Papoea-leider Wainggai sterft in gevangenis

JAKARTA, 14 MAART. Thomas Wainggai, een vooraanstaande Papoea-dissident die in de Cipinang-gevangenis in Oost-Jakarta een gevangenisstraf van twintig jaar uitzat, is dinsdagavond laat op weg naar een hospitaal overleden. Hij was 59 jaar oud.

Wainggai klaagde de laatste tijd over hevige buikpijnen, maar weigerde medicijnen. De doodsoorzaak staat nog niet vast en de familie heeft een autopsie geëist.

Het hoofd van de Cipinang-gevangenis, Mintarjo, vermoedt dat Wainggai is overleden aan een hartaanval tijdens de autorit naar een ziekenhuis van de Indonesische politie in de wijk Kramat Jati. Het lichaam is gisteren overgebracht naar het katholieke hospitaal Cipto Mangunkusumo, dat beschikt over koelcellen, in afwachting van autopsie door een arts van het Internationale Rode Kruis. Die laatste verblijft in Irian Jaya in verband met de gijzeling van 12 mensen, onder wie twee Nederlanders, door de Organisatie Vrij Papoea (OPM). De sectie zal morgen plaatsvinden.

In de Irianese gemeenschap van Jakarta gonst het intussen van de geruchten als zouden 'anderen' de hand hebben gehad in Wainggai's dood. “Hij kreeg niet voor niets alleen eten van zijn familie”, aldus een Papoea-student. Volgens de activist voor de mensenrechten Jan 'Poncke' Princen, die regelmatig contact heeft met politieke gevangenen, zijn er “geen redenen tot verdenking jegens de autoriteiten”. Princen zegt dat Wainggai de laatste tijd elke medische bijstand weigerde en uiteindelijk tegen zijn wil naar het ziekenhuis is gebracht.

In de jaren tachtig was Thomas Wainggai voorzitter van de Beweging Vrij Melanesië. Anders dan de OPM, die ijvert voor onafhankelijkheid van de Indonesische provincie Irian Jaya, kwam Wainggai's beweging op voor een verenigd West-Melanesië, dat zowel Irian Jaya, Papoea Nieuw Guinea als het eilandstaatje Vanuatu zou moeten omvatten.

Wainggai studeerde in 1969 af in de rechten aan een Japanse universiteit en promoveerde in 1985 aan de Florida State University. Hij was geruime tijd als ambtenaar verbonden aan het provinciale planbureau in Jayapura, de hoofdstad van Irian Jaya.

Op 14 december 1988 stroomden zo'n honderd leden van zijn beweging samen op een veldje in Jayapura. Ze zwaaiden met nationalistische vlaggen, zongen Melanesische liederen en luisterden naar een redevoering van Wainggai. In augustus 1989 werd deze tot twintig jaar cel veroordeeld wegens separatistische activiteiten. Zijn Japanse vrouw Teruko, die de Melanesische vlag naaide, kreeg acht jaar en werd in 1993 in vrijheid gesteld.

Gezien de geruchtenstroom in Irianese kring vragen waarnemers zich bezorgd af of de dood van Wainggai, een van de grote helden van de Papoea's, gevolgen zal hebben voor het lot van de twaalf gijzelaars die nu al meer dan twee maanden worden vastgehouden door een strijdgroep van de OPM in het Centrale Bergland van Irian.

Een delegatie van het Internationale Rode Kruis had afgelopen weekeinde in Port Moresby, de hoofdstad van het buurland Papoea Nieuw Guinea, een onderhoud met de OPM-leider in ballingschap Mozes Weror. Die gaf hen een brief mee voor Kelly Kwalik en Daniel Yudas Kogoya, door Weror aangesproken met respectievelijk 'regionaal commandant' en 'commandant te velde' van het OPM-leger in het hoogland. Hij gelast hun de gevangenen in vrijheid te stellen. “Sinds het gijzelingsdrama begon is de wereldgemeenschap zich zeer wel bewust geworden van onze strijd”, aldus de brief. Dinsdag overhandigde het Rode Kruis deze brief aan beide guerrilla-leiders. Kwalik zou inmiddels hebben toegezegd de twaalf te laten gaan, maar hij zei niet wanneer.