Wat wil de struisvogel? De onstuitbare exploitatie van een exotische loopvogel

Het vlees is mals en mager. Van de huid zijn fijne lederwaren te maken en van de veren boa's, dusters en toneelkleding. Ze leveren olie en lenzen, en van de poten zouden lustopwekkers te maken zijn. Bovendien zijn ze goedkoper in het onderhoud dan de koe. Volgens de farmhouders staan de Nederlandse weiden over twintig jaar vol met struisvogels.

Ze lopen sneller dan een luipaard en hun eieren wegen een kilo. Een zo'n ei is goed voor vierentwintig omeletten. Wie het hard wil koken moet geduld opbrengen, want dat duurt anderhalf uur. In Europa worden struisvogeleieren echter nauwelijks gegeten. Wel wordt het vlees van struisvogels steeds populairder, want het is minder vet dan kippenvlees. Het smaakt en oogt als biefstuk, mals, rood en sappig met een knapperig bruin randje. Van oudsher worden struisvogels voor de slacht gehouden in Afrika en Australië, maar sinds kort hebben ook veel Israelische, Canadese en Europese boeren in plaats van koeien of kippen deze exotische loopvogels op hun land.

De allereerste struisvogel die in de zeventiende eeuw uit Afrika naar de Lage Landen kwam was een cadeautje van een Marokkaanse prins voor een van Amsterdams eerste burgers. Heel Amsterdam stroomde zijn huis uit om het merkwaardige beest met de lange hals en het kleine hoofdje te zien. De vogel overleefde de optocht niet: hij had de spijkertjes waarmee de straatjongens hem bekogelden doorgeslikt.

“Struisvogels vertonen inderdaad een soort ekstergedrag”, vertelt Fred van der Horst, secretaris van de Nederlandse Organisatie voor Struisvogelhouders. “Ze pikken naar alles wat glimt; knopen, brillen en horloges. Maar het zijn hele vriendelijke dieren, die het heerlijk vinden om over hun nek geaaid te worden. Alleen als het vrouwtje eieren legt, wil de mannelijke vogel weleens agressief gedrag vertonen. Als hij achter je aan komt, kun je je maar het beste plat op de grond laten vallen. Dan gaat hij hoogstens even bovenop je staan.”

Struisvogelvlees zou wel eens het 'vlees van de toekomst' kunnen worden. De biefstuk, de carpaccio en de gerookte filet van de struisvogel duiken steeds vaker op op de menukaarten van Nederlandse restaurants en op de schappen van Nederlandse supermarkten. Poelier Jeroen Mooiman, die het vlees levert aan het in struisvogelvlees gespecialiseerde restaurant de Hanningshof in Ussulo, signaleert het laatste jaar een groeiende belangstelling: “Eindelijk is er weer eens vlees waar smaak aan zit, en je kunt er alle kanten mee op.” Kok Alfons Eefting van de Hannigshof beaamt dat. Hij dient het vlees op met een paddestoelensaus, met sinaasappelsaus of met zachte groente als courgette en peultjes. “Onze klanten vinden het heerlijk. Het is diep donkerrood vlees met een perfecte smaak, zowel gegrild als gevuld. Ik heb ook weleens geëxperimenteerd met krokodil, springbok en kangaroe maar dat sloeg veel minder goed aan. Blijkbaar is dat veel mensen te exotisch.” In Nederlandse restaurants kost een struisvogelbiefstuk rond de veertig gulden. Bij de poelier kost een kilo steak ƒ 25,- en een kilo filet ƒ 32,50.

Ook struisvogelleer, dat zacht is en een patroontje heeft omdat er ooit veren in staken, wordt steeds populairder. Modehuizen als Gucci en Louis Fuiton gebruiken het voor kleding en tassen. De huid van een vogel is goed voor drie paar cowboylaarzen of een grote damestas. De veren worden gebruikt in de auto-industrie omdat zij een antistatische werking hebben en natuurlijk voor plumeaus, boa's, dusters en toneelkostuums.

Volgens Peter Wise van het Engelse bedrijf The Ostrisch Farming Corporation, het grootste Europese struisvogelbedrijf, kan er nog meer met de vogel: “Er zit olie in zo'n beest dat al honderden jaren lang door de Maori's wordt gebruikt als zonnebrandcrème. Ook wordt er onderzoek gedaan naar het gebruik van een stof uit de hersens van de struisvogel als medicijn tegen Alzheimer en naar de lenzen van een struisvogeloog voor transplantatiedoeleinden bij mensen. Een struisvogel kan twaalf kilometer ver zien. De botten van de poten zouden gemalen een krachtig afrodisiacum (lustopwekkend middel, red.) zijn.”

Een struisvogel heeft sterke poten, zonder enige moeite kan hij een mens of een paard doodtrappen. Aan die gespierde poten zit het vlees. Van knie tot heup is de struisvogel geschikt voor menselijke consumptie, borstvlees heeft hij niet. Tot nu toe wordt het pootvlees bevroren uit Afrika ingevoerd. Poelier Jeroen Mooiman heeft daar geen enkel bezwaar tegen: “Daar krijgen ze het beste voedsel, genoeg bewegingsvrijheid en er heerst natuurlijk het juiste klimaat. Dus hebben Afrikaanse struisvogels het beste vlees, het is onnatuurlijk om die dieren hier te houden.”

De tweehonderd Nederlandse struisvogelhouders denken daar anders over. Ze bezitten in totaal een stuk of vijfduizend volwassen vogels, die ze houden in de wei. De met een broedmachine uitgebroede kuikens worden doorverkocht naar het buitenland. Er worden alleen vogels gefokt; een struisvogelslachterij bestaat hier niet. “Het is een groeiende, lucratieve bedrijfstak”, zegt Fred van der Horst. “Uiteindelijk zijn de dieren wel bestemd voor de slacht, maar dat duurt nog wel een tijd. We hebben een stevige basis nodig. In 1991 is onze bond van Struisvogelhouders opgericht. Ik word vaak benaderd door geïnteresseerde boeren, voor wie ik dan een bezoek aan een bestaande farm organiseer en die ik een gespecialiseerde dierenarts aanraad. Een volwassen vogel is tienduizend gulden waard, een bevrucht ei brengt rond de tweehonderd gulden op. En ze zijn makkelijk te houden. Voor tien vogels heb je een halve hectare grond nodig. Ze eten maar een kilo krachtvoer per dag, en daarnaast gras, lucerne en steentjes voor hun maag. Een koe eet wel dertig kilo per dag.”

Eddie Nachtergale is als boer eveneens verbonden aan de Ostrich Farming Corporation. In Emougies, een plaatsje ten zuiden van Gent, houdt hij zo'n tweeduizend struisvogels. Op vier satellietboerderijen, waar andere boeren tegen betaling voor een deel van de struisvogels van de Corporation zorg dragen, en elders in België zijn er nog enkele honderden meer. Nachtergale: “Onze vogels zijn gedomesticeerd. Ze zijn tevreden met hun bestaan hier in België. Ik ben er niet bij gebaat als ze niet gelukkig zijn, want dan leggen ze geen eieren. Wij zijn hier niet bezig een nieuwe vorm van bio-industrie te ontwikkelen.”

Zijn struisvogels, die in de wintermaanden in groepen van tien binnen verblijven, zien er inderdaad niet droevig uit. Maar hun weidse blik is ondoorgrondelijk, in de enorme ogen valt geen enkele emotie te lezen, al zullen mensen, door de lange krullende wimpers, snel geneigd zijn er melancholie of een diep verlangen in te projecteren. Van voren is het net of de vogels lachen, omdat hun snavel een beetje opkrult.

In hun winterverblijf gaan de vogels lustig voort met paren. Vooral Felix, een enorme Afrikaanse Zwartnek-struisvogel, heeft het druk met zijn harem van zes vrouwen, net als mannetjesstruisvogels in de vrije natuur. (Geëmancipeerd zijn ze wel: de man broedt alle eieren van al zijn vrouwen uit.) Met veel vertoon, geklapper van de vleugels en een heen en weer zwiepend hoofd, danst hij om ze heen. Vervolgens maakt hij een diep grommend geluid en gaat op de vrouwtjesrug staan. De vrouw in kwestie houdt haar uitdrukkingsloze blik. Als ze opstaat, blijkt haar rug kaal te zijn net als die van de andere vrouwen. Felix is een beetje “clumsy with his feet” sust Peter Wise, de general manager van de Nederlandse afdeling van de Ostrich Farming Corporation. Pijn doet Felix' gehannes de vrouwen niet. Wie de kans krijgt om eens op een struisvogel te gaan zitten, voelt een sterke, brede rug als van een Fries boerenpaard.

De zorg en liefde die de boeren voor hun vogels zeggen te voelen, zou blijken uit hun slachtmethode. In Afrika steken struisvogels hun nek door een soort guillotine, waarna ze een schok krijgen toegediend en vaak veel pijn lijden omdat ze niet in een keer dood zijn. In België krijgen de vogels een prik om “in slaap te vallen”, als bij een dierenarts. “Ze zullen ook niet gestresst raken want ze hoeven niet vervoerd te worden naar het slachthuis, zoals varkens vaak overkomt.” Het abattoir komt op het terrein van de farm en de vogels hoeven maar dertig meter te lopen. Ze gaan een voor een, en volgens de medewerkers van de farm zullen ze niet begrijpen waarheen de weg voert en elkaar ook niet kunnen aansteken met hun angst. “Ze hebben maar weinig hersencapaciteit. Met een sok over hun hoofd zullen de struisvogels gewillig het slachthuis inmarcheren, want een struisvogel met een sok op zijn kop doet alles.”

Voor het onderhoud van de vogels en de financiering van de bouw van het abattoir benadert de Ostrich Farming Corporation particulieren via advertenties, die de afgelopen maanden ook regelmatig in Nederlandse kranten opduiken. “Waarom zou ik, uiteraard zonder mijn kop in het zand te steken, eigenaar willen worden van een struisvogel?” Kosten noch moeite worden gespaard om geïnteresseerden over de streep te trekken om een struisvogel te kopen. Vanuit Engeland vliegen elke dag vanaf drie kleine luchthavens vliegtuigjes vol potentiële kopers naar de farm in België, vanuit Nederland rijdt op woensdag en zaterdag een luxe-busje. “Zo kan iedereen met eigen ogen zien dat het echt waar is, wat we beloven: een zorgzame behandeling en garantie op terugkoop. We zetten mensen niet onder druk, maar doen wel ons uiterste best alle achterdocht weg te nemen”, legt Peter Wise uit. “Lenen bij een bank of aandeelhouders wilden we niet. Die gaan zich maar met ons produkt bemoeien, terwijl ze geen verstand hebben van struisvogels.”

Wie een volwassen struisvogel aanschaft voor 14.000 pond (ruim ƒ 35.000,-) krijgt een contract dat vijf jaar beslaat. Daarin is vastgelegd dat het dier weliswaar mee naar huis mag, maar dat de Corporation in principe verzorging en onderdak aan de vogel biedt. Tevens is er sprake van een 'Guaranteed Buy Back Option': vierentachtig van de kuikens die de vogel in vijf jaar voortbrengt, zijn eigendom van de koper. Hij kan ze voor 500 pond per stuk terugverkopen aan de farm en maakt dan een winst van bijna 90.000 pond, al duurt het een jaar voordat hij iets van zijn investering terugziet. Na twee jaar brengt het kuiken zelf ook weer kuikens voort, die dan ook weer kunnen worden terugverkocht aan de farm. Het is ook mogelijk te beginnen met een jongere vogel, die minder duur is maar ook minder eieren legt.

De hoeveelheid struisvogels die de Ostrich Farming Corporation heeft, groeit explosief. Want een volwassen vogel legt geen twintig, maar wel zestig tot negentig eieren in een zomer. Het overschot is eigendom van de farm. In de winter importeren ze bevruchte eieren uit Namibië. Als de verwachtingen van het bedrijf uitkomen, zal struisvogelvlees binnen vijftien jaar tien procent van de wereldwijde vleesmarkt beslaan. In dat geval moeten er 26 miljoen vogels per jaar beschikbaar zijn voor de slacht. De Ostrich Farming Corporation is dus niet bang teveel vogels te fokken.

De groepjes geïnteresseerden, meest welgesteld en net gepensioneerd, krijgen een rondleiding over de farm, met uitvoerige uitleg van boer Eddie Nachtergale en van de vertegenwoordigers van het bedrijf. Onwennig lopen ze op grote witte laarzen door de incubatie-ruimte. In enorme broedmachines staan rekken vol met hun mogelijk toekomstig bezit, de meeste nog in eivorm. Iets verderop, in de volgende kamer, verdringen zich talloze kuikentjes onder grote lampen. Ze zijn pas enkele dagen oud en wankelen nog op hun pootjes; het is bijna niet te geloven dat ze binnen een jaar twee meter hoog zullen zijn. De bezoekers slaan kreetjes van verrukking bij het zien van de donzige vogeltjes en iedereen mag er even een vasthouden. Het heeft iets hypocriets, of paradoxaals. Even tevoren nog stonden nog ze opgetogen te knikken bij de uitleg over de slachtmethode, bevoelden goedkeurend tassen, roken aan de olie en stelden steeds maar weer dezelfde vragen. “Dus u weet zeker dat heel Europa het vlees zal willen eten?” “Dus als hij dood gaat krijg ik gratis een nieuwe?”

Dat laatste geeft volgens de stichting Lekker Dier precies weer hoe walgelijk deze nieuwe tak van veehouderij is: “Ze zien de dieren puur als winstobject. Nu zijn ze nog bezorgd over het welzijn van de dieren, omdat ze belang hebben bij goed reproduceerbare vogels, maar binnenkort brengt een dode vogel meer op dan een levende.” Ook de Nederlandse Dierenbescherming heeft twijfels: “Ze horen nou eenmaal niet in de drassige weilanden van Nederland en België. Het is een exotische diersoort die goed tegen hitte en kou kan, maar niet tegen nattigheid.” De plotselinge opleving van de struisvogelhouderij wekt hun argwaan, nu de regels voor 'bekende boerderijdieren', zoals varkens, kippen en koeien, steeds strenger worden.

In de week voor de kerst organiseerde Lekker Dier een 'ludieke actie' op de Dam voor een 'experimentele slachting' van een nepstruisvogel, waarna een kleine protestmars door de stad werd gehouden. Lokale werkgroepen in de rest van Nederland gingen op zoek naar restaurants met struisvogelvlees met het verzoek dit van de kaart te schrappen. “We vonden geen restaurants die het serveerden, die zitten vooral in Amsterdam”, aldus woordvoerder Geert Laugs. Of het vlees uit Afrika of uit Europa komt, maakt Lekker Dier niet veel uit. “De levensomstandigheden in Afrika zijn misschien beter, maar de import per vliegtuig is schadelijk voor het milieu.”

Vergeleken met varkens, kippen in legbatterijen en kistkalveren hebben de Belgische en Nederlandse struisvogels het momenteel niet slecht. Dat kan veranderen en daarom blijft de Dierenbescherming waakzaam.

Maar of het de dierenbeschemers zal lukken de opmars van het struisvogelvlees te stuiten, is de vraag. Want de voordelen ervan lijken precies aan te sluiten bij de wensen van de moderne consument: je zou er niet dik van worden. Wie weet biedt het uitzicht uit het Nederlandse treinraampje binnenkort geen zwartbontvee meer, maar Afrikaanse zwartnekken. Velden vol, met hun kopjes parmantig in de lucht. Want zijn kop in het zand steken doet een struisvogel niet. Nooit.

Brullen als een leeuw, loeien als een koe

De struisvogel is de grootste vogel ter wereld. Struisvogels kunnen 80 jaar oud worden, waarvan zij 30 jaar eieren leggen. Als zij twee tot drie jaar oud zijn, beginnen zij daarmee. Ze steken niet hun kop in het zand, maar de kuikens gaan wel plat en met hun nek uitgestrekt op de grond liggen als er gevaar dreigt. Zij hebben geen borstvlees zoals een kip, er zit alleen vlees aan hun poten. Van één struisvogel komt 35 tot 50 kilo vlees. De struisvogel komt niet uit Afrika. Paleontologen hebben bewijs dat hij voor het eerst voorkwam in de Aziatische steppen, 40 miljoen jaar geleden - althans, een dier dat aan hem verwant was. Het schijnt dat Cleopatra op een struisvogel reed.

Met hun krachtige poten kunnen zij met gemak een man doodschoppen. Zij rennen 60 tot 70 km per uur, maar zijn niet moeilijk te vangen omdat ze graag in cirkels rennen. In een struisvogel-ei zit evenveel struif als in twintig kippeneieren, in totaal ongeveer een halve liter tot een liter. De struisvogel kan brullen als een leeuw en loeien als een koe. Het mannetje maakt veel meer en harder geluid dan het vrouwtje. Er zijn drie soorten struisvogels: rood- blauw- en zwartnekken. De roodnek komt voor in Oost-Afrika, Tanzania en Kenia, de blauwnek in Noordwest- en Zuid-Afrika en de zwartnek, de kleinste soort en het makkelijkst te houden, in Zuid-Afrika.

Een volwassen struisvogel kan een kleine drie meter hoog worden en zo'n 200 kilo wegen. Struisvogels hebben een harde spier op hun achterhoofd waarmee zij zich uit het ei tikken; de eierschaal is twee millimeter dik. Zoals koeien in de Nederlandse wei tegenwoordig een geel merk in hun oor hebben, hebben struisvogels een gekleurd bandje rond hun enkel als merkteken.

Op het Internet staan veel weetjes over struisvogels en een boek over hoe je ze moet houden. Er is een galerie die op het net adverteert met beschilderde struisvogeleieren en men kan ook een struisvogelleren golftas bestellen.