Schrikkelen (3)

A. Wegener Sleeswyk noemt, in het artikel 'De kunst van het schrikkelen' (W&O 29 feb.) de naam van de Griekse astronoom Meton. Deze zou ongeveer 430 jaar voor het begin van onze jaartelling ontdekt hebben dat 'de data van nieuwe maan in het jaar' zich herhalen na een periode van 19 zonnejaren.

Als dit chef-d'oeuvre van de Griekse astronomie tevens met 'Metonische Cyclus' mag worden aangeduid, dan roept dat vragen op. Sommige bronnen schrijven de invoering van een systeem, waarin zeven keer per negentien jaar en dertiende maand werd ingevoegd - de zogenaamde Metonische Cyclus - toe aan de Babyloniërs van Nabunasir (Nabonassar), circa 747 voor chr.. Een andere bron plaatst 'invoering van de week (7 dagen) en de maand (28 dagen)' in de Mesopotamische periode tussen 1700 en 1300 voor chr.. De laatste noemt de term 'Metonische Cyclus' niet. Een andere vraag is of Meton de naar hem genoemde cyclus ontdekte via eigen waarneming of door 'waarneming' van de Babylonische waarneming.