Eén kapitein op het schip; Ronald Krom vecht voor de Nederlandse funk

Ro & Paradise Funk: 16/3 Tivoli, Utrecht, 23/3 Patronaat, Haarlem, 5/4 Atlantis, Alkmaar, 7/4 Paaspop, Schijndel, 13/4 Hedon, Zwolle, 27/4 Kelder, Amersfoort, 5/5 Bevrijdingspop, Haarlem.

Funk in Nederland: heeft zo'n typisch Amerikaanse muziekvorm hier wel bestaansrecht? Alleen als die muziek zo vitaal en oorspronkelijk klinkt als op de titelloze debuut-cd van Ro & Paradise Funk, de nieuwe groep van gitarist en zanger Ronald ('Ro') Krom. Met zijn vroegere groep Gotcha! (nog steeds actief in een uitgedunde bezetting) maakte hij gogo en p-funk naar Amerikaans voorbeeld.

Bij Gotcha! voelde Ro zich de bandleider, die nummers bedacht en arrangeerde en die de zaak op het podium in goede banen leidde. Nu is hij de baas over zijn eigen muziek en laat hij zich bij optredens begeleiden door de beste funkmuzikanten die voor een in Nederland op te brengen honorarium te huur zijn. Daarnaast speelt hij gitaar bij de Raggende Manne. Hij werkte een tijdlang in Japan, als discjockey en bedrijfsleider van een nachtclub in de toeristenwijk van Tokyo. Terug in Nederland liep hij met zijn ziel onder de arm, totdat zanger Bob Fosko hem als gitarist bij de Raggende Manne vroeg. Een louterende ervaring, vindt Ro, omdat geen twee optredens hetzelfde zijn. “Het mooie van die band is dat ze nog nooit in hun bestaan gerepeteerd hebben. Alles is spontaan, zelfs op de laatste cd waaraan ik heb meegewerkt en die bewust wat muzikaler en strakker is uitgevallen dan de waanzinnige geluidserupties en woede-aanvallen die op eerdere platen stonden.”

Zijn tijd met Gotcha! beschouwt Ro als een leerschool, waarbij hij aan de hand van zijn favoriete soul-, funk- en hiphopmuziek leerde hoe je een song in elkaar kunt zetten waar een persoonlijk gevoel uit spreekt. Het cd-debuut van Ro & Paradise Funk ziet hij als een momentopname, omdat de band alweer enkele stappen verder is. “Bij Gotcha! werd ik door mijn toenmalige bandleden uitgemaakt voor een dictator. Nu werk ik met muzikanten die afzonderlijk hun hoofd boven water kunnen houden in de muziekwereld en die gewend zijn om zich in dienst te stellen van een muzikale visie. Op dit schip ben ik de enige kapitein.”

Na zijn ervaringen in Japan vindt hij Nederland klein en bekrompen. “In Amsterdam zien ze je liever over je gitaarsnoer struikelen, dan dat ze laten merken dat ze de muziek mooi vinden. In Tokyo voelde ik me minder beknot in mijn enthousiasme. Iemand als Candy Dulfer is er een superster en zelfs van obscure Nederlandse house-platen staan er exemplaren in de bakken. Een hoogtepunt in mijn muzikantentenbestaan was het moment waarop ik een plaat van Gotcha! aantrof in de grootste platenwinkel in Tokyo en de winkelbediende me hartelijk met de plaat feliciteerde. Ik voelde me een jochie uit Haarlem met zijn versterkertje in de oefenruimte, die er toch maar mooi in geslaagd was om zijn muziek de hele wereld over te sturen.”

Aan de Amerikaanse invloeden in zijn muziek valt niet te ontkomen, vindt Ro. “Alle goede funk- en soulmuziek komt er oorspronkelijk vandaan en ik kan onmogelijk ontkennen dat ik een fan ben van Marvin Gaye en van Sly Stone. In mijn jonge jaren heb ik vaak gedacht dat ik liever in een zwart lichaam was geboren, maar daar ben ik inmiddels overheen. Er zijn genoeg blanke muzikanten die zich het gevoel van de zwarte muziek eigen hebben gemaakt. Kijk maar naar Little Feat en de Average White Band, of meer recent Jamiroquai en de Beastie Boys. Uiteindelijk draait het om de groove.”

Hij is een stuk zakelijker geworden, sinds hij voor het eerst het kantoor van een platenmaatschappij binnen stapte. “In het begin dacht ik dat je in een land met vijftien miljoen inwoners wel zo'n half miljoen platen moest kunnen verkopen. Toen werd me verteld dat een Nederlandse groep al blij mocht zijn met 5.000 verkochte exemplaren. Uiteindelijk hebben we dat met twee cd's van Gotcha! ruimschoots gehaald, maar je wordt vanzelf realistischer. Het is onzinnig om duizenden guldens aan een videoclip uit te geven, als die vervolgens maar twee keer op tv wordt vertoond. Het is al eervol genoeg, dat ik als bandleider verantwoordelijk ben voor het honorarium van de beste muzikanten die ik me kan wensen.”