Passie, jaloezie, eenzaamheid en rouw

Op de Heldringschool in Amsterdam-West hebben ze hun eigen theatertje. Een donker gemaakt voormalig klaslokaal, voorzien van belichting, een muziekinstallatie en een tribune waar met een beetje proppen tachtig mensen op kunnen. Er worden zo'n vijftien voorstellingen per jaar gegeven, die vrijwel altijd zijn uitverkocht. De vaste bespelers van het theater zijn de Heldringtheatergroep en De Tweede Illusie. Alle acteurs zijn verstandelijk gehandicapt. Want de Heldringschool is een school voor zeer moeilijk lerende kinderen.

Op zondagmiddag half drie stroomt het publiek toe voor de voorstelling Heimweecafé, die gespeeld wordt door De Tweede Illusie. De school is theater geworden. In de gang hangen de prachtige affiches van de verschillende voorstellingen, op een prikbord kan de bezoeker de stemmen uit de pers nog even nalezen en de kantine heeft de sfeer van een drukke foyer gekregen.

Ten teken dat de voorstelling begint trekt muziekleraar en initiator van de theaterproducties Ad van der Borst een lamp omhoog, waardoor het speelvlak verlicht wordt. De muziek van Kurt Weil knalt de zaal in en Linke Joe, Gevaarlijke Jack en Mooie Billy stuiven het toneel op. Ze worden gevolgd door Jenny, het gangstermeisje en even later ook door de verleidelijke Miss Molly en de hoerige Cindy. Onder de lamp een tafel waaraan gekaart wordt. Ziedaar het perfecte tableau van een nachtclub, waar gedronken, geflirt, geschoten én vals gespeeld wordt.

Dat loopt natuurlijk slecht af. In een knallende schietpartij laat Joe het leven en wordt bestolen van zijn geld en zijn ringen. Maar de liefde van het gangstermeisje Jenny is zo allesomvattend dat zij hem weer tot leven wekt. Als Billy in een vuurgevecht ter aarde stort, zingt zijn compaan Jack het intens treurige driewoordenlied: 'Billy is dood, Billy is dood.'

Er worden weinig teksten gebruikt in de voorstelling, de muziek is de leidraad en het toneelbeeld bereikt soms grote hoogten. Bijvoorbeeld in de scène waarin Miss Molly en het hoertje Cindy met grote hartvormige lolly's het toneel op komen en Miss Molly tussen een paar likken door het woord 'liefde' declameert. Ook het moment dat de travestiet moederziel alleen en in al zijn tragiek op de speelvloer staat, zijn damestasje opendoet en er een lippestift uithaalt, is van een voorbeeldige schoonheid. De woordeloosheid van de scêne en de wat houterige motoriek geven het moment een ontroerende lading.

Het bewijst de stelling van muziekleraar Van der Borst dat je niet hoeft te kunnen praten om mooi toneel te kunnen spelen. “Wat Daniel kan is drie minuten op het toneel staan en vier kleine handelingen achter elkaar verrichten. Die rol van travestiet speelt hij heel erg mooi.”

Toen Van der Borst twaalf jaar geleden op de Heldringschool kwam werken, had hij geen zin om 'truttige liedjes' met de kinderen te gaan zingen. “Ze kunnen vaak niet goed praten, ze kunnen weinig onthouden en ze hebben meestal weinig ritmegevoel. Ik ging op zoek naar iets anders.” De muziekleraar ontdekte al snel dat expressieve muziek de kinderen aanzette tot het uitdrukken van hun gevoelens. Hij zag hen daar zichtbaar van genieten. Langzamerhand werden er attributen bijgezocht, zoals paraplu's en stoelen. Er ontstonden theatrale acts. De eerste grote productie, in 1988, was Carmen op muziek van Bizet en De Falla.

Ook al zijn de leerlingen van de Heldringschool verstandelijk gehandicapt, ze blijken uitstekend in staat om uitdrukking te geven aan complexe gevoelens als passie, jaloezie, eenzaamheid en rouw. Na het eclatante succes van Carmen volgde de voorstelling 'Nachtwoestijn' op muziek van onder andere Strawinsky. Het stuk 'De Teddybeer is lief meneer' werd gebaseerd op een gedicht van Jan Hanlo en gespeeld door kinderen tussen vijf en veertien jaar. De muziek varieerde van Jacques Brel tot het Willem Breuker Collectief. In de voorstelling 'Brief van de zee', die dit jaar nog gespeeld wordt door de Heldringtheatergroep, staat de muziek van Nina Hagen centraal. Geen muzieksoort en geen onderwerp is te moeilijk voor deze kinderen, zo heeft Van der Borst ervaren, als er maar een duidelijke structuur in zit en als het maar afgebakende thema's zijn.

Toen de groep die Carmen zeven jaar geleden zo succesvol op de planken zette van school ging, wilde men de vriendschap die onderling was ontstaan en het talent dat aangeboord was niet zomaar laten verwaaien. Sindsdien komen de ex-scholieren elke dinsdagavond bij elkaar om als theatergroep De Tweede Illusie te repeteren voor een nieuwe productie. Dat duurt lang, laat Van der Borst weten. “Aan Heimweecafé hebben we zeker anderhalf jaar gewerkt. De spelers groeien in hun rol. Het stuk voegt zich langzaam naar de mogelijkheden van de groep. Samen creëren we de wereld van het nieuwe stuk”, legt Van der Borst uit. “Daarom is het echt, ook als het heel bizar is. En het wordt nergens gênant.” Want, zo voegt de muziekleraar er aan toe, verstandelijk gehandicapten op het toneel, “dat kan echt heel erg zijn”. Als die rollen er eenmaal in zitten, krijg je ze er ook bijna niet meer uit, weet Van der Borst. Een productie wordt daarom ook lange tijd achter elkaar gespeeld.

Na afloop van de voorstelling van Heimweecafe komen Brian, die een perfecte Linke Joe vertolkte, en Fran, die Gevaarlijke Jack voor haar rekening nam, nog even nazitten. Het applaus en de complimenten glinsteren nog na in hun ogen. Van een echt gesprek komt het ondertussen nauwelijks, want praten is niet hun sterkste kant. “Ja”, beaamt Brian, “het is leuk om toneel te spelen. De muziek is heel mooi.” Even later komt ook Agnes er nog even bij zitten, die zichzelf als 'bloeddorstige Jenny' omschrijft. Ze was eerst verliefd op Brian, net zoals in het toneelstuk, maar nu zijn ze uit elkaar, laat ze weten. Terwijl ze haar armen om de muziekleraar heen slaat zegt ze: “nu ben ik op Ad”.

“Wat ik hoop te bereiken”, zegt Van der Borst, “is dat ik bijdraag aan hun gevoel van eigenwaarde en dat ik ze met deze muziek, het theater en het applaus andere werelden kan laten zien dan het busje, de school en Koos Alberts.”