Tegen de terreur

VREDE ZAL DE OVERHAND krijgen, zei de Amerikaanse president, Bill Clinton, gisteren tijdens de grote internationale top tegen terrorisme en voor vrede in Sharm el-Sheikh.

Hij heeft gelijk. Alleen al de aanwezigheid in de Egyptische badplaats van zo'n groot aantal Arabische vertegenwoordigers, met en zonder vredesverdrag met Israel - bijvoorbeeld uit alle Arabische Golfstaten, geeft aan hoezeer de joodse staat onderdeel van het dagelijks leven in het Midden-Oosten is geworden. Zelfs het ontbreken van Syrië, dat zich niet door de Verenigde Staten wilde laten ontbieden om Israel te steunen, doet daaraan niets af. Want misschien wil president Assad dan (nog) geen volledige vrede met Israel sluiten, aan oorlog denkt hij ook niet.

Deze werkelijkheid in het Midden-Oosten is niet meer uit te vlakken. Dat was de boodschap van de bijeenkomst en tevens haar belangrijkste resultaat. Want de overeengekomen anti-terreurmaatregelen zullen de menselijke bommen niet tegenhouden wier activiteit juist tot het bijeenroepen van de top had geleid. Daartegen valt met dit soort conferenties bitter weinig te beginnen. Ook in Israel zelf wordt wat dat betreft aanzienlijke scepsis verwoord.

Hamas, de moslim-fundamentalistische inspirator van de recente reeks zelfmoordaanslagen, heeft ter gelegenheid van de anti-terrorismetop in taal die weinig aan de verbeelding overliet voortzetting van zijn acties aangekondigd. Die houden pas op wanneer de bezetting ophoudt - en dan bedoelt Hamas: wanneer er geen staat Israel meer is. Voor dit standpunt geniet Hamas de steun van niet veel meer dan tien procent van de bevolking van de autonome Palestijnse gebieden, zo schat men ter plaatse. De aanhang van de fundamentalisten is de laatste jaren gestaag verminderd. De economische verslechtering die het resultaat is van de Israelische tegenmaatregelen - de afgrendeling van bezet gebied - richt zich ironischerwijze vooral tégen Hamas, en niet in de eerste plaats tegen Israel. Al is eveneens duidelijk dat het afknijpen van de hele Palestijnse bevolking zoals dat nu gebeurt, het vredesklimaat niet bevordert.

Een beweging kan met terroristische methoden succes afdwingen, zo heeft Yasser Arafat aangetoond. Hij is van terroristenleider tot internationaal gerespecteerde president van de Palestijnse autonomie geëvolueerd. Voorwaarde is wel dat zo'n organisatie steunt op een massabeweging en die aanhang weet vast te houden. Dat gold voor Arafats organisatie - maar dat geldt niet voor Hamas.

Goed inlichtingenwerk kan Hamas' activiteit tot een minimum beperken, maar er is geen voorzorgsmaatregel te bedenken die waterdicht is. Nog afgezien van het feit dat de Israelische inlichtingendiensten zich de laatste tijd niet bijzonder competent hebben getoond. Een van de laatste zelfmoordterroristen kwam uit Hebron, waar niet de Palestijnse politie maar het Israelische leger de macht heeft. Een toegewijde terrorist kan altijd wel ergens toeslaan en als het niet in de bus is, dan in de rij wachtenden. OP 29 MEI ZIJN er algemene verkiezingen in Israel. Een nieuwe serie bomaanslagen zou premier Peres het politieke leven kunnen kosten, ondanks alle goede zorgen dienaangaande van de buitenwereld. Zoals de hele top in Sharm el-Sheikh en het opmerkelijke besluit van de Europese Unie voorlopig rechts Israel niet te provoceren door Orient House, het Palestijnse hoofdkwartier in Jeruzalem, te bezoeken. Maar zou een zege van Likud ook het einde van het vredesproces betekenen? Waarschijnlijk niet. Het was een Likud-premier die vrede met Egypte sloot en de hele Sinaï teruggaf. Ook de regelingen met de Palestijnen zijn inmiddels bij de niet-extremistische oppositie aanvaard. Er is meer bewijs dat Likud vrede met Syrië wil dan dat president Assad nu echt tot een regeling met Israel heeft besloten. En belangrijk is dat ook na de aanslagen door Hamas meer dan 60 procent van de Israeliërs zich voor het vredesproces met de Palestijnen uitsprak.

Daarom heeft Clinton gelijk. De vrede redt het wel, al is het met horten en stoten. Daarvoor was misschien niet eens die top nodig.