er zit een risico in, want loopt het bandje niet synchroon met de trein of worden begin- en eindpunt verwisseld, dan stappen de passagiers bij het verkeerde station uit. Dat is nog nooit gebeurd.

In Amsterdam is de band 'ingesproken' (weer zo'n woord met in: als inhuren, inschatten, inbellen, ik kom erop terug) door Philip Bloemendaal; misschien wel de eerste naoorlogse bekende Nederlandse stem. Mijn geheugen zegt me dat hij lang vóór de televisie het commentaar bij het Polygoon bioscoopjournaal voorlas, toen bij de NTS is gekomen, op zondagmiddag bij het programma Monitor waarna hij zijn vocale carrière tot op de dag van vandaag heeft voortgezet zonder daarbij zijn stem, nuance, dictie sterk te veranderen. Daardoor zijn zijn aankondigingen van de metrostations behalve doelmatig ook gesproken museumstukjes. Het gerucht ging dat hij was vervangen, maar informatie bij het GVB leerde dat zijn stem nog altijd het goede station noemt. “Gelukkig”, zei mijn zegsman. Van zijn geluid gaat een kalmerende invloed uit.

Taal verandert onophoudelijk op alle mogelijke manieren. Men gaat nieuwe woorden gebruiken, sommige verdwijnen weer. Dat wordt allemaal door lexicografen vastgelegd. Maar er is nog meer gaande, moeilijker beschrijfbaar. Zo zijn er woorden waarvan je dacht dat ze in hun onmisbaarheid het eeuwige leven hadden. Nu merk je dat ze in de praktijk van dagelijks spreken op hun retour zijn. Lidwoord hoeft niet altijd meer. Mensen kiezen RABO-bank. Vooral op televisie zie en hoor je dat leiders en voorzitters allemaal beetje als Radovan Karadzic gaan praten. Lidwoord verkommert zodat je je afvraagt of nationale hulpactie voor deur staat. In jaar 2020 zal lidwoord even afwezig zijn als in Slavische talen en waarom niet want ook Russen begrijpen elkaar zonder.

Dan is er de verschuiving van de klemtoon. Jaren geleden is er iemand geweest, waarschijnlijk van de televisie, die gedacht heeft: ik profileer me, ik ga politiek in politiek veranderen. Politieke situatie laat zien dat klemtoon naar voorste lettergrepen verschuift. Waarom? Moeilijk te zeggen. Ik opper dat iemand het initiatief heeft genomen, omdat hij vond dat uit de oorspronkelijke beklemtoning niet genoeg opwinding sprak. De beheerders van de audeovisuele media streven naar het opvoeren van de opwinding. Niet alleen een programma moet met getetter beginnen; ook een zin en in de zin weer zoveel mogelijk woorden. Dat alles houdt weer verband met de kijk- en luisterdichtheid.

Presentators, quizmasters, nieuwslezers, discjockeys, praatprogrammasterren worden er vaak van beschuldigd dat ze van het Algemeen Beschaafd, uitspraak en zinsbouw, een potje maken. Dat mag hier en daar zo zijn, maar zelden vraagt men zich af waarom ze er een potje van maken. Misschien omdat ze niet weten hoe het moet op de gewone manier. Maar het kan ook zijn dat ze de gewone manier niet bruikbaar vinden; dat ze, opgejaagd door de kijkcijfers met de klemtonen gaan husselen. In dat geval liggen de diepste oorzaken van de veranderingen in de drang tot overleven van de publieke omroepen en het streven naar winst van de commerciële. Met andere woorden: langs een omweg wordt de ontwikkeling van de taal geprivatiseerd.

Een poosje geleden heb ik een stukje geschreven over de evolutie in de uitspraak van de e naar i, als in bellen. Jan Blokker heeft Felix Rottenberg als een Urheber van deze trend ontmaskerd. Minsen billen voorzitter. Eerst hoorde je het vooral in de gesprekken tussen hoger opgeleide jongeren maar de laatste tijd betrap ik ook steeds meer ouderen wie er veel aan gelegen is om er nog in alle opzichten bij te horen.

Altijd weer is het de vraag: wanneer is het begonnen en door wie? Iedere generatie heeft de taal veranderd, maar kunt u, lezer van 50, 60, 70, 80 enz. zich nog herinneren wat u er destijds zelf aan hebt gedaan? Ook de taal die Philip Bloemendaal in de metro spreekt, is eens nieuw geweest. Maak eens een ritje van het Centraal naar het Amstelstation en terug. Dat is 1 zone. Wat je om je heen ziet en hoort kan niet eigentijdser, en dan opeens is er even die stem uit de luidspreker die je terugbrengt tot het eerste decennium na de oorlog - als je dat zelf tenminste bewust hebt meegemaakt. Op die ogenblikken is de metro even een tijdmachine.