Varkenshart (2)

Het informatieve artikel over xenotransplantatie van Marcel aan den Burgh (W&O, 22 feb.) eindigt met de opmerking dat 'er in Nederland, behalve in wetenschappelijke kringen, amper over wordt gediscussieerd'.

Dat komt omdat er in Nederland ook nauwelijks onderzoek op dat terrein is. En dat komt weer omdat het wetenschappelijke establishment in ons land dat de researchplannen beoordeelt, voorlopig weinig in xenotransplantatie ziet. De paar onderzoekers in Rotterdam en Leiden die in het artikel aan het woord komen zijn enthousiast genoeg, maar vanwege de minimale subsidies waarmee ze moeten werken kunnen er niet zodanig meeslepende resultaten worden verwacht dat de publieke discussie losbarst.

In het artikel wordt geen melding gemaakt van de recente (14 dec. '95) transplantatie van baviaanbeenmerg naar een Aids-patiënt, een zekere Jeff Getty uit San Francisco. Dit evenement werd voorafgegaan door maandenlange discussies met de FDA, die ten slotte toestemming gaf voor deze behandeling, maar alleen voor die ene patiënt.

Het idee voor zo'n behandeling beruste op het feit dat bavianen resistent zijn tegen het Aids-virus. De initiator van de transplantatie, Suzanne Ihlstadt van de Universiteit van Pittsburg, baseerde haar overtuiging dat het baviaanbeenmerg in de mens zou kunnen aanslaan op haar ontdekking van een nieuw type cellen: de facilitator-cellen. Deze zouden het aanslaan van beenmerg bevorderen.

Ondanks diverse pogingen door verschillende onderzoeksgroepen zijn anderen er tot dusverre niet in geslaagd de facilitator-cellen aan te tonen. Niettemin werd de transplantatie bij Jeff ten slotte toegestaan onder krachtige druk van de Aidsbeweging. Op 17 februari meldt The Lancet onder de titel 'Baboon xenotransplant fails but patient improves', dat er geen baviaancellen meer in de patiënt te vinden zijn.

De experts van beenmergtransplantatie en die van Aids spreken al jaren over de idee om patiënten middels beenmergtransplantie te voorzien van een resistent immuunsysteem. Het immuunsysteem ontstaat uit stamcellen van het beenmerg. Als die stamcellen afkomstig zijn van een resistente donor, zullen hun nakomelingen - de witte bloedcellen - ook resistent zijn tegen Aids. Indien het lukt om een beperkt aantal resistente stamcellen aan de groei te krijgen, zullen ze geleidelijk de gevoelige populatie die door het virus wordt uitgeroeid, vervangen. Daarvoor moet je een diersoort kiezen die zo veel mogelijk lijkt op de mens. De chimpansee staat aanzienlijk dichter bij de mens dan de baviaan. Chimpansees kunnen wèl met het HIV-virus worden besmet, maar ze worden er gewoonlijk niet ziek van (zeer onlangs heeft één van de ongeveer 150 besmette dieren 12 jaar na besmetting de ziekte ontwikkeld, een tweede chimpansee is ziek geworden nadat hij met weefsel van de eerste werd besmet).

Drie jaar geleden ontwikkelden Aids-specialisten van het AZU (onder leiding van dr. J.J.C. Borleffs) een plan om beenmergcellen van de chimpansee naar ernstig zieke Aids-patiënten te transplanteren. Als de ziekte ver is voortgeschreden, is de afweer sterk verminderd en dat steunt de verwachting dat chimpanseecellen zullen aanslaan.

Uitgebreide voorzorgen werden opgesteld om schadelijke neveneffecten voor de patiënten te voorkomen. De Medisch Ethische Commissie keurde het voorstel goed. De Dier Experimentele Commissie keurde de aanvraag tot het afnemen van het beenmerg bij chimpansees goed. Bovendien werd een kleine groep deskundigen met groot gezag bereid gevonden als Begeleidingscommissie van het onderzoek zelf op te treden.

Inmidddels was gebleken dat het met de gebruikelijke klinische methode niet mogelijk is voldoende beenmergcellen van een chimpansee af te nemen. Een vooronderzoek om een geschikte techniek uit te werken moest dus in gang worden gezet. Daarvoor was echter geld nodig, want het gebruik van chimpansees voor medisch onderzoek is peperduur. Er werd subsidie aangevraagd bij de Programma Coördinatie Commissie voor Aids Onderzoek, momenteel ondergebracht bij het Aids Fonds in Amsterdam. Deze was van mening dat zulk onderzoek nooit in Nederland mag plaats vinden!

Toen enkele jaren geleden deze plannen bekend werden, hebben anti-vivisectionisten Jane Goodall gemobiliseerd om ertegen te protesteren. Als de behandeling succes heeft, zouden de chimpansees worden uitgeroeid zo vreesden zij. Een soort complot dus van dokters en Aids-patiënten om de kip met de gouden eieren op te eten. Zij maakten zich onnodig zorgen. In Nederland wordt innovatief onderzoek toch bijna nooit gefinancierd dankzij de voortreffelijke systemen die we hebben om de middelmaat in stand te houden. Ik verwijs graag naar het interview met professor Icke in dezelfde bijlage.

Een een publieke discussie over de toelaatbaarheid van xenotransplantaties is al helemaal overbodige moeite. Immers als het hier niet kan, zullen Nederlandse patiënten zeker een varkensnier in Engeland mogen gaan halen.