Varkenshart (3)

De xenotransplanteurs Bouwman en Scheringa zijn bezig met een interessant deel van orgaantransplantie: het gebruiken van organen van transgene dieren (W&O, 22 feb.).

Wetenschappelijk gezien mogen hun idealen dichtbij lijken, maar het is op korte termijn voor geen enkele op een orgaan wachtende patiënt zinvol hierop zijn hoop te vestigen. Ondanks hun pessimisme met betrekking tot het verwerven van menselijke donororganen, zijn alle momenteel op de wachtlijst staande patiënten hierop aangewezen. Dit zal nog jarenlang zo blijven. Daarom kan niet genoeg benadrukt worden dat orgaandonatie de bron is die transplantaties mogelijk maakt. Om te constateren dat de mogelijkheden tot donorwerving uitgeput zijn, zoals Bouwman en Scheringa doen, gaat te ver. Uit recent onderzoek mogen we opmaken dat jarenlang op hetzelfde paard gewed is bij het werven van donoren, het verspreiden van codicils en het vragen om toestemming van nabestaanden van nog beademde overledenen.

Het nieuwe wetsvoorstel orgaandonatie gaat donoren nu registreren, maar het stimuleren van orgaandonatie kan veel verder gaan. Een goede zorg voor nabestaanden die toestemming voor donatie hebben gegeven staat voorop: niemand mag zich ooit benadeeld voelen door een altruïstische daad. Aan juiste informatie vooraf ontbreekt het verder nog wel eens bij de bevolking: een eerste voorwaarde voor een 'informed consent'.

Er is tot op heden weinig aandacht geweest voor andere stimulansen tot orgaandonatie: altruïsme is lang de enige ingang daartoe geweest; zowel voor de donor als voor het 'donerend' ziekenhuis (orgaanuitnames worden in Nederland bijvoorbeeld pas sinds 1994 volledig vergoed). Heel andere systemen voor donorwerving o.a. een principe als wederkerigheid (het krijgen van een groter recht op een orgaan als men zelf al als donor geregistreerd staat) zijn voor zover ons bekend nooit eerder beproefd.

Alle nieuwe technieken met dieren ten spijt: de menselijke factor moet aan alle zijden van het transplantatieproces voorop blijven staan.