'Controle premies is onvoldoende'

DEN HAAG, 14 MAART. De controle van de bedrijfsverenigingen op werkgevers schiet tekort. De bedrijfsverenigingen innen de premies voor de werknemersverzekeringen zoals de WW en WAO en lopen “aanzienlijk bedragen” aan inkomsten mis doordat ze geen boetes opleggen aan werkgevers die in gebreke blijven.

Tot die conclusie komt de Algemene Rekenkamer in het gisteren gepubliceerde rapport 'Premie-inning door bedrijfsverenigingen en belastingdienst'. De Rekenkamer controleert de overheidsuitgaven op doelmatigheid en rechtmatig heid.

De Belastingdienst, die de premies voor de volksverzekeringen - zoals AWBZ en AOW - int, scoort betere dan de bedrijfsverenigingen “maar ook hier kan het proces vervolmaakt worden”.

Belastingdienst en bedrijfsverenigingen controleren te weinig of de werkgevers het juiste bedrag aan premie afdragen. De keuze welke werkgevers worden gecontroleerd, blijkt niet gebaseerd te zijn op een inschatting van de risico's op fraude. Ook worden de bedrijven minder dan gemiddeld eens in de vijf jaar gecontroleerd; na vijf jaar kan wegens verjaring geen naheffing meer plaatsvinden.

De bedrijven in de horeca worden het minst gecontroleerd, gemiddeld eens in de twintig jaar, terwijl de horeca volgens de Rekenkamer “een risicovolle branche” is. Het meest gecontroleerd wordt er in de bouw, bijna eens in de vijf jaar.

In totaal bedroeg de premie-opbrengst van de sociale zekerheidswetten in 1994, het jaar van onderzoek, jaar, 117 miljard gulden. De minister van sociale zaken en werkgelegenheid heeft een algemene verantwoordelijkheid voor de premie-inning en moet zich informeren over de uitvoering van de regels.

Bedrijfsverenigingen en de ministers van sociale zaken en financiën hebben positief gereageerd op de belangrijkste aanbevelingen van de Rekenkamer. Het gaat daarbij met name om de controle-frequentie en een betere afstemming van de invorderingsprocedures tussen fiscus en bedrijfsverenigingen.