Chinees leger ligt kwalitatief ver achter op Taiwan

De recente manoeuvres van het Chinese Volksbevrijdingsleger in de nabijheid van de 'afvallige provincie' hebben behalve het streven de aanstaande presidentsverkiezingen op Taiwan te manipuleren, nog een doel: oefenen. En dat is hard nodig ook. Ondanks de voortgaande modernisering bevinden de Chinese strijdkrachten zich nog lang niet op kwalitatief gelijke voet met het westen of westers uitgeruste legers, zoals dat van Taiwan. Een grootschalige invasie van het meer dan 100 kilometer van het Chinese vasteland verwijderde eiland behoort dan ook niet tot de mogelijkheden.

De verovering van - het zou een logische volgende stap op de escalatieladder zijn - de kleine Taiwanese eilandjes Quemoy (Kinmen) en Matsu, op slechts enkele kilometers van het vasteland, vereist kennis van combined operations. De Chinese strijdkrachten hebben met dit type operaties, waarbij verschillende strijdmachtonderdelen nauw met elkaar samenwerken, nauwelijks ervaring. Wanneer China de eilandjes wil bezetten moet het rekening houden met geweldige verliezen. De Verenigde Staten gaan er daarom op dit moment van uit dat een aanval op Taiwan niet aan de orde is. “Het gaat hier om de grootste campagne van psychologische oorlogvoering sinds de Tweede Wereldoorlog”, aldus een Amerikaanse regeringsfunctionaris.

Vanaf het midden van de jaren tachtig maakten de strijdkrachten van de Volksrepubliek een begin met het loslaten van de doctrine die veertig jaar lang de rode draad van het Chinese defensie-concept was geweest. Kleinere en mobielere eenheden namen gaandeweg de plaats in van de logge formaties die waren georganiseerd volgens Mao's mobilisatie van de massa's: iedereen een kalasjnikov - althans de Chinese kopie daarvan. Tot diep in de jaren zeventig was deze doctrine doeltreffend, maar toen zijn economische macht toenam, wilde China zich ook militair in de regio laten gelden.

Vloot en luchtmacht kregen voorrang bij de modernisering. Fregatten, bevoorradingsschepen en patrouillevliegtuigen begonnen zich regelmatig te vertonen bij de Spratly-eilanden in de Zuidchinese Zee. Verouderde MiG's werden voorzien van westerse elektronica.

In de jaren negentig gingen de Chinese wapenproducenten vooral in de voormalige Sovjet-Unie wapens kopen. Het bijna bankroete Rusland gooide immers alles waarover het land beschikte in de verkoop, ook het meest geavanceerde wapentuig. Zo schafte China in 1992 26 Soekhoi-27 Flanker gevechtsvliegtuigen aan, in alle opzichten de tegenhanger van de Amerikaanse F-15. Vorig jaar kochten de Chinezen nog eens bijna honderd Soekhoi's.

Ook kocht China in Rusland vier moderne 'kilo' onderzeeboten, ultramoderne S-300 luchtafweerraketten en 10 zware Iljoeshin-76 transportvliegtuigen voor een snelle reactiemacht. De landen in de regio zagen deze aankopen met enige argwaan aan. “China moderniseert om zijn macht ver buiten de grenzen te laten gelden”, heette het in de Singaporese krant The Straits Times. “We moeten er rekening mee houden dat de veiligheidssituatie in de Stille Oceaan snel verslechtert”, luidde zelfs een rapport van het ministerie van Defensie van het verre Australië naar aanleiding van de Chinese militaire opbouw. Landen in Zuidoost-Azië vroegen de Verenigde Staten daarom ondanks het einde van de Koude Oorlog hun militaire presentie niet te verminderen.

Met de aanschaf van al dat materieel namen ook het zelfvertrouwen en de ambitie van de Chinese militairen toe, vooral die van de marine. Die vestigde een 'wetenschappelijk station' op Antarctica en in 1988 brachten Chinese oorlogsbodems zelfs drie Vietnamese patrouillevaartuigen tot zinken. In oktober 1994 schaduwde een nucleaire aanvalsonderzeeër van de Han-klasse het Amerikaanse vliegdekschip Kitty Hawk dat in de Gele Zee kruiste. De Chinese onderzeeboot werd weliswaar 24 uur per dag in de gaten gehouden, maar bezorgde Amerikaanse marinewoordvoerders spraken toch over een 'incident'.

Het Chinese zelfvertrouwen grenst volgens westerse militaire analisten aan zelfoverschatting. Jane's Fighting Ships, de jaarlijks uitgegeven mondiale marine-bijbel, schat dat de Chinese zeestrijdkrachten 10 tot 15 jaar achterlopen: er zijn weinig landingsschepen, de communicatiemiddelen zijn verouderd en geïntegreerd opereren is er niet bij. Deze achterstand zou zich bij een treffen met bijvoorbeeld de Amerikaanse marine vertalen in een totale Chinese nederlaag. Voor de luchtmacht van de Volksrepubliek geldt precies hetzelfde. De overgrote meerderheid van de gevechtsvliegtuigen bestaat uit kopieën van modellen die tot wel veertig jaar geleden in de Sovjet-Unie werden ontworpen.

De invoering van de moderne Soekhoi-27's doet geen afbreuk aan dit beeld. Het zijn er bijvoorbeeld al te weinig om een constante aanwezigheid boven een bepaald gebied te garanderen. Bovendien is het Russische trainingsprogramma nog niet afgerond. Taiwanese afluisterstations hebben geconstateerd dat er op de thuisbasis van de Soekhoi's, 300 kilometer te westen van Shanghai, nog steeds Russisch door de ether klinkt.

Een grootschalige invasie van Taiwan zit er dus niet in. Voor een landing is luchtoverwicht nodig en die kan de Chinese luchtmacht niet garanderen en het ontbreekt de marine aan logistieke en organisatorische capaciteiten voor de amfibische oorlogvoering op een schaal die hiervoor nodig is.

De 'afvallige provincie' Taiwan is een groot, tot de tanden bewapend en onzinkbaar vliegdekschip. Twee jaar geleden kwam aan de oostkust van Taiwan een complete ondergrondse luchtmachtbasis gereed waar in een oorlogsituatie 200 vliegtuigen zijn gestationeerd, onkwetsbaar voor Chinese ballistische raketten. En hoewel het grootste deel van de Taiwanese luchtmacht bestaat uit vliegtuigen uit de jaren zeventig - vooral van het type Northrop F-5E Tiger II - bestaat nog altijd een grote technologische voorsprong op de toestellen van de Volksrepubliek. Ook het ontwerp van een nieuw gevechtsvliegtuig van Taiwanese bodem, de Indigenous Developed Fighter, IDF - I Don't Fly, heet het spottend in de Taiwanese militaire pers - heeft zwakke kanten, maar ook dit toestel wordt superieur geacht. Daarbij komt nog dat Taiwan zwaar heeft geïnvesteerd in de luchtverdediging.

De militaire operaties van China hebben intussen weinig indruk gemaakt in Taiwan. Het afvuren van de ongeladen raketten en de grootscheepse oefeningen hebben volgens opiniepeilingen in Taiwan een averechts effect gehad op de stemming onder de bevolking. Met de komst van twee Amerikaanse vlootonderdelen opgebouwd rond de vliegdekschepen Independence en Nimitz is een Chinese zeeblokkade van Taiwan ook nauwelijks meer een optie. Althans, het is niet aannemelijk dat de Amerikaanse carrier battle groups in deze gespannen sfeer de schepen waarmee zo'n blokkade zou moeten worden uitgevoerd in hun nabijheid zouden dulden. Op die manier zouden de Amerikaanse vlooteenheden een soort maritieme safe areas of veilige corridors voor het scheepvaartverkeer, waarvan de Taiwanese economie afhankelijk is, kunnen verschaffen.

De Chinese keizerlijke oorlogstheoreticus Sun Tzu schreef vijfentwintig eeuwen geleden al: wie sterk is, moet zwakte veinzen. Zijn opvolgers kennen blijkbaar hun klassieken niet, want in de Taiwanese kustwateren lijken ze nu precies het omgekeerde te doen.

De huidige situatie in het Verre Oosten doet denken aan een patstelling in een western: who blinks first? Het eerste potentiële schietterrein bevindt zich in dat geval naar verwachting op Quemoy en Matsu. Indien Taiwan niet 'met de ogen knippert' móet China wel, om gezichtverlies te voorkomen, reageren. Een verovering van één, of beide eilandjes is dan geen onaannemelijke move. Dit zal niet zonder slag of stoot verlopen: op Quemoy zijn bijvoorbeeld 30.000 Taiwanese troepen gelegerd. Bovendien heeft Taiwan bijna vijftig jaar over de verdediging van deze voorposten kunnen nadenken. Hoe moeilijk het is om met een benodigde combined operation een eiland te veroveren ervoeren de Amerikanen nog in 1983 bij hun stuntelige offensief tegen Grenada, dat werd verdedigd door slechts een paar honderd Cubaanse soldaten. Als China níet met de ogen knippert zullen zware verliezen het resultaat zijn.