Mitterrand als sjeik

Het levenseinde van François Mitterrand kwam niet onverwacht - integendeel, het was al jaren geleden aangekondigd -, maar het kwam toch nog als een verrassing. Hetzelfde geldt voor de familieleden die verschenen bij zijn begrafenis. Dat er, om zo te zeggen, twee gezinnen Mitterrand waren, was allang in beperkte en al enige tijd in brede kring bekend, maar hun werkelijke aanwezigheid bij de begrafenis was toch een verrassing.

Beide gebeurtenissen, dood en begrafenis, hebben tot heel wat gesprekken en commentaren aanleiding gegeven. Ze hebben bovendien ons spraakgebruik verrijkt of, liever gezegd, herijkt. Wie had immers gedacht nog eens in de krant woorden als 'maîtresse' en 'natuurlijke dochter' te zullen tegenkomen? Die termen waren allang uit ons spraakgebruik verdwenen. Maar plotseling leek de negentiende eeuw te zijn weergekeerd en met de 'Maîtresse en titre' zelfs het Ancien régime.

De reacties op deze emotionele gebeurtenissen waren gemengd en soms verrassend. Zo sprak ik een vooraanstaande vrouwelijke arts, getrouwd met een nog vooraanstaander Frans historicus, beiden links en linkeroever, die in uiterste verontwaardiging over de aanwezigheid van de twee vrouwen uitriep: “Dit is Frankrijk. Wij hebben hier geen behoefte aan Arabische sjeiks!” Zo had ik het eerlijk gezegd nog niet gezien.

Er waren dus heel wat verschillende reacties en het zou interessant zijn deze te relateren aan verschillende aspecten, zoals de nationaliteit, de politieke voorkeur of het geslacht van de betrokkenen. Hier ligt een prachtig onderzoeksveld voor een student communicatiewetenschappen, althans als er onder dezulken een is te vinden die Frans kent. Ik kan hier niet meer doen dan enkele suggesties geven voor zijn onderzoeksplan.

François Mitterrand was een politicus en het ligt dus voor de hand met de politieke affiniteit te beginnen. Hij was een uitgesproken linkse politicus en men zou dus kunnen verwachten dat er een sterke positieve correlatie zou bestaan tussen een linkse politieke voorkeur en een positief oordeel over de ontslapen president. Maar dat is niet zo. Natuurlijk zong de Parti socialiste de lof van haar vroegere leider, maar er waren ook heel wat kritische commentaren, met name uit kringen rond de door Mitterrand zo verfoeide en vernederde Michel Rocard. Rechts daarentegen leek de overleden president plotseling te omhelzen met een hartstocht die, gezien alle haat die vroeger over hem was uitgestort, verbazingwekkend mag heten. Chirac sloot zijn aartsvijand in zijn hart en bondskanselier Kohl pinkte een traan weg.

Links-rechts was dus geen belangrijk criterum. De nationaliteit lijkt belangrijker. De Fransen beleefden kennelijk een moment van nationale eenheid, zoal niet van grandeur. Hoe zat het met de buitenlandse reacties? In Nederland waren deze nogal sceptisch. Zowel de persoon van Mitterrand als het resultaat van zijn werk werden uiterst zuinig gewaardeerd. Misschien heeft dit iets met de traditionele Nederlandse afkeer van de Fransen te maken, misschien iets met ons al even traditionele moralisme en calvinisme, misschien ook iets met het verschil tussen een klein en een groot land. Opvallend was bijvoorbeeld dat de Economist, toch geen vriend van Frankrijk of van het socialisme, veel minder negatief oordeelde. Maar Engeland is natuurlijk een land waar men met de dilemma's van de Realpolitik en de praktijk van power politics vertrouwd is. In een land waar Francis Urquhart een overtuigende premier kan zijn - al is het in een televisieserie - moeten wel heel andere ideeën bestaan over de politiek dan bij ons.

In de diverse reacties speelden deze elementen alle een rol, maar de belangrijkste variabele, zo lijkt het, was de man-vrouwkwestie of, om het moderner te zeggen, de gender issue. Mannelijke commentatoren schreven over de politiek van de president, maar over zijn privé-leven lieten zij zich nauwelijks uit. Vrouwelijke columnisten daarentegen deden het omgekeerde. Zij leken niet erg geïnteresseerd te zijn in de publieke, maar wel in de particuliere aspecten van dit zo gecompliceerde bestaan. Dit is trouwens een vrij algemeen verschijnsel. Mannelijke columnisten schrijven voornamelijk over het publieke en vrouwelijke over het privé-domein.

Het is moeilijk, gezien het vrij geringe aantal commentaren, hierin een duidelijke lijn of patroon te ontdekken, maar een thema dat nogal eens opdook, was de vrouwelijke suggestie dat mannen dat wel mooi vonden, die twee vrouwen aan dat graf. Ergens las ik zelfs dat dit een echte mannendroom zou zijn: vrouw en 'maîtresse' - het woord stond er echt! - samen op de begrafenis.

Ik weet het niet. Ik ken maar weinig mannen, eigenlijk maar één en die nog niet eens zo erg goed, namelijk mijzelf, en ik heb het er met mijzelf nog niet over gehad. Ook niet met anderen trouwens. Maar ik heb nog nooit een man horen zeggen dat het zijn droom is dat zijn vrouw en 'maîtresse' beiden, ja samen, op zijn begrafenis verschijnen. Ik heb dit ook nog nooit ergens gelezen. Integendeel, in de uitvoerige literatuur over dit onderwerp, komt men heel andere en doorgaans veel minder romantische verlangens tegen. De meest gehoorde klacht van vrouwen is immers dat mannen maar één ding willen: geen gezeur.

Wat de betreffende commentatrices mijns inziens uit het oog verloren, was het feit dat het bij deze begrafenis niet zozeer om de 'maîtresse' als wel om de 'natuurlijke dochter' ging. Dat is vreemd, want welke ouder Van Nu en Straks zou niet begrijpen dat die dochter daar natuurlijk bij wilde zijn en dat die daar, even natuurlijk, niet alleen, maar met haar moeder wilde zijn. Ik zou geneigd zijn te denken dat vrouwen zoiets nog beter zouden moeten begrijpen dan mannen. Wat trouwens opviel, is dat hiervoor in Frankrijk veel begrip bestond. Natuurlijk trok de zaak de aandacht, maar van verontwaardiging viel niet veel te merken. Sterker nog, in vele reacties, ook van vrouwen, viel eerder iets van bewondering en begrip te bespeuren.

Verrassender was dat heel wat Franse vrouwen nog een stap verder gingen. Vaak immers werd het eindoordeel over dit alles samengevat in de verzuchting: “Le président aimait les femmes”. En die uitspraak was niet bedoeld als kritiek, maar als een uiting van sympathie en waardering. Dit nu lijkt mij iets dat in Nederland ondenkbaar is. Een president of een prins kan van alles houden, van kreeft en kaviaar, van Ferrari's en F16's, van jagen en schieten, van ballet en boetseren, van roze champagne, witte bourgogne en rode bordeaux, van zijn eigen vrouw of van een andere of zelfs van allebei, maar de uitspraak: “De president hield van vrouwen”, alsof het om oesters, renpaarden of labradors gaat, die lijkt mij in Nederland ondenkbaar.

Het gaat dus, zo lijkt het, uiteindelijk niet om politieke, nationale of zelfs gender-verschillen, maar om een cultuurverschil.