'Belgrado belooft mee te werken met het Haagse VN-tribunaal'

BELGRADO, 15 MAART. Joegoslavië heeft het in Den Haag gevestigde VN-tribunaal voor de vervolging van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië zijn medewerking toegezegd. Dat zei gisteren de plaatsvervangende openbare aanklager bij het Hof, Graham Blewitt, na een bezoek aan Belgrado.

Blewitt noemde het bezoek “zeer succesvol”. Het had, zei hij, “zeer positieve resultaten” opgeleverd. Hij sprak van “een nieuw begin” in de samenwerking tussen het Hof en de Joegoslavische autoriteiten. Belgrado heeft tot dusverre geweigerd het Hof te erkennen en ook geen blijk gegeven van medewerking op het gebied van de opsporing en uitlevering van mensen die van oorlogsmisdaden worden verdacht. Maar Blewitt zei gisteren dat zijn gesprekken met de autoriteiten in Belgrado hem hebben overtuigd dat er “een keerpunt” is bereikt. Het Hof opent binnenkort een kantoor in Belgrado, zei hij.

Een van de punten van gesprek was in Belgrado de door het Hof gewenste uitlevering van twee voormalige soldaten van het leger van de Bosnische Serviërs die betrokken zijn geweest bij de massamoord op moslims uit Srebrenica, in juli vorig jaar. De twee, Drazen Erdemovic en Radoslav Kremenovic, werden begin maart in Novi Sad gearresteerd toen ze op weg waren naar Den Haag, met de bedoeling er te getuigen over de massamoord. Erdemovic zei de dag voor zijn aanhouding in een gesprek met Franse journalisten dat hij zelf heeft deelgenomen aan de moord op twaalfhonderd moslims uit Srebrenica.

Blewitt zei gisteren te verwachten dat de twee “binnen enkele weken” worden uitgeleverd. Maar hij moest toegeven dat de autoriteiten in Belgrado geen harde garanties hebben gegeven dat de twee naar Den Haag worden gestuurd.

Generaal Ratko Mladic, opperbevelhebber van de Bosnische Serviërs, heeft gisteren in een gesprek met Servische journalisten gezegd dat het Haagse tribunaal hem nooit te pakken krijgt. Mladic staat op een lijst van het Hof van vermoedelijke oorlogsmisdadigers. Hij zei dat men in Den Haag moet beseffen “dat ik duur ben en dat ik word beschermd door mijn eerlijkheid”. Bovendien, aldus Mladic, geniet hij de bescherming van zijn volk. Dinsdag zei Mladic dat de Bosnische Serviërs tijdens de oorlog in Bosnië “niet één oorlogsmisdaad hebben gepleegd”. (AP)