'Aanval op huis van ANC-activist was vergissing'

DURBAN, 14 MAART. Een slachtpartij in 1987 in de Zuidafrikaanse provincie KwaZulu/Natal waarbij dertien mensen om het leven kwamen, was een vergissing. Dat heeft de voormalige Zuidafrikaanse soldaat Johan Opperman gisteren verklaard in een proces in Durban tegen oud-minister van Defensie Magnus Malan en negentien anderen.

De aanval was gericht op het huis van de ANC-activist Victor Ntuli in het zwarte woonoord KwaMakhutha. De bedoeling was slechts de activist te liquideren, maar het werd een slachtpartij waarbij dertien mensen, onder wie zeven kinderen, de dood vonden. “Ik was diep geschokt. Als we geweten hadden dat er vrouwen en kinderen in het huis waren had de operatie nooit plaatsgehad”, aldus Opperman, die de belangrijkste getuige is van de aanklager. Hij was betrokken bij de militaire training van aanhangers van de Zoeloebeweging Inkatha die het in KwaZulu/Natal tegen het daar steeds sterker worden ANC moesten opnemen. In ruil voor vrijwaring van strafvervolging heeft hij zich bereid verklaard tegen Malan en diens medestanders te getuigen.

Volgens Opperman was hij degene die de militaire inlichtingendienst vertelde dat het leger Inkatha moest helpen “omdat dat anders op zou houden te bestaan als beweging”. De toenmalige persoonlijke assistent van Inkatha-leider Buthelezi, Zakhele Khumalo, zou nauw betrokken zijn geweest bij het opstellen van een strijdplan.

De slachtpartij in het zwarte woonoord zou kolonel Van Niekerk, die samen met Malan terecht staat, ertoe gebracht hebben af te zien van “verdere offensieve operaties”. “Hij zei dat het een halsmisdrijf was en dat we er onmiddellijk mee moesten stoppen”, aldus Opperman.

Volgens de oud-soldaat waren negen van de twintig mensen die terechtstaan, betrokken bij de voorbereiding van de aanval op het huis van de ANC-activist. De naam van Malan noemde hij daarbij overigens niet. (Reuter)