Indische olifant gebruikt zelfde seksuele lokstof als motten en vlinders

Vrouwelijke Indische olifanten (Elephas maximus) geven via chemische toevoegingen aan hun urine hun vruchtbaarheid en bereidheid tot paren aan. Zoveel was wel duidelijk uit de speciale interesse van olifantbullen voor de urine van koeien die in oestrus verkeren. Maar om welke lokstof of seksueel feromoon gaat het hier? Onderzoek in de dierentuin van Portland, Oregon, heeft aan het licht gebracht dat de zwaarlijvige dieren wat dit betreft een treffende overeenkomst vertonen met vlinders (Nature, 22 feb.).

Olifantkoeien hebben een bijzonder lange oestrus-cyclus. Voor de ovulatie roept hun bij stieren in sterke mate de 'flehmen'-reactie. Veel mannelijke zoogdieren brengen aan de voortplanting verbonden lokstoffen in contact met het orgaan van Jacobson in het harde verhemelte. Ze tonen daarbij een specifieke gezichtsuitdrukking, die met onder meer de naar achteren getrokken mondhoeken ten onrechte een onaangename gewaarwording suggereert.

Bij Indische olifanten is de flehmen-respons extra herkenbaar: de stieren gebruiken er op een bepaalde manier hun slurf bij. Met de 'vinger' aan het slurfuiteinde brengen ze een te analyseren urinemonster in contact met de gepaarde openingen van het chemo-sensorische orgaan in het voorste gedeelte van het harde gehemelte. Die handeling is een duidelijke maat van de interesse van de stieren voor urinemonsters. Aan de hand daarvan kon worden vastgesteld bij het voortzetten van verschillende monsters om welk bestanddeel het ze te doen was, en uiteindelijk kon dat ook worden geïsoleerd.

Controle aan de hand van kunstmatige oplossingen leverde extra informatie. Bij elke nieuw aangeboden substantie tonen de stieren weliswaar interesse, maar meestal was die van korte duur. Alleen voor een oplossing met de geïsoleerde stof was de belangstelling bij herhaald aanbieden blijvend, zoals dat bij een feromoon verwacht mag worden.

Het in dit opzicht werkzame bestanddeel bestaat voor 93 procent uit (Z)-7-dodecen-1-yl acetaat; de overige drie procent komt voor rekening van (E)-7-dodecen-1-yl acetaat.

De eerste stof wordt ook door de vrouwtjes van tegen de honderddertig soorten insekten gebruikt, als onderdeel van hun strategie om mannetje te lokken, vooral door vlinders. Olifanten onderscheiden zich in dit opzicht nauwelijks van sommige motten en uiltjes.

Dat olifantkoeien en insektevrouwtjes hetzelfde molekuul gebruiken is volgens de onderzoekers een opvallend voorbeeld van convergente evolutie. Vermoedelijk is het vooral de vluchtigheid die deze stof zeer geschikt maakt als feromoon en organismen uit totaal verschillende hoeken van het dierenrijk in dezelfde gebruiksrichting bewogen heeft.

Aan de vraag in hoeverre de kleine gebruikers zich door bronstige olifantkoeien op een dwaalspoor laten brengen, wagen de onderzoekers zich niet. Wel melden zij dat andere urinebestanddelen (eiwitten) vermoedelijk bijkomende kenmerken aan het chemische signaal verlenen. Als volgende stap zullen zij de werkzaamheid van de gevonden lokstof op Afrikaanse olifanten (Loxodonta africana) uitproberen.