Ambtenarenduo ontpopte zich als schaduwcollege

Onder ambtenaren op het stadhuis in Emmen heerste de afgelopen jaren een sfeer van angst en onzekerheid door het 'schrikbewind' van twee topambtenaren. Burgemeester Lensen hield het duo te lang de hand boven het hoofd.

EMMEN, 14 MAART. Hoe heeft het zover kunnen komen in Emmen? Veel raadsleden vroegen het zich de afgelopen dagen vertwijfeld af. De “spijkerharde analyse”, die het rapport van het managementsbureau Boer Croon Group gaf van het verziekte werkklimaat op het stadhuis, legde de bestuurlijke chaos bloot en bracht de zaak, na jarenlang sudderen, in een stroomversnelling. Intimidaties, bedreigingen, woedeuitbarstingen, schending van privacy, aanwijzingen voor exorbitant declaratiegedrag en snoepreisjes van vele duizenden guldens door twee topambtenaren.

De collegeleden en de meeste raadsfracties staken hun koppen meestal in het zand als ze de geruchten vernamen. Partijen die de signalen over het “schrikbewind” wel doorspeelden, werden door burgemeester Lensen steevast gerustgesteld: het betrof hier slechts enkelingen en een reorganisatieproces roept nu eenmaal spanningen op, zo legde hij uit.

Hij en de overige collegeleden wilden dat ook maar al te graag geloven. De dominante Lensen had nu eenmaal een blind vertrouwen in de directeur middelen en de algemeen directeur. Dat ze zich zo langzamerhand ontpopten als een machtig schaduwcollege nam hij op de koop toe. Maar het college zelf werd daardoor steeds machtelozer en verloor de greep op de organisatie. De meeste ambtenaren vervielen in lethargie: ze berustten of vertrokken. Voor kritische geesten was geen plaats meer op het stadhuis, aldus het BCG-rapport. De enkeling die wel aan de bel durfde te trekken met een klacht over het machtsmisbruik, werd niet serieus genomen. Zo erg zal het toch wel niet zijn?

Zo erg was het wel. Toen ambtenaren geen gehoor kregen bij het college zochten ze voor hun frustraties een uitlaatklep in de pers. Het Nieuwsblad van het Noorden berichtte over het machtsmisbruik, onthulde dat het topmanagement vele tienduizenden guldens besteedde in de plaatselijke horeca, over dure uitjes en een perenhouten bureau van een halve ton dat de directeur middelen zou hebben besteld. Lensen stelde de raad keer op keer gerust: de berichten klopten niet en waren zwaar overdreven. De boodschapper van het slechte nieuws kreeg een veeg uit de pan: Lensen beschuldigde het Nieuwsblad van “stemmingmakerij” en “onfatsoenlijke” journalistiek.

Maar het beeld dat in de media werd geschetst bleek nog erger dan de werkelijkheid. Lensen bood de journalist onlangs publiekelijk zijn excuses aan voor de gemaakte misrekening. De Emmer burgemeester besefte dat de door BCG omschreven crisissfeer vele malen erger was dan hij ooit had kunnen denken. Het rapport trof hem en zijn wethouders als een mokerslag. Sommige ambtenaren waren zo bang dat ze zelfs niet met de onderzoekers van BCG op het stadhuis durfden te praten. Ook toen zouden ze door de algemeen directeur gewaarschuwd zijn dat eventuele onthullingen hun duur zouden komen te staan. De 'Big Brother is watching you-sfeer' mondde bij sommigen uit in een gevoel van paranoia: 'Kijk uit wie achter je loopt' en 'zeg vooral niet wat je denkt': de bureauspionnen staan op de loer. De gesprekken met ambtenaren hadden thuis of op neutrale locaties plaats.

Het verziekte klimaat tekent de machteloosheid van een falend bestuur, maar ook het manco van een scheefgegroeide ambtelijke structuur, waar het Generaal Management Team (GMT) meer macht bezat dan een gemeentesecretaris. De problemen in Emmen begonnen drie jaar geleden toen de jonge gemeentesecretaris J. van der Zande werd benoemd, tegen de zin van het GMT waarvan de beide directeuren deel uitmaakten. De ambitieuze Van der Zande kwam al rap in conflict met het topkader.

Zo keerde hij zich openlijk tegen de kwaliteitskaartmethode die bij de reorganisatie van het ambtelijk apparaat werd toegepast. De methode gaat er vanuit dat een organisatie pas kan veranderen als de leden ervan een persoonlijke groei doormaken, maar de gemeentesecretaris botste met Lensen en de directeuren, omdat hij geen enkel nut zag in gezamenlijke therapeutische sessies. Lensen dekte hem bestuurlijk niet. Wegens onverenigbaarheid van karakters werd hij ontslagen. Nadat Van der Zande dit ontslag bij de rechtbank met succes aanvocht, stelde hij een grondig onderzoek van de ambtelijke top als voorwaarde voor een eventuele terugkeer. Dit wees het college af.

Na het vertrek van Van der Zande trok het GMT alle macht naar zich toe. De functie van gemeentesecretaris werd geleidelijk uitgehold. Slechts enkele kleine partijen, zoals de SP en de RPF/GPV drongen aan op een extern onderzoek naar het functioneren van de ambtelijke top.

Het is opvallend en opmerkelijk hoe groot het vertrouwen was van Lensen in twee directeuren, die op den duur alle schijn tegen hadden. Hij schonk zijn vertrouwen aan de verkeerde mensen. Tel daarbij op dat een machteloos college steeds minder greep op de gebeurtenissen kreeg, plus een raad die zich liet afschepen en van de meeste kwalijke zaken niet op de hoogte was, en de oorzaak van het Emmer bestuurlijk fiasco is gegeven. Nu de vijf wethouders zijn afgetreden en de burgemeester zich op zijn positie beraadt, moet Emmen schoon schip maken. Krachtige bestuurders zullen de komende tijd hun handen vol hebben aan het terugwinnen van het vertrouwen. Niet alleen van de ambtenaren, maar ook van de burgerij. Of de hardwerkende 'doorbijter' Lensen de juiste persoon is om leiding te geven aan een nieuw college is de vraag.