Onderwijsraad uit scherpe kritiek op achterstandsbeleid

DEN HAAG, 14 MAART. De Onderwijsraad uit scherpe kritiek op het kabinetsvoorstel om gemeenten een grotere rol te geven in het bestrijden van onderwijsachterstanden bij leerlingen. De Grondwet staat niet toe dat gemeenten kunnen bepalen op welke manier scholen het geld daarvoor inzetten. Ook gaan de plannen te veel uit van “behoeften en mogelijkheden in de grote gemeenten”.

Dit schrijft de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister van Onderwijs, in een advies aan staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs). De plannen bieden voor een deel zeker verbeteringen, erkent de raad, maar het kabinet gaat te ver in het afstaan van bevoegdheden.

Het adviesorgaan meent dat gemeenten alleen uitvoerende taken kunnen overnemen van het rijk. In de plannen van het kabinet krijgen gemeenten bij het zogenoemde decentraliseren van het achterstandsbeleid zo veel te zeggen over de besteding van geld dat de vrijheid van inrichting van scholen “ten principale en in belangrijke mate” wordt aangetast, zo schrijft de raad. Nu gaat dat geld volgens een bepaalde verdeelsleutel nog rechtstreeks van het rijk naar de scholen.

De raad wijst er op dat volgens het wetsvoorstel gemeenten in sommige gevallen zelf zullen bepalen hoe het geld voor bestrijden van onderwijsachterstanden moet worden ingezet. Die bevoegdheid hebben ze in het kabinetsvoorstel als er geen overeenstemming kan worden bereikt met een schoolbestuur over een onderwijsachterstandsplan. De raad acht echter die zeggenschap in strijd met de Grondwet.

De Onderwijsraad voorziet ook dat kleine gemeenten niet in staat zullen zijn een eigen plan voor het bestrijden van achterstanden op te stellen. Ze ontberen daarvoor veelal de deskundigheid. Ze zullen die moeten inhuren, wat waarschijnlijk ten koste gaat van het budget voor de achterstandsbestrijding.