Smullen van vers gestroopt bushmeat

Van kwaststekelvarken tot breedvoorhoofdkrokodil: in Kameroen liggen de zeldzame gestroopte dieren open en bloot te koop. Gekweekt wild kan een oplossing zijn.

Ndotoki, een van de markten Douala, Kameroen. Een handelaar in cassettebandjes voert de ritmiek naar een hoger plan door twee dansnummers tegelijk af te spelen. Op de stalletjes om hem heen ligt een veelsoortig aanbod aan wild, als voor een gigantische offerande. Tussen roodbruine stukken penseelzwijn liggen levende nijlvaranen met omhooggebonden poten. De levende witbuikschubdieren hoeven niet gebonden te worden. Hijgend van angst, opgerold in zichzelf met de staart als bescherming voor de kop liggen ze in het zand tussen plastic zakjes en platgetrapte batterijen. Net als de schildpadden al of niet met gebarsten of gedeeltelijk ontbrekend schild.

Dan valt je oog op krokodillen en slangen, alles voor de keuken. Zo gauw je belangstelling toont, schopt de koopman het dier om te laten zien dat het nog kan bewegen en dus vers is. Verderop stapels gerookte, kale stekelvarkens. Frontaal aan elkaar geklonken, vormen gerookte apen elkaars spiegelbeeld. Omdraaien verklaart de symmetrie: ieder stel bestaat uit één aap, in tweeën gespleten. In handig platte vorm liggen de dieren opgestapeld, rij na rij, kraam na kraam.

Stroperij is in Kameroen, een land vijftien keer zo groot als Nederland, sinds enkele jaren onbeheersbaar. Buiten de spaarzame reservaten dreigt weinig over te blijven. En zelfs daarbinnen is stroperij een probleem. De schattingen van natuurbeschermers lopen uiteen. Volgens de een is het binnen drie of vier jaar voorbij: dan valt er weinig meer te beschermen. Anderen houden het op vijftien jaar. Het is een probleem voor dier èn mens. Want de bevolking van Kameroen is sterk afhankelijk van deze dierlijke eiwitbron.

In Kameroen eet men liever wild dan vee. Maar weinig gezinnen zullen vee grootbrengen om zich daarmee te voeden. Het doden ervan zou verspilling zijn - in huisdieren wordt vooral belegd en voor voedsel blijft men afhankelijk van wat voor het grijpen is: bushmeat. Daarnaast vormt bushmeat een delicatesse. Stekelvarken kan zeer smakelijk zijn en de restaurants van de grote steden serveren alles, van 'slang' tot 'olifant'.

Wijdvertakte handel

Stroperij is niet alleen voor Kameroen een probleem. Maar de omvang is groter dan in andere Centraalafrikaanse landen. 'Vroeger werd er ook veel wild gegeten, maar dat werd verzameld door jagers uit dorpen zelf. Nu is het een zaak van commercie en wijdvertakte handel. Dat is een ontwikkeling van meer dan tien jaar, maar de economische crisis heeft de omvang sinds 1990 sterk verergerd', zegt John Nchami, medewerker van de World Wide Fund for Nature (WWF), vestiging Yaoundé.

Veel jonge mannen uit de steden begeven zich in het stroperijcircuit omdat daarin geld te verdienen is. De economische malaise speelt een grote rol, evenals de daling van prijzen voor landbouwprodukten. Bovendien is een landbouwoogst moeilijk te vervoeren, anders dan vlees: een in stukken verdeelde bosolifant kun je efficiënt in zakken op de rug naar de weg transporteren. Ook is de bevolking tussen 1973 en 1993 verdubbeld en verandert de plaatselijke, kleinschalige jacht van karakter door de komst van automatische geweren en terreinwagens. Voorzover ze er al niet mee samenwerken, zijn plaatselijke bewoners tegen goed geoutilleerde stropersgroepen niet opgewassen.

Als soorten plaatselijk al niet verdwenen zijn, lopen hun aantallen in breder verband in ieder geval drastisch terug. Aan de vanzelfsprekende aanwezigheid van apen als meerkatten komt snel een eind. Iedereen kan er over meepraten: vroeger zag je ze overal, ze kwamen zelfs in de dorpen. Nu gedragen zich als ontheemden in eigen land, voor ieder mens een vluchtafstand van honderden meters hanterend.

Educatie, het toverwoord van de natuurbescherming, heeft hier weinig te betekenen. 'Teveel mensen, geen ruimte meer, te druk bejaagd - de dieren hebben een groot probleem', luidt de zorgelijke samenvatting die je vaak hoort. Een oplossing lijkt niet in zicht: het is nu eenmaal zo, er zijn wel meer problemen. Slechte wegen bijvoorbeeld, opgedeeld in trajecten door illegale roadblocks (tolplaatsen) van soldaten die naar inkomstenbronnen speuren.

De wetshandhaving is de laatste jaren weggevallen en daarmee ook het besef dat bepaalde vormen van jacht en handel illegaal zijn. Sommige experts wijzen beschuldigend naar de Wereldbank: in zekere zin heeft die de stropers in de hand gewerkt. Als voorwaarde voor verdere leningen heeft Kameroen een structureel aanpassingsprogramma in moeten stellen om de economie op orde te brengen en uitgaven te snoeien. Dat programma is eenzijdig uitgevoerd. Leger en luchtmacht bleven volledig overeind. De ontslagen en salarisverlagingen gingen vooral ten koste van controlediensten en toezicht. Juist de voormalige ambtenaren van de natuurdiensten hebben zich op de handel in wild gestort - met kennis van zaken. Leger, politie en douane missen iedere natuurbeschermingsambitie. De weinige ambtenaren die nog wel inspecties uitvoeren, bijvoorbeeld op treinen, worden bedreigd. Niet door stropers of handelaren, maar door soldaten. Een overheidsdienaar wijst op de rol van zijn collega's bij de verspreiding van wapens. 'Hoge ambtenaren uit de stad die zich de aanschaf van geweren kunnen veroorloven, zetten die uit onder dorpelingen. In het weekend komen ze de buit ophalen.'

'Stroperij blijft de belangrijkste bedreiging van Korup Nationaal Park - dag in, dag uit hebben we ermee te maken', zegt Zacharias Akum, conservator van dit beschermde, in zijn soort unieke reservaat op de grens van Kameroen en Nigeria. Er is geen overzicht van wat aan Kameroense zijde verdwijnt. Aan de westelijke flank, met veel verbindingen naar Nigeria, ontbreekt ook ieder toezicht. Bovendien liggen er binnen het park zes dorpen waarvan verplaatsing, met compensatie voor de bewoners, een al lang slepende kwestie is. Zij vormen levendige handelscentra.

Akum toont een overzicht van onderscheppingen bij een uitgang van het park gedurende enkele maanden van intensief toezicht. Enkele duizenden Duikers (Cephalophini, kleine antilopen) voeren de lijst aan. Ook bedreigde soorten staan erop zo als de mandril (Mandrillus leucopheus) en breedvoorhoofdkrokodil (Osteolaemus tetraspis). 'Geen van de onderschepte personen blijkt op een traditionele manier gejaagd te hebben. De meesten werkten voor handelaren. Ze planten wat bananebomen, om het geheel de schijn van landbouw te geven.'

Moderne projecten voor duurzame bosbouw en herbebossing betekenen een enorme verbetering ten opzichte van kaalslag. Maar die projecten creëren kapwegen in gebieden die afgelegen en ondoordringbaar waren. 'Infrastructuur is de motor achter plaatselijke ontwikkeling', zegt Akum. 'Het grootste deel van Kameroen is nog onbereikbaar via wegen. Als die gebieden moeten ontwikkelen, is daar geen andere manier voor dan het aanleggen van een wegennetwerk. Met betrekking tot bushmeat is ontsluiting niet het probleem, maar het ontbreken van intensief toezicht.'

Fondsen

Het Korup-project draait nu nog deels met buitenlandse steun. Maar het moet volgens de huidige natuurbeschermingsbeginselen binnen afzienbare tijd volledig overgedragen worden aan de Kameroense overheid. 'We zouden meer parkwachters in dienst nemen, als we niet met het probleem zaten van die overdracht. Je kunt die mensen wel aanstellen en opleiden - op zich hebben we daar de fondsen voor - maar de garantie ontbreekt dat de overheid ze ter zijner tijd ook in dienst zal nemen. Gebeurt dat niet, en raken ze werkloos, dan zit je opeens met hoogwaardig opgeleide stropers.'

Zelf is hij gedreven bezig alternatieve oplossingen te zoeken. Bijvoorbeeld het fokken van wilde dieren als substituut voor wild, ofwel: wildlife farming. 'De barrière om zulke dieren uit eigen bezit te doden voor consumptie is minder groot. Ik ben er van overtuigd dat vooral duikers goede mogelijkheden bieden.'

Naast duikers denkt Akum aan de fok van eiwit-bronnen als de grote rietrat (Tryonomys swinderianus), ook wel toepasselijk 'cutting-grass' genoemd, en het kwaststekelvarkens (Atherurus africanus). Dieren die, zoals hij zelf heeft onderzocht, ook met een sobere verzorging toe kunnen. 'Daarnaast moeten we proberen de mythe te doorbreken dat het slachten van vee alleen bij speciale gelegenheden gepast is. Ook visvijvers voor gekweekte vis is een goed idee. Dat zal de vervuiling van rivieren in het park reduceren, waar men nu met gif vist.'

Zijn er andere oplossingen? Franke Torenstra van de organisatie Aid Environment telde eens verbijsterd het aantal stropers langs een nieuwe boskapweg, en de vrachtwagens vol officieel beschermde dieren. 'Die stropers doen het ook niet zomaar. De tragiek is dat zo'n bos veel geld oplevert, maar niet voor de bewoners. Als je die een deel van de houtkap in handen geeft, hoeven zij niet langer te stropen.'

Het WWF in Kameroen is druk bezig boven water te krijgen welke soorten acuut gevaar lopen. 'Overleg met de plaatselijke bevolking en samenwerking voor duurzaam gebruik', propageert Christian Asanga, coördinator bij het Kilum Mountain Forest Project van Birdlife en WWF. De tijd van eenzijdige beschermingsmaatregelen is voorbij. Die richten zich op de bescherming van een waardevol resterend bergregenwoud. Vooralsnog met succes, maar onder toenemende bevolkingsdruk. Voor de bevolkingsgroei heeft niemand een oplossing. Ook de vrolijk geschilderde bureaus voor family-planning niet, al melden die trots de kraamvrouw- en kindersterfte te hebben teruggedrongen.