De coup van Blankert

Het is zo'n bericht waar je even naar staart. Choreografe Beppie Blankert, lees ik, kiest met haar Dansers Studio voor een nieuwe opzet. In plaats van zij alleen, gaat een raad van nog drie andere choreografen en zijzelf de artistieke koers van de Studio bepalen. De democratie wordt binnengehaald, het 'tot nu toe gevoerde beleid' zal 'fundamenteel worden omgebogen'. De koerswijziging gaat overigens wel meer geld kosten.

Van het bericht, gebaseerd op de beleidsnota van Blankert c.s. ten behoeve van het nieuwe Kunstenplan, gaan de gedachten razendsnel terug naar 1992, toen het huidige Kunstenplan zijn beslag kreeg. De Raad voor de Kunst had voorgesteld een zogenoemd 'dansersplatform' op te richten, ter bundeling van de krachten van de met reden kwetsbaar geachte moderne dans. Er was zelfs geld voor gereserveerd. Middelen die, naar men vreesde, zonder de nieuwe organisatie, versnipperd zouden raken en door de subsidiënt gemakkelijk weer zouden kunnen worden afgepakt. Een verzameling individuen is nu eenmaal zwakker dan een instantie.

Het was helemaal geen slecht plan, maar de danswereld voelde zich gepatroniseerd en liep er tegen te hoop, Beppie Blankert voorop. Toen het idee van de Raad voor de Kunst in twee termijnen definitief om zeep werd geholpen, bleef het ministerie met een zak geld zitten. Maar dat was geen probleem: Blankert had namelijk zelf een plan en geen geld. Ze wilde ook een soort platform. Met haarzelf aan het hoofd.

Haar coup slaagde: ze kreeg bij gebrek aan alternatieven het voordeel van de twijfel en haar loyale medestrijders hadden het nakijken.

Van alle nobele voornemens is niets terecht gekomen, al suggereert Blankerts nieuwe beleidsnota het tegendeel. Zelf bracht ze in vier jaar tijd één grote en één kleine produktie uit en de overige op de lijst die zij nu publiceert zijn slechts coprodukties van collega's die zelf projectsubsidies inbrachten. Ze zouden ook zonder Blankert tot stand zijn gekomen. Bovendien was het voorrecht om met de Dansers Studio samen te werken voorbehouden aan een exclusief gezelschapje en was de samenwerking eenmalig.

Er heerst grote onvrede en daarom belooft Blankert nu beterschap.

Haar vrome belofte moet niet gehonoreerd worden. Dat zij ruimschoots kansen heeft gehad en haar choreografisch werk van twijfelachtige kwaliteit is, is daarvoor niet eens de belangrijkste reden. Veel belangrijker is, dat de constructie van de Dansers Studio - oud of nieuw - principieel onjuist is. Het is een onzinnige gedachte één choreograaf geld te geven in de hoop dat die zo vriendelijk zal zijn het met anderen te delen.

Wat er moet komen is een in artistiek opzicht neutraal 'danscentrum', een puur facilitair bedrijf met een zakelijke directeur aan het hoofd. Het bedrijf krijgt de beschikking over faciliteiten en studio's, verzorgt voor iedereen toegankelijke lessen, de verkoop van de produkties en de publiciteit en sluit de contracten met de medewerkenden. Alle choreografen kunnen er in principe terecht en juist ook degenen die een projectsubsidie meebrengen.

Die zijn immers al beoordeeld door het Fonds voor de Podiumkunsten, door gemeentelijke kunstraden of door de commissies van andere fondsen en die hoeven niet nog eens gekeurd te worden door nota bene een collega. Die collega hoort, net als zij en de subsidie op basis van prestaties in het verleden te verdienen en niet op basis van in het vooruitzicht gesteld altruïsme. Zo is het geregeld in dit land en zo is het goed. Nu dat danscentrum nog.