De kerken hebben de mens verlaten

De derde oecumenische kerkendag zal in 1998 in Kampen worden gehouden. Dat heeft de Nederlandse Raad van kerken deze week bekendgemaakt. Voor het eerst was er zo'n dag in 1989 in Utrecht. Er kwamen toen circa zeventienduizend bezoekers. De tweede keer - met duizend man meer - was de kerkendag in Amersfoort in 1992.

Voor deze toogdag van gelovigen wordt telkens een andere plaats van bijzondere betekenis uitgezocht; vanuit Utrecht begon in de zevende eeuw de kerstening van de Nederlanden, Amersfoort is het centrum van de Nederlandse oecumenische beweging en Kampen heeft niet minder dan twee gereformeerde, theologische universiteiten. De een is gereformeerd-synodaal, de ander is van gereformeerd-vrijgemaakte signatuur. Tussen beide instellingen gaapt een wereld van verschil - ze willen eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, ook al is er sinds kort een begin van samenwerking bij het gebruik van de bibliotheekcollecties.

Uitgerekend uit dit gereformeerde Kampen klinkt sinds vorig jaar een opmerkelijk postmodern theologisch geluid. Het komt van de pastoraaltheoloog dr. D. Tieleman, die sinds 1988 docent praktische theologie aan de Theologische universiteit van de Gereformeerde kerken, de minst orthodoxe van de twee, is. In 1995 schreef hij het boek 'Geloofscrisis als gezichtsbedrog', dat onder predikanten van allerlei kerken heel positief is ontvangen en al bijna aan zijn derde druk toe is.

Tieleman wordt een theologische ziener genoemd. Zelf doet hij daar wat lacherig over. Hij laat zich zo'n predikaat graag aanleunen, want hij meent inderdaad een duidelijke blik op de toekomst te hebben. Zo heeft hij er schoon genoeg van dat kerk en geloof op zo'n slechte voet met de moderne cultuur staan en dat de moderne tijd, als het om de crisis in de kerken gaat, veel te gemakkelijk als de grote boosdoener wordt gezien. Weliswaar zijn er volgens hem veel mensen in grote onzekerheid geraakt over de ingrijpende veranderingen op godsdienstig gebied en is het woord 'crisis' niet van de lucht, maar “veel te gemakkelijk wordt de crisis van kerk en godsdienst vereenzelvigd met een geloofscrisis”.

Voordat Tieleman zijn boek schreef was hij een paar jaar dorpsdominee in Zeeland en vervolgens ruim vijftien jaar studentenpredikant in Groningen. “Nergens is de confrontatie tussen christelijke traditie en moderne rationaliteit zo sterk als aan een universiteit”, zegt hij. “Pas nu de moderne tijd echt een feit is geworden, gaan we inzien dat het verlies en verval van de christelijke traditie niet zo'n ramp was en dat de secularisering niet alleen een vloek maar ook een zegen is. Niet het verval van dé christelijke traditie is aan de orde, maar slechts het verval van een aan een bepaalde tijd en aan een bepaalde cultuur gebonden vorm daarvan. We zijn voorbij aan een christelijk geloof met een strikte geloofsleer waar theologen zoveel ruzie over konden maken. Nu gaat het om een ander, om een relationeel waarheidsbegrip. Om wat we als waar kunnen beleven of als waar kunnen bevestigen en waarover je dan ook gelukkig niet ter verantwoording geroepen kunt worden.”

Uit Tielemans boek blijkt dat hij van mening is dat de postmoderne cultuur volop kansen biedt om tot een nieuw verstaan van zichzelf en van de menselijkheid te komen. De kerk kan zich dan oefenen in een open, communicatieve aanwezigheid in de samenleving en in de cultuur. Als de christelijke traditie zou opgaan in de moderne cultuur, betekent dat volgens Tieleman beslist niet haar ondergang. “Het christelijk geloof wordt niet bedreigd door de moderne rationaliteit”, meent hij, “maar door de afwijzing daarvan.” Volgens hem is het niet zo dat de mensen de kerken, maar dat de kerken de mensen verlaten hebben. “Maar er is nog toekomst. Kerken zouden niet gesloopt hoeven worden als ze ingrijpend verbouwd zouden kunnen worden tot die open en veelzinnige ruimte waarin mondige mensen hun weg naar subjectwording kunnen zoeken.”