Celebrations en hippe gebeurtenissen

Bont beschilderde doodskisten, champagne en keltische offerbroden, niets is de hedendaagse nabestaande te gek om een begrafenis van een persoonlijk tintje te voorzien. Op de dood schijnt een taboe te rusten, maar wie een willekeurig uitvaarttijdschrift openslaat, ontdekt dat ons land juist een bloeiende dodencultuur kent.

Het vrolijke kwartaalblad Doodgewoon volgt al twee jaar lang de trends in doodgaan en begraven. Uit het tijdschrift blijkt dat rouwrituelen steeds minder aan tradities zijn gebonden. Daarvoor in de plaats zijn zeer uiteenlopende gebruiken gekomen, kleurrijker en met meer ruimte voor persoonlijke wensen. Volgens het blad komt deze nieuwe trend voort uit de aidsepidemie van de jaren tachtig, toen een hele reeks jonge trendsetters stierven die hun begrafenis op geheel nieuwe wijze konden aankleden.

In Doodgewoon wordt veel aandacht besteed aan nieuwe grafkunst en alternatieve begraafmethodes. Zo staat er in het lentenummer een artikel over begrafenisonderneming Transforma, een hippe Amsterdamse club waar elke uitvaart een 'celebration' is en waar sterven 'weggaan' wordt genoemd. De rouwkamer van Transforma is in een discotheek gevestigd. Nabestaanden kunnen rustig een videootje kijken en blijven logeren.

Hoogtepunt van deze Doodgewoon is een vraaggesprek met Karel van het Reve. De vraagstelling is houterig en schoolkrant-achtig, maar de grappen van de gevierde essayist maken veel goed. Van het Reve wil terzijnertijd gecremeerd worden, maar hij zegt ook wel iets voor een begrafenis te voelen: “Om op zo'n kerkhof te liggen rotten, dat heeft ook wel iets moois.” Voorts toont de 74-jarige zich een voorstander van de 'pil van Drion'. (Huib Drion heeft een paar jaar geleden gesuggereerd dat alleenstaanden boven de zeventig zouden kunnen beschikken over een middel om een einde aan hun leven te maken, red.) Dat lijkt Van het Reve wel makkelijk, maar ook griezelig: “Ja, het is een beetje gevaarlijk om zo'n pil in huis te hebben. Dan denk je, 'zal ze hem nu al door mijn koffie hebben geroerd, of zal ze het volgende week doen'. Dat drinkt niet lekker weg.”

Naast het onafhankelijke Doodgewoon zijn er ook enkele tijdschriften die door uitvaartverzekeraars worden uitgegeven. Deze worden alleen onder leden verspreid. De meesten, zoals Dela Kroniek en AVVL-Magazine zijn zouteloze verenigingsblaadjes. Ze zijn niet in de winkel verkrijgbaar, maar ze kunnen toch behoorlijke oplagen bereiken. Het blad Dela Kroniek heeft bijvoorbeeld 830.000 lezers.

Verzekeringsmaatschappij De Facultatieve geeft het redelijk lezenswaardige blad Ooit uit. De laatste Ooit staat in het teken van begrafenismuziek. Vroeger werd op een uitvaart een Ave Maria of een psalm gezongen, maar tegenwoordig kun je alle soorten muziek verwachten. Toch blijft Mieke Telkamp, 'de koningin van de aula's', de onbetwiste nummer één met haar hit Waarheen, Waarvoor. Daarnaast wordt er tegenwoordig ook vaak om live-muziek gevraagd. Ooit juicht de diversiteit toe, maar maant ook tot enige matiging. Genres als punk, 'experimentele jazz', house en carnavalskrakers acht het blad niet geschikt voor een uitvaartdienst: “Of u iemand een geweldig plezier doet met 'Worstjes op mijn Borstjes' is twijfelachtig.”

Wie wat meer wil weten over de praktische kant van begraven, kan te rade gaan bij de vakbladen De Uytvaert en Het Uitvaartwezen. In de laatste staat, naast de maandelijkse sterftecijfers, een interessante analyse van de huidige hausse in de dodencultuur. Volgens het blad werd de maatschappij in de jaren zestig en zeventig beheerst door het maakbaarheidsdenken. De dood werd bezworen door hem te ontkennen en weg te stoppen. Nu - na de grote vertwijfeling van de jaren tachtig - is er weer ruimte voor doodgaan en rouwen. Door de ontkerkelijking hebben we de oude riten echter uit het oog verloren. De individualistische maatschappij verzint daarom maar haar eigen rituelen, of leent ze van een andere cultuur.

Vooral interessant aan de vakbladen zijn de advertenties. Daarin wordt een keur aan prachtige kisten, grafstenen, auto's en koeltafels aangeboden, alsmede een soort reuzegeurvreters, “want niet alleen voor u, maar ook voor nabestaanden kan stank behoorlijk vervelend zijn”. Met al die mooie nieuwe spulletjes en gebruiken zou je toch bijna vergeten dat doodgaan een onaangename zaak is.