Albada Jelgersma's avontuur op riant Château Giscours

Achter de publiciteit rond wijnfraude bij het Château Giscours in de Franse Bordeaux-streek schuilt volgens de Nederlandse eigenaren van het wijngoed meer dan alleen maar een journalistieke blunder van de Franse pers.Eric Albada Jelgersma en zijn vrouw Marie-Louise, die vorig jaar een meerderheidsbelang verwierven in de wijnproduktie van Château Giscours, vragen zich hardop af of het hier gaat om politieke machtspelletjes op hoog niveau, om valse streken van jaloerse wijnboeren uit de omgeving, of gewoon om gemene zaken van de mede-eigenaren van het Château, de familie Tari.

LAREN, 15 MAART. Komt het bericht over de wijnfraude uit de koker van politieke stromingen die minister-president Juppé proberen zwart te maken en daarom kwaad spreken van de commerciële directeur van het château, Theodor Mostermans, hulp-burgemeester van Bordeaux en dus politieke vriend van Juppé die behalve minister-president van Frankrijk ook eerste burger van Bordeaux is?

Of is het bericht over de fraude ingegeven door jaloerse wijnboeren die Albada Jelgersma verwijten dat hij de hulp-burgemeester heeft binnengehaald omdat deze alle wijnbelangen in de gemeente vertegenwoordigt? Of hebben leden van de familie Tari er de hand in, de familie die het kasteel al bijna vijftig jaar in haar bezit heeft maar zich nu, geheel tegen haar zin, sinds een klein jaar geconfronteerd ziet met een Nederlandse meerderheids-aandeelhouder?

Het echtpaar Albada Jelgersma heeft duidelijke vermoedens wie er achter de 'lastercampagne' in de Franse pers zit. Maar echt hard maken kan het die vermoedens niet. Vast staat wel voor Albada Jelgersma dat het bericht in de Canard Enchainé van eergisteren een zeperd is. Hij heeft zelf de autoriteiten geïnformeerd toen hij er lucht van kreeg dat wijn op zijn Château niet helemaal volgens de regels werd geproduceerd.

De directeur die verantwoordelijk was voor de onregelmatigheden is niet meer op het Château werkzaam. En uit het onderzoek dat de autoriteiten hebben ingesteld is inmiddels klip en klaar gebleken dat er niets aan de hand is met de gewraakte wijn, aldus de Nederlandse ondernemer, beter bekend als eigenaar van levensmiddelen groothandel Unigro.

Het begon als een mooie droom voor het Hollandse ondernemers-echtpaar: Een eigen gerenommeerd wijnkasteel in Frankrijk waar ze op hun oude dag samen van de natuur en wijncultuur zouden kunnen genieten. Een Château van Margaux en Haut Medocs, van wijnen die al indertijd aan het hof van Lodewijk XIV werden geschonken.

“Erik heeft altijd in de grutten gezeten en daar vind ik niets aan”, aldus mevrouw Albada Jelgersma. “Mijn kinderen zijn nu uit huis. Ik ben niet iemand die genoegen neemt met alleen maar bridge en dergelijke. Het Château is onze droom, eindelijk iets van Erik waar ik me ook voor kan inzetten. Erik is algemeen directeur, PDG.

Ik ben voorzitter van de raad van commissarissen, onze twee zonen zitten ook in de raad.'' Maar de droom dreigt om te slaan in een nachtmerrie. Het bericht in de Canard Enchainé van gisteren is de zoveelste domper in een lange reeks verwikkelingen rond Château Giscours waarin de Albada Jelgersma's verstrikt zijn geraakt.

Thuis in hun riante Gooise villa, in de studeerkamer van meneer, nam het echtpaar gisteravond de tijd om de zaak uit te leggen. De verjaardag van Erik, hij werd gisteren 57 jaar, moest daarvoor eventjes wijken. Negatieve publiciteit kan Albada Jelgersma's wijn niet hebben. “Het is toch verschrikkelijk die kop boven dat artikel in de krant: 'Ondernemer van wijnfraude verdacht'. Hoe moeten we straks de mensen onder ogen komen?”, roept mevrouw Albada Jelgersma vertwijfeld. “Dan lezen ze die kop en dan denken ze: er is weer eens wat mis met Erik.”

“Weet U”, voegt haar man er aan toe, “onze Margaux zijn van zeer goede kwaliteit. Bij de opening van l'Europe gisteren werd ze geschonken. Martin Schröder (van Martin Air -red) heeft al laten weten het binnenkort op zijn 65ste verjaardagsfeest te willen drinken. En prins Bernhard is er een fervent liefhebber van.”

De betrokkenheid van de Albada Jelgersma's bij Château Giscours dateert van vorig jaar. Mevrouw Albada Jelgersma legt uit: “We werden door een Amerikaanse vriend Forbes op een gegeven moment opgebeld.

Of we niet interesse hadden in een Château in Frankrijk. Forbes speelde vaak polo op het kasteel. Nou, we gingen toen toch naar Italië, dus zijn we op de terugweg even langs Giscours gereden. Prachtig. Maar we werden wel opgewacht door de advocaten van de familie.''

De familie Tari, Pied-Noirs die het kasteel sinds 1947 in handen hebben, bleek onderling slaande ruzie te hebben over het kasteel en moest bovendien weinig hebben van de Albada Jelgersma's. De familie bleek niet langer in staat de exploitatie van de wijnproduktie te kunnen dragen.

Er was een bewindvoerder aangesteld die een gegadigde zocht voor de verkoop van het 51 procents belang van zoon Pierre in de maatschappij die de wijnproduktie op het kasteel exploiteert, een produktie die de laatste jaren schromelijk was verwaarloosd.

“Wijn interesseerde hen niet”, vertelt mevrouw Albada Jelgersma over de familie. “Ze zijn gek op polo. Zo hebben ze er ook al hun geld doorheen gejaagd.” Ze toont een glossy folder van het kasteel, uitgegeven in het kader van een prijsvraag voor architecten ten behoeve van de renovatie van het kasteel, en wijst op de vele afbeeldingen en foto's van polospelers. “Alles, alles was bij hen polo. Ze hadden jaren helemaal niets aan het onderhoud gedaan.”

Op Valentijnsdag vorig jaar kregen de Albada Jelgersma's het nieuws te horen dat de bewindvoerder hun de aankoop gunde. Op 1 april werd de transactie getekend. Voor 16 miljoen Franse francs verwierven ze het meerderheidsbelang van Pierre Tari. Later investeerden ze nog eens 70 miljoen francs waardoor hun aandeel in de exploitatie maatschappij opliep tot 87,5 procent. Binnenkort volgt een tweede grote kapitaalsuitbreiding.

De maatschappij die het kasteel, de 140 hectare wijngaarden en de meer dan 500 hectare bossen, parken, moerassen en polovelden in eigendom heeft, blijft voorlopig in handen van de familie Tari. Maar de Albada Jelgersma's houden er ernstig rekening dat ze uiteindelijk ook dit eigendom in handen krijgen. “Door de hoge verervinslasten komt dat eigendom waarschijnlijk vanzelf naar ons toedrijven. En De Oude (vader Nicolas Tari - red.) begint dat nu ook in te zien”, constateert mevrouw Albada Jelgersma.

Het ontvangst van het Nederlands echtpaar op het kasteel was meer dan koel. Mevrouw Albada Jelgersma rekent voor dat ze aanvankelijk met meer dan acht advocaten werden geconfronteerd. De vader, de moeder, de dochter, de zoon plus de vrouw van de zoon hadden elk twee raadslieden om hun onderlinge vetes uit te vechten, maar ook om de hun onwelgevallige opkopers op afstand te houden.

“Je had hen moeten zien toen we daar voor het eerst aankwamen. 'Des Barbares du Nord', zag je hen denken. Erik heeft meteen aan de andere leden van de familie aangeboden ook hen uit te kopen. Maar die wilden niet. Inmiddels is hen duidelijk geworden dat we het echt goed menen, dat we er wat moois van maken. En nu denken ze: goh, die Hollanders zijn zo slecht nog niet.”

Albada Jelgersma investeerde vorig jaar 3 miljoen francs in de verbetering van de wijnproduktie en zal er dit jaar nog eens 10 miljoen tegenaan gooien. Hij heeft een snel en resoluut einde gemaakt aan de Franse losbandigheid op het Château. “Eric heeft meteen gezegd: polo schaffen we af, het is prima dat het er is, maar niet op koste van het Château.”

Ook maakte Albada Jelgersma korte metten met de gaandeweg ingeslopen gewoonte van de Tari's om de wijn niet via de geëigende traditionele kanalen te verkopen, via de wijnmakelaars en wijnhandelaren, maar gewoon direct aan eigen klanten.

Bovendien zette de Nederlandse ondernemer orde op zaken in de 'organisatorische puinhoop' bij de wijnproduktie op het Château. “Het was een wankelend schip zonder kapitein, iedereen deed maar”, vertelt zijn vrouw. “Erik heeft toen duidelijk gemaakt dat hij controle wenste. Heel erg op zijn Hollands heeft hij het management weer opgezet.”

De Albada Jelgersma's haalden verschillende experts binnen om de kwaliteit van de wijnproduktie weer op niveau te krijgen. (Het Château levert jaarlijks een kleine miljoen flessen wijn, Margaux en Haut Medocs.) Zo komt de bekende wijnprofessor Pascal Ribereau-Gayon nu regelmatig naar het château en volgt het echtpaar zelf colleges in de Vinification aan de universiteit van Bordeaux.

Zo wisten ze de als kenner bekendstaande Jean Michel Ferrandez naar hun kasteel te halen. Ferrandez kwam al snel met het idee de Haut Medoc niet langer in dure tonnen te laten rijpen, maar in grote metalen ruimtes, herinnert mevrouw Albada Jelgersma zich. Door houten duigen van de tonnen in de wijn te hangen zou je dezelfde kwaliteit als tonnetjes wijn krijgen.

Maar Albada Jelgersma kreeg er vorige maand lucht van dat een dergelijke methode in strijd is met de regels in zijn wijnstreek. Hij spoedde zich spoorslags naar de Franse inspectiedienst (Direction de la Concurrence de la Consomation et de la Repression des Fraudes), samen met zijn advocaat, en vervolgens, met de inspecteurs, naar zijn châteaux. De duigen heeft hij uit de reservoirs gehaald. De Medoc is inmiddels goed gekeurd, ('met onze Margaux is nooit iets mis geweest'). En Ferrandez heeft Château Giscours verlaten.

Ook haalde Albada Jelgersma Theodor Mostermans binnen, en met hem de geruchten dat hij Mostermans alleen maar bij Château Giscours heeft aangesteld omdat deze hulp-burgemeester van Bordeaux is die alle wijnbelangen in de gemeente vertegenwoordigt.

“Peter Swinkels van Bavaria vroeg ons vorig jaar of Theodor Mostermans - één van de zonen van de dertig jaar geleden met de fiets in Frankrijk aangekomen Herman Mostermans - niet iets voor ons kasteel was. Peter Swinkels heeft zelf de andere zoon van Mostermans in zijn bedrijf”, vertelt mevrouw Albada Jelgersma. “Theodor is nu commercieel directeur, en hij is toevallig ook nog hulp-burgemeester van Bordeau.”

Het hulp-burgemeesterschap van de commerciële directeur heeft nu tot allerlei politieke speculaties geleid. Het Château zou in opspraak zijn geraakt om zo de toch al veel geplaagde minister-president Juppé verder in diskrediet te brengen.

“Ze willen Juppé, die al eerder negatief in het nieuws kwam omdat hij een goedkoop appartementje in Parijs had, verder in opspraak brengen door een relatie van Juppé-Mostermans, in opspraak te brengen”, meent meneer Albada Jelgersma.

De Albada Jelgersma's zitten nu zo'n twee à drie dagen per week op hun château. Met de familie spreken ze niet of nauwelijks. Alleen met Pierre Tari van wie ze het aandeel hebben gekocht. En met diens 91-jarige vader Nicolas Tari, ondanks het juridische geschil dat de Albada Jelgersma's met hem hebben over de hoogte van de pacht, een geschil dat ze hebben geërfd van Pierre Tari die al sinds 1991 geen pacht meer aan zijn vader betaalde voor het gebruik van de wijngronden.

Het echtpaar Albada Jelgersma verblijft overigens niet in het kasteel zelf - daar woont Nicolas Tari nog - maar in de omgebouwde stallen. “Een schattig huisje, waar we wat meubels van Ikea in hebben gezet en waar we ons zeer thuis voelen. Als De Oude dood gaat mogen wij in het kasteel. Maar of we dat ook zullen doen weet ik niet. Dat hangt van Erik af, en ik ben nou eenmaal met een avonturier getrouwd.”