Wethouder houdt Luxor dicht bij zich

Zes architekten dingen naar het nieuwe Luxor Theater, op een prachtlocatie in Rotterdam. Alleen met de selectieprocedure is het vreemd gesteld.

De kleur rood en uitgaan zullen wel voor eeuwig met elkaar geassocieerd blijven. De zes ontwerpen voor het nieuwe Luxor Theater op de Kop van Zuid in Rotterdam, die tot 29 maart zijn te bezichtigen in de Centrale Bibliotheek, bevestigen het eeuwige verbond tussen rood en het ontspannen feestgevoel. De vrijwel gesloten gevels van Borek Sípek's theater zijn van rode steen en rood pleisterwerk. Niet fel rood, maar donker, opgegraven rood dat evenals het monumentale uiterlijk de geest van het oude Egyptische tempeloord moet oproepen.

In de platte 'sandwich'-opbouw van het theater van Kees Christiaanse zijn de foyers op de verschillende verdiepingen herkenbaar aan een overheersende, rode gevelband in een verder zwarte stapeling van rechthoekige vormen. Peter Wilson, van het architectenbureau Bolles+Wilson, laat het monochroom rode auditorium in zijn ontwerp weerspiegelen in twee van de vier façades en ook het constructivistische brugdeel en het enorme zebrapad, beide bepalende onderdelen van de toegangspartij, zijn rood. Om het feestelijke karakter van zijn theater aan te geven heeft Jan Hoogstad de dichter-criticus Jan Greshoff in de arm genomen. Het transparante Luxor Theater van Hoogstad zal zich 's avonds vertonen als 'een zee van purperrode vlammen'.

Alleen Herman Hertzberger en Rem Koolhaas zijn in hun ontwerpen terughoudend met de kleur van het feest. Dat wil niet zeggen dat in hun eventuele Luxor Theater straks geen rood te vinden zal zijn. Zeker bij Hertzberger kan deze kleur in het interieur nauwelijks ontbreken. Naast zijn plan voor een zwartwitte kubus waaruit delen zijn weggenomen zodat de inhoud als toneeltoren en zaalvolume zichtbaar worden, heeft hij foto's opgehangen van de warm roodstralende foyer-vleugel van het eveneens door hem ontworpen Chassé Theater in Breda.

Veel beter dan de ontwerptekeningen zijn de maquettes in staat om aan te geven hoe de zes architecten zich het nieuw te bouwen amusementstheater voorstellen. Over de plek zijn allen lovend: op de zuidzijde van de Wilhelminapier, aan het water van de Rijnhaven en aan de voet van de Erasmusbrug van Ben van Berkel, de brug die nu al het sierlijke symbool is van de spectaculaire stedebouwkundige ontplooiïng van de historisch 'verkeerde kant' van Rotterdam.

De opdracht aan de zes architecten behelsde een 'planstudie' voor een theater voor grootschalige musical- en operaprodukties met vijftienhonderd zitplaatsen. De bouw- en inrichtingskosten zijn gesteld op 55 miljoen gulden. Planstudies geven een indruk van de verschijningsvorm van een gebouw, van de ligging van de verschillende onderdelen zoals in dit geval de zaal, de toneeltoren, de foyers, de entreegebieden en de bij zo'n groot en modern theater omvangrijke voorzieningen voor het laden en lossen van decorstukken. Ook de stedebouwkundige positie van het gebouw hoort in een planstudie te zijn aangegeven. Dit alles lijkt heel wat, maar veel meer dan een kennismaking met het beeld en een oppervlakkige indruk van de ruimtelijke organisatie valt aan een planstudie niet te ontlenen.

De vrijstaande ligging als een scharnier tussen Wilhelminahof met het belastingkantoor, en de rechtbank en de Wilhelminapier is voor Peter Wilson reden geweest om een gebouw te ontwerpen met vier zoveel mogelijk gelijkwaardige gevels. De theaters van Hertzberger en Christiaanse lijken eenzelfde ambitie te vertonen, maar in beide ontwerpen wijkt zeker één van de vier zijden af, de westzijde, waardoor toch een soort achtergevel ontstaat. Jan Hoogstad koos voor een zaal in een doos met een geraffineerde voile. De transparante huls is één groot projectiescherm en zorgt voor het contact tussen de foyers en de buitenwereld. Het theatrale trappenhuis als van de Parijse Opera Garnier heeft bij Hoogstad plaats gemaakt voor een 'téléphérique', een dubbele roltrap in de vorm van een spiraal die onophoudelijk in beweging is.

De discrepantie tussen woord en beeld is een euvel dat aan al deze presentaties kleeft. In hun, overigens bescheiden, toelichtingen beweren de architecten van alles en nog wat maar over de functie en het effect van alle oplossingen en uitvindingen, blijven na bestudering van modellen en summiere tekeningen alleen maar raadsels over. Dat kan ook niet anders, want een planstudie graaft niet diep. Daarom maakt het Luxor Theater van Rem Koolhaas zo'n sterke indruk. Het bordes, de foyer, de zaal en het balkon zijn in één grote krulbeweging gevangen; een betonnen golf die tegen een robuuste, hoekige theaterfabriek aanloopt en op de plaats waar zij elkaar raken de toneelopening forceert. Het is een opwindend gebaar dat Rotterdam, na de Erasmusbrug, weer een nieuw intrigerend beeld zou kunnen opleveren. Maar die vorm alleen is natuurlijk onvoldoende grond om het Luxor Theater aan Koolhaas te gunnen.

Ten behoeve van de uiteindelijke selectie heeft de Rotterdamse wethouder van ruimtelijke ordening en kunstzaken, Hans Kombrink, een jury samengesteld die bestaat uit wethouder H. Meijer (stadsvernieuwing en volkshuisvesting), R. Bakker (lid van het 'Quality Team' Kop van Zuid en voormalig directeur van de dienst stedebouw en volkshuisvesting Rotterdam), C. Weeda (hoofd kunstzaken Bestuursdienst Rotterdam); J. Schrijnen (hoofd ruimtelijke ordening); C. Alons (directeur van de Rotterdamse Schouwburg) en R. Wiegman (directeur van het Luxor Theater). Tot voorzitter van de jury heeft wethouder Kombrink zichzelf benoemd.

Dit gezelschap, dat nagenoeg geheel uit ambtelijke onderdanen van de jury-voorzitter bestaat, zal uit de zes schetsontwerpen een keuze maken en daarover aan het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam advies uitbrengen. Vervolgens zal het college op 12 april aanstaande de winnaar bekend maken en opdracht geven voor een definitief ontwerp voor het Luxor Theater.

Morgen organiseert de Rotterdamse Kunststichting in Zaal De Unie een openbare discussie over de uitkomsten van de meervoudige opdracht. Maar misschien moet in de Unie eerst een andere discussie worden gevoerd, over de vraag waarom in een cultureel zwaarwegende kwestie als het nieuwe Luxor Theater geen onafhankelijke jury is aangetrokken. En of het niet hoogst onverantwoordelijk is dat de jury nu uitsluitend zichzelf adviseert.