Afscheid van de vrije jongens

Vandaag neemt J. van den Nieuwenhuyzen afscheid van 'zijn' Begemann. Daarmee trekt de laatste van de 'vrije jongens' zich terug uit het licht van de schijnwerpers van de publiciteit. De nieuwe ondernemers die in de tachtiger jaren fortuin maakten, trokken zich niets aan van de gevestigde orde. “Jullie weten nog geen tien procent van wat er toen gebeurd is.”

'Kun je mijn naam weglaten?', vraagt A.J.H. Jongbloed, de gewezen directievoorzitter van Staal Bankiers. “Ik probeer tegenwoordig uit de publiciteit te blijven.” Jongbloed was een van de spraakmakende financiers en ondernemers uit de jaren tachtig, een groepje movers en shakers dat furore maakte, geld als water verdiende en hardhandig in aanraking kwam met de (in)formele regels en het vaderlandse establishment. De laatste 'tachtiger', bedrijvenopkoper J. van den Nieuwenhuyzen, neemt vandaag op een aandeelhoudersvergadering officieel afscheid van 'zijn' Begemann.

Toen Van den Nieuwehuyzen zich in 1986 over Begemann ontfermde was er al uitstel van betaling aangevraagd en kon Joep, zoals hij graag wilde dat iedereen hem noemde, het bedrijfje kopen door een bedrag van twee miljoen gulden contant op tafel te leggen. In 1990 was Begemann - op het hoogtepunt van zijn glorie - een wijd vertakt conglomeraat van bedrijven dat op de Amsterdamse effectenbeurs zo'n 800 miljoen gulden waard was.

Van den Nieuwenhuyzen was in alle opzichten de meest spraakmakende van een generatie nieuwe ondernemers - opkopers werden zij door het establishment smalend genoemd - die in de jaren tachtig opeens in de schijnwerpers kwamen. Ze kochten aan de lopende band bedrijven (Van den Nieuwenhuyzen meer dan honderd stuks), ze excelleerden in gewaagde financiële transacties en ze waren kind aan huis bij de Amsterdamse effectenbeurs waar zij op eén dag de vermogens verdienden waarvoor andere ondernemers generaties hadden moeten zwoegen.

De vrije jongens lieten zich niet kooien of kisten door de (in)formele regels van het zakelijk establishment en botsten dan ook regelmatig met de effectenbeurs, met toezichthouders als De Nederlandsche Bank of met boze aandeelhouders, zoals de belangenorganisatie Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Later bleek dat bijvoorbeeld Van den Nieuwenhuyzen moedwillig de beurskoers van een onderneming waarin hij investeerde, het wankelende automatiseringsbedrijf HCS, had gemanipuleerd. “Jullie van de media weten nog geen tien procent van wat er toen allemaal gebeurd is”, liet een topbankier zich onlangs op een receptie ontvallen.

De 'tachtigers' genoten met volle teugen van de maatschappelijke kentering aan het begin vande jaren tachtig, de tijden van no nonsense politiek, met oud-ondernemer R. Lubbers als minister-president. Ondernemen was niet alleen zaken doen, het was ook gewoon leuk.

Ton Jongbloed maakte van Staal Bankiers, een klein Haags bankje dat Anton Dreesmann ooit had overgenomen als nieuwe financiele supermarkt voor zijn Vroom & Dreesmann warenhuizen, een zeer winstgevende luis in de pels van het bankwezen. Hij was een van de kopstukken in een fotoserie in deze krant over de tachtigers, afgebeeld met een been op een voetstuk.

Jongbloed mocht de bankiers graag jennen over hun onderlinge prijsafspraken en kartelregeltjes. Hij testte de grenzen van de Nederlandse effectenregels door in 1988 mee te doen aan een ongebruikelijk bod van een anoniem buitenlands bedrijf op de regionale krantenuitgever Audet, die al een fusie met het kranten- en tijdschriftenconcern VNU was aangegaan. De beurswereld was in rep en roer en Jongbloed sleepte de beurs - officieel een vereniging waar Staal Bankiers lid van was - zelfs voor de rechter om zijn gelijk te halen. “Zij zouden de beurs onder staatstoezicht moeten plaatsen”, riep hij woedend, maar de rechter besliste anders en stelde Staal Bankiers in het ongelijk. Toch verdiende Staal een aardig bedrag aan de overnamestrijd om Audet, want VNU verhoogde het bod op de aandelen van de regionale uitgever. En van die aandelen had Staal er de nodige in handen.

De troika J. Wolters, J. Schaberg en J. Rosen Jacobson kocht - onder de naam Wolters Schaberg - zo ongeveer alles wat los en vast zat en door reorganisaties weer winstgevend kon worden: de bijna vergane snoepwinkels van Jamin, orgelfabriek Eminent, maar ook het warenhuis Ter Meulen, ijzergieterijen en uitzendbureaus. Zij controleerden drie beursgenoteerde bedrijven: Schuttersveld (industrië toelevering en handel), Goudsmit (detailhandel) en de Koninklijke Delftsche Aardewerkfabriek De Porceleyne Fles (anno 1653).

In de automatisering kon het grote geld verdiend worden. Willem Smit begon het softwarebedrijf Datex en toen hij drie kwart van de aandelen naar de effectenbeurs bracht, kreeg hij bijna 75 miljoen gulden op zijn bankrekening gestort. Als de computermiljonair King William haalde hij - tot zijn eigen afgrijzen - de cover van Elsevier. Hij resideerde in het Hilton, omringd door objecten en schilderijen van de Cobra Groep en een lijfwacht. Aan de muur hing een foto van de ondernemer en prins Bernhard.

In dit milieu spraken de routiniers niet van een ton, maar van een tonnetje, en hun stamkroeg, de bar van het Amsterdamse Hilton Hotel, was barretje Hilton. Adri Strating, directeur/eigenaar van het gelijknamige effectenkantoor dat als een van de grootmachten op de beursvloer te boek stond, zei ooit tegen Vrij Nederland:“Ik vind het eigenlijk zonde dat zo'n bar en zijn bezoekers niet gewoon tegen journalisten beschermd worden, als monument.”

Bij de jacht op deals en bedrijven wisten de tachtigers elkaar moeiteloos te vinden. Jongbloed financierde met Staal Bankiers bijvoorbeeld de overname van de Jamin-winkels door Wolters Schaberg. Strating, Smit en enkele andere gefortuneerde beleggers hadden hun eigen investeringsgroep: Courtier. Strating was de handelaar op de beursvloer waar de nieuwe rijken graag zaken mee deden, al was de afloop soms onfortuinlijk.

Zo kocht Strating in 1987 een pakket aandelen van Datex voor rekening van Smit, toen nog president-directeur van het systeemhuis. Strating had beursfunctionarissen tevoren gevraagd of de aankoop tegen de nieuwe regels was om handel met voorkennis te bestrijden. Dat zat wel snor, werd hem verzekerd. Toch sloeg de Amsterdamse effectenbeurs alarm: Smit had de beursregels wel overtreden. De eerste Nederlandse voorkennis-affaire leek geboren. In een wolk van publiciteit trad Smit af als president-directeur van Datex. Omdat beurshandel met voorkennis toen wettelijk nog niet strafbaar was, lokte een particuliere belegger met de VEB een proefproces uit tegen Smit. De rechter wees alle beschuldigingen van de hand. De tycoon eiste via zijn advocaat excuses van de beurs, maar kreeg ze niet. Effectenhandelaar Strating kreeg wel een briefje met verontschuldigingen.

Wie barretje Hilton te mondain vond, kon zich aansluiten bij de meest exclusieve beleggingsstudieclub van Nederland: de Noro beleggersgroep in Zeist. Daar zwaaide John Fentener van Vlissingen, een van de drie broers uit de ondernemersdynastie van het familiebedrijf SHV, de scepter. Noro was de perfecte samensmeling van het traditionele geld, dat soms al in de achtiende eeuw verdiend was, en de vermogens van nieuwe rijken, die hun bedrijf hadden verkocht en nog te jong waren of het te saai vonden om het geld maar op een spaarrekening bij een bank te zetten. Noro investeerde de vermogens in vastgoed en in aandelen van kansrijke bedrijven. Ondernemend beleggen, dat was vanwege het verwachte hoge rendement voor aandeelhouders, wel zo interessant.

De echte toppers hadden zoveel geld, dat zij een één persoons Noro groep waren, zoals J. van Oosterom en J. Mol, de grondleggers van de Volmac Software Groep, die vele honderden miljoenen gulden verdienden aan de beursgang van hun bedrijf. Volmac was een van de eerste bedrijven met een aandelenoptieplan voor het personeel. Door de opties om te zetten in aandelen, die steeds meer waard werden, bracht een schare medewerkers het en passant tot Volmac-miljonairs. De timing van de beursgang was perfect: nadien waren de winsten nooit meer zo hoog als toen de oprichters nog aan het roer stonden. Daarna ging Van Oosterom in beleggingen (via zijn Antilliaanse holding Kastanje Plantage) en bleef hij schakers steunen, Mol ging in kunst.

Absolute topper onder de automatiseringsmiljonairs was Jan Kuijten, voormalig consultant bij McKinsey en voormalig speculant in Amsterdamse grachtenpandjes. Hij nam begin jaren tachtig aandelenbelangen in computerbedrijfjes waar toen nog niemand van had gehoord. Hij verdiende tientallen miljoenen guldens met de beursintroductie van Tulip, producent van computers, waarvan hij een grote aandeelhouder was. Het klapstuk was de formatie van HCS Technology, een samenraapsel van automatiseringsbedrijven, dat Kuijten in 1986 naar de Amsterdamse beurs bracht. Aan de beursgang en de daaropvolgende verkoop van grote pakketten aandelen verdiende hij naar schatting 250 miljoen gulden.

Vanuit een paar kamers in het Utrechtse kantorencomplex La Vie bestierde Kuijten zijn financiële belangen. Zijn succesverhaal leest als een aaneenschakeling van grof geld verdienen en rechtszaken van beleggers die zich gedupeerd voelen. Kuijten verkocht zijn laatste pakket aandelen in HCS aan levensmiddelenmiljonair E. Albeda Jelgersma, ongeveer negen maanden voordat HCS in onoverkomenlijke financiële problemen terecht kwam.

Zijn stunt met HCS zou hij niet meer herhalen. Hij probeerde nog wat met een bundeling van wat beursgenoteerde participatiemaatschappijtjes, die uiteindelijk meer lucht bleken te bevatten dan profijtelijke investeringen. Toen hij deze holdings opdoekte en twee beleggers daartegen protesteerden en dreigden met schadeprocedures kocht Kuijten hen gewoon af. Hij pakte letterlijk zijn boeltje bij elkaar en verhuisde naar België. Af en toen werd Kuijten nog wel in Utrecht gesignaleerd, genietend van een eenvoudige nassi maaltijd bij een afhaalchinees onder La Vie. Hij bezit nog een keten van computer cash & carry winkels. “Ik denk dat hij weinig anders doet dan zijn centen tellen”, zegt een zakenrelatie.

Een geruisloze aftocht à la Kuijten was niet de stiel van de tachtigers. De Noro groep werd het toneel van een slepend conflict tussen een deel van de beleggers en Fentener van Vlissingen, die hem belangenverstrengeling verweten. Een geheim rapport dat brisante informatie zou bevatten, werd op last van de rechter openbaar gemaakt, maar de beleggers lieten het er verder bij zitten en de Noro Groep werd in feite opgeheven en ontbonden.

Wolters Schaberg bestaat inmiddels alleen nog uit Wolters. Schaberg vertrok het eerst en sloot zich aanbij de Club van Schier, een groepje ondernemers, wetenschappers en journalisten die zinden op een nieuwe politieke stroming.

Strating verkocht zijn effectenkantoor in twee etappes aan de Nationale Investeringsbank en stopte met het vak toen hij 55 was. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en hij is opnieuw actief geworden in het effectenbedrijf, nu als eigenaar van Gestion, een kleine commissionair in een lommerrijke laan in Amsterdam-Zuid.

Zijn oude kompaan Smit woont in België, heeft zijn vennootschappen op de Antillen zitten, en houdt kantoor in Amsterdam, op een steenworp afstand van het Concertgebouw. Ook hij probeerde een terugkeer na zijn gedwongen vertrek bij Datex. De beursintroductie van zijn computerbedrijf Newtron eindigde in een fiasco en zorgde - indirect - voor een van de meest spraakmakende affaires in de financiële sector: vermeende belangenverstrengeling in de top van de toenmalige NMB. Het kostte verschillende bankiers hun carrière, maar de affaire ging uit als een nachtkaars.

Vorig jaar verkocht Smit zijn aandelenbelang in Ordina, een automatiseringsbedrijf dat de activiteiten van Newtron voortzette. Een van zijn laatste investeringen is een jachthaven in IJmuiden, waarvoor de animo nog niet zo groot is. Dezer dagen ging een van zijn beleggingsmaatschappijtjes zelfs failliet: een rekening van de aannemer bleek niet betaald. Zijn advocaat is tegen het faillissement in hoger beroep gegaan, maar het geld (“bij lange na geen miljoen gulden, maar meer dan een paar duizend”, zegt de curator) is nog niet betaald.

Van den Nieuwenhuyzen ging strijdend ten onder. Na vijf jaar kwam vorige week 'zijn' HCS-voorkennis affaire eindelijk tot een conclusie: vrijspraak. Hij verlaat Begemann en gaat verder als industrieel ondernemer en eigenaar van de duikbootwerf RDM Technology.

Jongbloed kwam op spectaculaire wijze in botsing met de Nederlandsche Bank naar aanleiding van een serie organisatorische problemen, waaronder geheime gegevens over andere banken die door toedoen van een ex-medewerker van de centrale bank bij Staal Bankiers terecht waren gekomen. Hij moest, met een gouden handdruk, het veld ruimen. Staal kwam in financiële problemen, maar werd gered door Vendex. Jongbloed probeerde het vervolgens opnieuw met een eigen beleggingsfonds, dat gouden bergen beloofde dankzij het gebruik van een innovatief beleggingsmodel. Het model realiseerde niet de winsten die de beleggers verwacht hadden, het fonds werd overgenomen en Jongbloed moest het veld ruimen. Hij belegt nog steeds, maar alleen voor zichzelf, familie en vrienden. “Wij hebben allemaal leergeld betaald. Als je je kop boven het maaiveld uitsteekt, gaat 'ie eraf.”