'Idylle' van Dunblane voorbij na moord op zestien kleuters

LONDEN, 14 MAART. De verslagenheid is groot in het Schotse stadje Dunblane. Zo'n stadje met ruim 7.000 mensen waar buren elkaar nog kennen, waar kinderen nog buiten spelen, waar nooit iets gebeurt. Maar binnen drie minuten maakte de 43-jarige Thomas Hamilton gistermorgen aan die idylle een einde.

Even gericht als zinloos leegde hij in de gymnastiekzaal van de openbare school in Dunblane één voor één zijn vier geweren. Uit klas P1 wist maar één van de 29 kinderen aan dat spervuur te ontkomen. Zestien kinderen werden gedood en twaalf gewond van wie enkelen zeer ernstig. Ook hun 44-jarige onderwijzeres vond de dood terwijl ze drie kleuters met haar lijf probeerde te beschermen. Twee andere onderwijzers die Hamilton op weg naar de gymzaal was tegengekomen, liepen schotwonden op. Ten slotte schoot de moordenaar zichzelf door het hoofd.

Het bloedbad in Dunblane is de grootste massamoord in de Britse geschiedenis. Negen jaar geleden vielen zestien doden bij een al even bloedige schietpartij in het marktplaatsje Hungerford.

Op de klassefoto die vandaag op de voorpagina van alle Britse kranten staat lachen ze nog, al die vijf- en zesjarige kinderen voor wie het leven nog moest beginnen. Olijk, schichtig, verwachtingsvol kijken ze naar de camera. Maar klas P1 zal nooit meer leren lezen. De school blijft voor onbepaalde tijd gesloten. Dunblane is gedompeld in rouw.

Met Dunblane treurt een hele natie, verenigd in onmacht omdat ze onschuldige kinderen niet tegen de waanzin van een maniak kon beschermen. De Britse krant The Independent heeft de voorpagina vandaag van een rouwrand voorzien. Voor één dag begroeven ook de parlementariërs hun politieke tegenstellingen om zich te voegen bij de rouwenden om Dunblane. Vragen over het Britse wapenbeleid en de beveiliging van scholen komen later aan de orde. Geen van de partijen wenste gisteren politieke munt uit een massamoord te slaan.

Op een gezamenlijke persconferentie konden de aangeslagen minister voor Schotse zaken, Michael Forsyth, en zijn geschokte Labour-tegenhanger George Robertson hun emoties maar moeilijk bedwingen. Robertsons kinderen hebben nog op de getroffen school gezeten. Forsyth in wiens kiesdistrict de slachting plaatshad, heeft de massamoordenaar op zijn spreekuur gehad. Hij verwoordde het ongeloof van velen: “Dit is de laatste plaats waar je zo'n tragedie verwachten zou.”

De moordenaar was in Dunblane geen onbekende. Hij woonde zes kilometer verderop in het plaatsje Stirling en stond bekend als een eenzelvige, werkloze vrijgezel met twee passies: jeugdwerk en de schietvereniging.

Pag.5: De moordenaar wilde al jarenlang eerherstel

In het werken met kinderen, bij voorkeur jongens, voelde hij zich ten onrechte beknot. Drieëntwintig jaar geleden was hij ruim een half jaar leider bij de padvinders geweest maar de scoutingbeweging had hem aan de dijk gezet na beschuldigingen van onregelmatigheden op een jeugdkamp.

Sindsdien streefde Hamilton onophoudelijk naar eerherstel. Afgelopen vrijdag stuurde hij nog een brief naar de beschermvrouwe van de Britse padvinders, de koningin. Daarin verweet hij de scoutingbeweging dat ze zijn reputatie had besmeurd. Onlangs bezorgde hij in Dunblane ook huis-aan-huis een pamflet waarin hij geruchten tegensprak dat hij jongetjes te grazen nam.

Ziekenbroeders die als eersten op de plaats van het bloedbad arriveerden, beschreven de gymzaal als “een middeleeuwse versie van de hel”.

Het meest ijzingwekkend vonden ze nog de volmaakte stilte die er heerste. Overlevenden waren letterlijk met stomheid geslagen. Een vijfjarig jongetje dat in zijn bovenarm was getroffen kon alleen maar in stilte naar zijn hevig bloedende verwonding wijzen. Woorden en geluiden had hij niet meer ter beschikking voor wat hem was overkomen.

Nadat via radio en tv geleidelijk het verpletterende nieuws tot het slaperige Dunblane doordrong, maakte zich een massale ontzetting van de bevolking meester.

Ouders die hun kinderen nog maar kort tevoren bij de school hadden afgezet, spoedden zich terug naar de plaats van het onheil, vaak al van verre de naam van hun kinderen schreeuwend. In de school werden de ouders gescheiden als op de Dag des Oordeels.

In eén kamer de ouders wier kinderen waren beroofd van het leven. In een hal de 'gelukkigen' wier kinderen fysiek ongedeerd waren gebleven. Maar voor geen van hen zal Dunblane nog ooit het vredige Dunblane worden. Eén maniak kan de gemoedsrust van een hele stad verstoren. Deze massamoord laat in Dunblane niemand onberoerd.