Winstontwikkeling geeft beeld van een metro die bij elke halte stopt; 'Groeipauze' zit uitgevers dwars

AMSTERDAM, 14 MAART. Reed Elsevier en Wolters Kluwer staan op de effectenbeurs al jaren garant voor winstgrafieken met rechte lijnen naar boven. De twee uitgevers zijn de lievelingen van handelaren en beleggers die hun financiële prestaties altijd met stijle koersstijgingen hebben beloond.

In dat beeld komt dit jaar verandering. Zowel Reed Elsevier als Wolters Kluwer zullen in 1996 hun resultaten niet zo sterk zien groeien als voorgaande jaren. Bij Wolters zal de netto winst zelfs niet veel hoger uitkomen dan de 452 miljoen gulden die in 1995 werd geboekt. Reed Elsevier verwacht een “lichte” daling van de groei die afgelopen jaar nog 22 procent bedroeg naar een dikke 1,1 miljard gulden.

De oorzaak van de 'groeipauzes' is voor beide bedrijven eender: het overnamebeleid. Begin dit jaar kocht Wolters Kluwer de Amerikaanse juridische uitgever CCH voor een ongekend bedrag van ruim 3 miljard gulden. Om dat te kunnen financieren is dit jaar een pas op de plaats nodig zoals bestuursvoorzitter C. Brakel eerder aangekondigde. Maar nu al zegt Wolters in de jaren daarna, tussen 1997 en 1999 weer een gemiddelde jaarlijkse groei van 15 procent te verwachten.

Waar Wolters even adem haalt vanwege een grote overname, moet Reed Elsevier hetzelfde doen omdat het Brits-Nederlandse concern een grote overname dit jaar juist ontbeert. Het concern heeft vorig jaar een groot deel van zijn op de publieksmarkt gericht activiteiten verkocht, waaronder de Dagbladunie - uitgever van NRC HANDELSBLAD en Algemeen Dagblad. Die activiteiten brachten te weinig geld in het laatje, maar altijd nog meer dan de rente die Reed Elsevier nu krijgt omdat de opbrengst van de verkoop bij banken op deposito staat. Een grote overname zit er dit jaar niet in, eenvoudig omdat ze niet voor het oprapen liggen.

En daar zit em de kneep. De verwerkingssnelheid van overnames door Wolters en Elsevier is zo hoog geworden, dat de winstgroei wel het aanzien moet krijgen van een metro die bij elke halte stopt.

Tot enkele jaren geleden konden de uitgevers hun rimpelloze strategie uitvoeren door minder rendabele bedrijven af te stoten en rendabele, of rendabel te maken, bedrijven aan te kopen. De concerns legden zich daarbij steeds verder toe op uitgaven voor de professionele markten waar hoge marges te behalen zijn.

Maar dat proces gaat steeds sneller en de overnames worden steeds groter. Twee jaar geleden kocht Reed Elsevier de marginaal renderende Amerikaanse electronische-databank Lexis-Nexis voor een slordige 2,5 miljard gulden. Het nieuwe management is er afgelopen jaar al in geslaagd het bedrijfsresultaat met 50 procent op te krikken waardoor de Amerikaanse dochter behoorlijk bijdraagt aan de groei van Reed Elsevier. Wolters Kluwer verwacht bij haar CCH een vergelijkbare krachttoer uit te halen als ze zegt dat het groeitempo binnen een jaar al weer kan worden opgepakt.

Tot dusver is het goed gegaan, maar het groter worden van overnames brengt grotere financiële risico's met zich mee. Bovendien zullen die overnames zich waarschijnlijk voornamelijk in de hoek van de elektronische uitgaves bevinden. Zo toonde bestuursvoorzitter H. Brugging van Elsevier vanmorgen in een interview met in het Financiëele Dagblad interesse in de Amerikaanse elektronische informatieleverancier Bloomberg.

En daarmee begeven de Nederlandse uitgevers zich steeds dieper in een onzekere multimediale wereld die van hypes aan elkaar hangt. Oud-bestuurder van Wolters Kluwer Ververs zei daarover vorig jaar dat de consument er nog van overtuigd moet worden dat hij voor elektronische informatie moet betalen.