Bundesbank bezorgd over vertrek kapitaal

BONN, 15 MAART. “Met sprongen” zijn in 1995 de Duitse investeringen in het buitenland gegroeid, namelijk tot een record van 50 miljard mark. Daarentegen beliepen de buitenlandse investeringen in Duitsland maar 17 miljard. Daaruit blijkt dat de bezorgdheid over het behoud van werkgelegenheid op zijn plaats is.

Dit schrijft de Bundesbank in haar vandaag gepubliceerde maandrapport over maart. Volgens de Duitse centrale bank is het nadelig saldo van 37 miljard overigens niet alleen toe te schrijven aan de hoge produktiekosten (premies, belastingen en CAO-hoogte) of de overmaat aan regels en voorschriften in de Bondsrepubliek. Zij merkt op dat veel Duitse exportbedrijven ook bij wijze van marktstrategie naar het buitenland gaan met hun investeringen en produkties. Namelijk om de risico's van de dure D-mark te omzeilen én dichter bij hun klanten op exportmarkten te komen. Dat doen vooral de auto- en de chemische industrie en de banken. In dat verband constateert de bank dat 80 procent van de Duitse investeringen in het buitenland in Noord-Amerika of het gebied van de Europese Unie (vooral Frankrijk en Groot-Brittannië) zijn gedaan. Naar nieuw-geindustrialiseerde landen (die in Azië bijvoorbeeld) ging maar tien, naar ontwikkelingslanden zes procent.

Hoewel volgens de Bundesbank de handel met het buitenland “moeilijker” is geworden door de internationale waardestijging van de mark en de hoge kosten in eigen land heeft de Duitse export het er in 1995 in het algemeen toch goed afgebracht. Die export steeg “opmerkelijk”, namelijk met 5,4 procent tot een waarde van 727,6 miljard mark. De Bundesbank noemt dat mede opmerkelijk omdat juist de export naar Zuid-Europa (Spanje plus 16 procent) en Groot-Brittannië bovengemiddeld groeide, hoewel de munt in die landen minder waard werd.

De export naar landen met een eveneens harde munt als Oostenrijk en de Benelux stagneerde daarentegen. De export naar Oost-Europa groeide met 7,5 procent, dat wil zeggen: tot een omvang die voor het eerst even groot was als de Duitse uitvoer naar de VS. Het terugvallen van de Duitse binnenlandse conjunctuur is veel beter te zien bij de invoer, die met slechts 2,4 procent steeg tot een waarde van 634,2 miljard. Vooral Oosteuropese landen, inclusief de staten die vroeger tot de Sovjet-Unie behoorden, profiteerden van valutavoordelen met een exportplus naar Duitsland van 22,5 procent, aldus de Bundesbank.

De centrale bank, wier Zentralbankrat gisteren in zijn tweewekelijkse zitting haar rentetarieven onveranderd liet, is door kanselier Helmut Kohl krachtig in bescherming genomen tegen kritiek van de oppositie en van “toekomstminister” Jürgen Rüttgers (CDU, wetenschappelijk onderzoek). De 44-jarige Rüttgers, een politieke ontdekking en doorgaans ook een beschermeling van de kanselier, had bij de opening van de computer- en telecomexpositie CeBIT in Hannover het zijns inziens te voorzichtige rentebeleid van de Bundesbank scherp gekritiseerd als schadelijk voor werkgelegenheid, wetenschappelijk onderzoek en technologische innovatie. Kohl gaf Rüttgers gisteren een duwtje door te zeggen dat hij met zijn kritiek slechts “een persoonlijke ministeriële mening” had uitgesproken.

De kanselier sprak gisteren in München met ondernemersvertegenwoordigers die de afgelopen maanden steeds kritischer oordelen over het afwachtende Duitse regeringsbeleid jegens de verslechterende economie. Onder hen: Klaus Murmann (werkgeversvoorzitter) en Hans-Olaf Henkel (Duits industrieel verbond, BDI). Kohl bezwoer hen deel te blijven nemen in het geplande Bondgenootschap voor werk, dat gericht is op kostenbeheersing en halvering van de werkloosheid in het jaar 2000. Hij waarschuwde voor “zwartkijkerij” en onderstreepte dat de Duitse regering en de meeste economische instituten voor de tweede helft van dit jaar conjunctureel herstel verwachten.