Berlijns 'Mitte' gaat weer bloeien; De gouden Friedrichstrasse

Met de opening van de eerste Galeries Lafayette buiten Frankrijk is een begin gemaakt met het herstel van de Berlijnse Friedrichstrasse. Zal de straat die in de achttiende eeuw door de soldatenkoning Friedrich Wilhelm I werd aangelegd als marsstraat weer een 'Pracht- en Glittermeil' worden?

Het was slecht tafelen met de DDR-economie. Dat is duidelijk.'' Claude Fabre leunt achterover in zijn stoel en trekt de mouwen van zijn donkerblauwe krijtpak iets omhoog. Een gouden schakelarmband fonkelt tevoorschijn. Fabre is tevreden. De opening van 'zijn' Galeries Lafayette, op 28 februari in het oude centrum van Berlijn, was succesvol. Alle captains of industry, investeerders en hoge ambtenaren waren op het VIP-gala aanwezig. En toen een dag daarna de lege champagneflessen waren opgeruimd, de sigarettepeuken uit de tapijten gevist en de bloemstukken weggeborgen, konden de deuren open voor het publiek.

In grote massa's zijn de Berlijners toegestroomd, dat eerste weekend van maart. Ze hebben zich vergaapt aan de futuristische architectuur van bouwmeester Jean Nouvel, in de rij gestaan voor Bretonse oesters en crotins in 'Lafayette Gourmet' in de kelder en boven bij de damesmode deux-pièces en neonkleurig lycra gestreeld. Fabre heeft de leiding over de eerste Galeries Lafayette buiten Frankrijk, waar 70 van die warenhuizen zijn. Hij schat het aantal bezoekers die eerste zaterdag op 150.000. De toevloed was zo groot dat de politie de deuren van het glaspaleis aan de Friedrichstrasse een paar keer heeft moeten sluiten voor het publiek.

Een historisch moment is de opening van het warenhuis al genoemd. Historisch omdat het het begin symboliseert van het nieuwe Berlijn na de Wende, waarin het oude en vroeger communistische stadsdeel Mitte haar rol als luxueus centrum van de stad weer zal opeisen. En de Friedrichstrasse - in de achttiende eeuw door de soldatenkoning Friedrich Wilhelm I aangelegd als marsstraat - zal weer de 'Pracht- en Glittermeil' worden die ze in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw was. Dat hopen de Duitsers althans, en de Fransen, want zij hebben de eerste gok gewaagd.

“We kunnen ons geen fouten permitteren, ook geen beginnersfouten”, zegt Fabre. Daarom kijkt hij verstoord op als het licht op de eerste verdieping, waar zijn kantoor is gehuisvest, uitvalt. Fabre heeft zijn tweehonderd verkopers, van wie het merendeel uit Oost-Berlijn komt, een grondige opleiding gegeven. “Door middel van rollenspellen hebben we het personeel geleerd vriendelijk tegenover de klanten te zijn. Dienstbaarheid en vriendelijkheid staan bij ons voorop.” Het zijn eigenschappen, zo weet Fabre, waar de Berlijners moeite mee hebben. “Dus heb ik iedereen duidelijk gemaakt dat we allemaal in dezelfde boot zitten. Hun en mijn toekomst hangt af van het succes van deze onderneming. De klanten moeten tevreden naar huis gaan, anders komen ze niet meer terug.”

Het klinkt wat omineus, maar Fabre heeft nu nog weinig reden tot optimisme, al doet hij wel alsof. Het is de vraag of de Berlijners, zodra hun eerste nieuwsgierigheid is bevredigd, na de openingsweken zullen blijven komen en niet weer teruggaan naar hun oude vertrouwde Kaufhaus des Westens (KaDeWe) bij de Kurfürstendamm. Daar zijn de prijzen ongeveer gelijk en is het assortiment groter. Lafayette verkoopt alleen Franse delicatessen, parfums en mode.

Fabre en alle andere ondernemers die zich in de Friedrichstrasse hebben genesteld, mikken op toeristen en klanten uit de regeringswijk die in het jaar 2000 om de hoek aan de Spree zal worden opgeleverd. Tot die tijd moet Lafayette het trekpaard zijn, dat de Friedrichstrasse het nieuwe millenium invoert. Fabre vindt dat vanachter zijn met straatstof beslagen kantoorramen een uitdaging: “Wij willen over een tiental jaar kunnen zeggen: wij waren als eersten bij de wedergeboorte van Berlijns centrum.”

Om de huidige onzekerheid te maskeren, juichen onderin de etalages van Galeries Lafayette de borden je optimistisch toe: “De toekomst is al begonnen!” En boven aan de gevel wapperen de vlaggen: Paris-Berlin voila, alsof Lafayette op het trottoir is neergelegd als een ei van Columbus. In werkelijkheid ging er veel tijd en veel geld overheen. Een slordige 1,4 miljard Duitse mark heeft de bouw gekost van de 'Friedrichstadt-Passagen' waar Lafayette deel van uitmaakt. Het is een van de grootste particuliere bouwprojecten van Europa. Naast het glazen blok van Nouvel met z'n koepel als een space-shuttle, zullen in de loop van dit jaar nog twee andere, in omvang vergelijkbare complexen openen. Het 'quartier' van Lafayette (want dit is de Franse buurt van Berlijn, met de Franse dom op loopafstand) bevat 20.000 vierkante meter kantoorruimte, 10.000 vierkante meter winkelruimte en 950 vierkante meter woonruimte voor luxe studio's. Een ondergrondse parkeergarage biedt ruimte aan 300 auto's.

In 1992 werd de eerste steen van het gebouw gelegd, maar lang voordat de muur viel in 1989, zegt Fabre, bestond er al overleg tussen Erich Honecker, president van de DDR, en Galeries Lafayette om hier een chic warenhuis te bouwen. In 1991, met de grote Westerse Rembrandt-tentoonstelling op het 'Oostduitse' Museuminsel, was de grond bouwrijp. De hijskranen konden komen.

Het is een beeld dat ook vandaag de dag het aanzien van de Friedrichstrasse bepaalt. Wie vanuit het noorden de straat inloopt, vanaf de kunstwoesternij Tacheles bij de Oranienburger Tor, ziet de kranen tegen de horizon afsteken. Bulldozers, heimachines en vrachtwagens doen brullend hun werk, van 's ochtends zeven tot 's middags vijf. Straten zijn opgebroken of helemaal afgesloten, bergen zand en kiezelstenen versperren voetgangers de weg.

De eerste bouwput is bij het metrostation Friedrichstrasse dat helemaal vernieuwd wordt. Het station is nu al een van de drukste knooppunten van S- en U-Bahne tussen Oost en West, en zal tegen de tijd dat de regering haar intrek neemt in de Reichstag en de gebouwen langs de Spree nog grotere mensenmenigten dan nu moeten verwerken. De zwervers die zich met een brandend olievat in een barak naast het station hebben verschanst tegen de kou, zingen vrolijk liedjes met een fles bier in hun hand. Maar voor hoelang nog? En op het marmer voor het Internationale Handelzentrum, van waaruit de Oostduitse regering eens kolen en goedkope consumptie-artikelen verhandelde, stort een punker een blik voer leeg voor z'n hond.

Richting Unter den Linden wordt het bouwverkeer nog drukker. Auto's wringen zich door de chaos heen. Voetgangers slenteren in dikke rijen naar het van verre al herkenbare zwart blikkerende ontwerp van Nouvel. Wie niet vies is, wordt het wel, en de winkelier die hier zijn waren aan een rek buitenhangt, is gek of blind voor het stof. Stijgers en bouwputten rijgen zich tot een ketting van blokken aaneen. De Lindencorso - op de hoek Friedrichstrasse en Unter den Linden - zal 27.000 vierkante meter aan kantoren en winkels te bieden hebben als het gigantische gebouw tegen de zomer klaar is. Iets verderop verrijst de Hofgarten am Gendarmenmarkt, waar het Four Seasons Hotel wordt geopend en alweer veel kantoren zullen komen. Vervolgens zijn daar de drie bouwblokken van de Friedrichstadt-Passagen en nog verder zuidelijk, bij Checkpoint Charlie, wordt de weg geblokkeerd door een enorme bouwput: hier komt het American Business Center. Bijna alles kan nog worden verhuurd.

Ze maken dezelfde fouten als in de andere Westduitse steden”, zegt een reclameman uit West-Berlijn later in het elitaire Literaturhaus in de Fasanenstraat. Hier ontbijt het cultureel verantwoorde West-Duitse publiek tot twee uur 's middags met muesli en croissants, ondertussen z'n FAZ en z'n Berliner Tagesspiegel lezend. “Langs de Friedrichstrasse komen alleen winkels en kantoren te staan, terwijl iedereen die steden als Keulen, Düsseldorf en Frankfurt kent weet dat dat funest is voor de sfeer in de binnenstad.” Hij waarschuwt: “Na sluitingstijd wordt het in het Mitte een verlaten woestijn.”

Voor de bombardementen op Berlijn in de Tweede Wereldoorlog was de Friedrichstrasse een weg vol tingeltangel cafés, variété-theaters en winkels. Lunchrooms en kroonluchter-cafés als Bauer en Kranzler waren en zijn ook nu nog beroemd, al kan het personeel de plotseling toegenomen drukte niet aan. Ook prostituées en bordelen bevonden zich rond de Friedrichstrasse. “Het stikt hier van de hoeren”, merkte de Berlijnse kunstenaar George Grosz op. De tippelaars zijn allang weg, die vinden hun klandizie op de Kurfürstendamm en zullen zich voorlopig niet tussen de bouwputten in Berlijn-Mitte wagen. Theaters zijn er nog steeds, ten noorden van het metrostation Friedrichstrasse, dus een stuk verwijderd van de 'gouden inkoopmijl' waar Lafayette aan ligt. Bovendien zijn ze behoorlijk in verval.

Erhard Otto Müller en Werner Jahn zijn bestuursleden van het Haus der Demokratie. Het gebouw, in 1877 in gebruik genomen als brouwerij, ligt op een van de meest begeerde plekken van de Friedrichstrasse, schuin tegenover Lafayette. Vanuit dit gebouw opereerde de eerste legale oppositiepartij in de geschiedenis van de DDR, en na de val van de Muur besloot het bestuur van de SED het gebouw te ontruimen voor burgerinitiatieven. Vier verdiepingen vol ecologisch verantwoorde en vrouwen-uitgeverijen, een ingenieursbureautje voor Koerden, een Turkse advocatenpraktijk, een museum voor 'onzichtbare kunst' en nog tientallen andere van dit soort onderneminkjes.

Müller hangt relaxed onderuitgezakt in een stoel. Ja, hij is zich er heel goed van bewust 'op gouden grond' te zitten. Het stichtingsbestuur van het Haus der Demokratie is inmmiddels in een rechtszaak verwikkeld met een steenkolensyndicaat dat zich na de eenwording van Oost- en West-Duitsland in 1991 als eigenaar van het gebouw opwierp. De bezittingen van het syndicaat, waarvan de grootste aandeelhouder tijdens de Tweede Wereldoorlog de Reichswerke Hermann Goering waren, vielen na de oorlog aan de staat toe. Müller is niet bang dat het Huis ontruimd zal worden. “Deze straat heeft ons nodig.”

Müller en Jahn, en alle burgerbewegingen en onderneminkjes die onder dit dak zitten, zouden van de Friedrichstrasse graag een “multicultureel centrum” maken. “De Friedrichstrasse is nooit alleen maar een winkelstraat geweest”, zegt Müller. Dus moeten er meer cafés komen, meer plaats voor (betaalbare) woningen en theatertjes. Op 18 maart organiseert het bestuur van het huis een forumavond, waar vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de gemeente en - zo hoopt Müller - de bewoners die er nog zijn in de Friedrichstrasse, kunnen discussiëren over de toekomst van het oude Berlijnse centrum.

Dat is rijkelijk laat. Vier jaar is weinig tijd om nog veel aan de bestaande plannen te veranderen. 'Top-Standort Friedrichstrasse' staat daarvoor al te hoog in de steigers.