Bolwerk Nijmegen herleeft in kwaliteitsarm ijshockey

NIJMEGEN, 14 MAART. Het was een wedstrijd van niks, maar de ruim duizend toeschouwers stonden op de banken en zongen strijdvaardig van “We worden kampioen” en “Mason neem je rotzooi mee”. Uit dank voor de verbale steunbetuigingen en zoveel onvoorwaardelijke clubliefde wierpen de ijshockeyers van Nijmegen na afloop in al hun enthousiasme bossen met bloemen naar de al even uitgelaten fans op de tribunes.

In deze opgefokte sfeer versloegen de Fulda Tigers gisteravond voor eigen publiek regerend landskampioen CVT Tilburg Trappers van coach Doug Mason met 5-2. Door de overwinning trok de bekerwinnaar uit Nijmegen de stand gelijk (3-3) in de best of seven-reeks om de nationale titel. Morgenavond is in de Tilburgse Pellikaan-hal de beslissende wedstrijd.

IJshockey in Nederland, het blijft een beetje voetballen op de maan. De schermutselingen op de schaatsovaal aan de Heyendaalseweg hadden weinig van doen met de sport, die in Nederland de laatste jaren steeds verder wegkwijnt. Liefhebbers van technisch verfijnd ijshockey kwamen gisteravond bedrogen uit met het agressieve gestoei en moeizame gekrabbel van de gehelmde ijsworstelaars. Het gebrek aan techniek compenseerden beide ploegen met ongebreidelde werklust en fysiek beulswerk. Alleen Nijmegen-internationals Theo Krüger (drie doelpunten) en doelman Honoré Loos wisten zich te onderscheiden in het kwaliteitsarme strijdgewoel.

Maar toegegeven, de spanning vergoedde veel, zoniet alles en spanning kan de noodlijdende sport dezer dagen wel gebruiken. De verrichtingen van de zes eredivisieclubs in de nationale competitie en -bekerstrijd zijn bij gebrek aan topspelers uit het buitenland volgens kenners en volgers het aanzien nauwelijks meer waard.

Niettemin gloort de hoop op beter, aldus voorzitter J. Ponsioen van de Nederlandse IJshockeybond (NIJB). Sterker nog, het vaderlandse ijshockey heeft weer toekomst volgens de bondsvoorzitter. Met dank aan Nijmegen, benadrukt Ponsioen. “Deze club is een voorbeeld voor het totale Nederlandse ijshockey. Het heeft dit seizoen bewezen dat ook zonder een grote bak met financiën een grootse prestatie neer is te zetten.”

Twee jaar geleden behaalde Nijmegen de landstitel. De euforie verstomde al snel toen het bestuur kort daarop bekend maakte dat de club bankroet was. Jaren van financieel wanbeleid en geldverslindende aankopen hadden hun tol geëist. De licentie-aanvraag voor het nieuwe seizoen diende het bestuur al niet eens meer in. De club was op sterven na dood. “Er lagen twee scenario's: de boel laten springen of een beetje tegen beter weten in alsnog hopen op een hoofdsponsor”, blikt Nijmegen-voorzitter J. Vullers terug.

Het laatste gebeurde. Zij het op de valreep toen bandenfabriek Fulda uit Helmond bereid bleek op te treden als een bescheiden geldschieter. IJshockey in Nijmegen was voorlopig gered, maar de financiële marges waren smal. De club nam noodgedwongen afscheid van zijn semi-professionals. Oudgedienden en jeugdspelers namen kosteloos hun plaats in. Zelfs onkostenvergoedingen keerde het bestuur niet uit. Vullers: “Ik ben een troubleshooter. Soms moet je over lijken gaan en impopulaire maatregelen nemen.”

Met de terugkeer naar het amateurisme nam Nijmegen in 1994 een voorschot op het besluit dat de NIJB afgelopen zomer nam. Onder het motto 'uithuilen en opnieuw beginnen' en voortbordurend op het vernietigende rapport Eredivisie ijshockey in de verlenging dwong de bond tijdens het zomerreces de zes overgebleven eredivisionisten tot de zogeheten nul-optie. Semi-professionalisme was voortaan uit den boze, reden waarom de buitenlandse toppers vertrokken. Doel van de dwingende maatregel was tweeledig: de krachtsverschillen minimaliseren en de financiële huishouding van de clubs saneren.

Ponsioen: “Deze stap was broodnodig. Met z'n allen waren we op een heilloze weg beland. De suikerooms hadden het voor het zeggen. Zij kochten het kampioenschap en vertrokken vervolgens zonder ook maar iets structureels achter te laten.” Wat de bondsvoorzitter betreft wordt de maatregel voor onbepaalde tijd verlengd. “Dat zal ongetwijfeld tot de nodige kritiek leiden, maar dat robbertje wil ik wel aan. Niemand kan mij overtuigen van de noodzaak om de nuloptie los te laten. Daar wil ik mij helemaal gek voor vechten als het moet.”

Vullers is dezelfde mening toegedaan. “De target is om op termijn het semi-professionalisme terug te brengen. Maar dan wel op verantwoorde wijze. Voorlopig kies ik ook voor volgend seizoen voor de huidige aanpak, misschien met hier en daar wat kleine aanpassingen. Maar geloof me, het is niet over met het ijshockey. Echt niet, kijk maar naar ons.”