Schrikkelen (2)

Op schrikkeldag 1996 had W&O een lezenswaard artikel geplaatst van prof. A. Wegener Sleeswyk. Daarin zette deze uiteen hoe men tot onze kalenderinrichting is gekomen en waarom daarin schrikkeldagen nodig zijn.

Onze kalender is een zonnekalender, gebaseerd op de duur van een omloop van de aarde om de zon. Omdat hij over de schrikkeldag 29 februari wilde schrijven laat hij, jammer genoeg, na te vermelden dat we binnen onze Nederlandse maatschappij ook gebruikers van de lunaire kalender (mohammedanen) en de lunisolaire kalender (joden) kennen. Beide zijn gebaseerd op religieuze teksten.

De Koran verbiedt het schrikkelen. Het mohammedaanse jaar kent 12 maanden, die echter door 'onze' kalender heen wandelen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de maand ramadan, de negende maand, die dit jaar (1416) ongeveer samenviel met februari 1996, maar over tien jaar, dus in 1426, in de zomer terechtgekomen zal zijn. Het verbod tot schrikkelen vinden we in suma 9 van de koran. Vers 36 begint met: 'Het aantal der maanden bij God is 12'. Vers 37 gaat verder met 'Schrikkelmaanden zijn toevoegingen aan het ongeloof'.

Het is niet te gewaagd om te veronderstellen dat de islam zich hier heeft willen afzetten tegen zijn joodse omgeving. Deze hanteerde, en hanteert nog steeds, de lunisolaire kalender. Deuteronomium XIV, handelend over het brengen van het paasoffer, begint, vrij vertaald, met de woorden: 'Bewaak de maand van de arenrijpheid'. Rabbijnen van zo'n 2.500 jaar geleden hebben dat zó geïnterpreteerd, dat de inrichting van de kalender de maand van de arenrijpheid diende te laten samenvallen met de maand van het Pesach-offer. Dat kon slechts bij een vernuftige koppeling van maand en zonnejaar. Wegener Sleeswyk wijst er al op, dat de duur van 19 zonnejaren nauwelijks afwijkt van de lengte van 235 maanden, één van de meest opmerkelijke vondsten overigens uit de rabbijnse astronomie, waarschijnlijk geënt op contacten met Griekse sterrenkundigen.

Hoe moet je nu die twee koppelen? Wel, omdat (12x12)+(7x13)=235, je ervoor moet zorgen, dat er in een cyclus van 19 jaren van 12 maanden en 7 jaren van 13 maanden voorkomen. In de joodse kalender kiezen we daarvoor de jaren met rangnummer 3, 6, 8, 11, 14, 17 en 19. We leven nu in het joodse jaar 5756, dus in het achttiende jaar van de 19-jarencyclus. Volgend jaar wordt er weer de maand Adar II, de naam van de schrikkelmaand ingelast.

Omdat onze Lage Landen al sinds een half millennium joodse burgers kennen, en sinds kort ook vele gebruikers van de mohammedaanse kalender meen ik, dat bovenstaande aanvulling op het artikel van prof. Wegener Sleeswyk niet mocht ontbreken. Dat de joodse kalenderinrichting op den duur, namelijk over zo'n 10.000 jaar toch correctie behoeft, baart onze joodse geleerden niet al te veel zorg. Integendeel, zij zien er een aanwijzing in dat vóórdien de Messias gekomen zal zijn.