Verzetsmuseum

'Kunstraad gelooft niet in Museum van het Verzet', aldus NRC HANDELSBLAD op 1 maart. Uit de inhoud blijkt dat burgemeester Patijn de Amsterdamse Kunstraad om advies vroeg betreffende de voorgenomen verhuizing van het Amsterdamse Verzetsmuseum.

De Kunstraad? Heeft die dan enig inzicht in de geschiedenis van het Nederlandse verzet, of desnoods in het belang van een dergelijk (al jaren redelijk draaiend) museum? Neen, dat heeft zij - uiteraard! - niet, en daarom is het verzoek van Patijn op zijn zachts gezegd eigenaardig.

Zeker, de exploitatie van het gewenste nieuwe museum zal geld kosten, maar juist een Verzetsmuseum lijkt mij in deze dagen, waarin de burgemeester van Zwolle uit pure armoede een demonstratie van 'het grauw' (met mijn excuses aan markies Querulijn Xaverius de Canteclaer van Barneveldt) moet toestaan geen overbodige luxe. Met kunst heeft een en ander natuurlijk helemaal niets te maken, wèl met de vraag naar de (toekomstige) kwaliteit van ons bestaan.

Dat het dreigend exploitatietekort gezien de kruideniersmentaliteit van de Hollander mogelijk zal drukken op de kunstbegroting van onze ingedommelde hoofdstad is mij - als musicus - natuurlijk genoegzaam bekend.