Aanpassing landbouwbeleid nodig

Vier jaar na de MacSharry-hervormingen lijkt het Europese landbouwbeleid er beter voor te staan dan ooit. De geldverslindende graanvoorraden, rundvleesbergen en melkplassen zijn de afgelopen jaren nagenoeg verdwenen. Brussel heeft de export van graan zelfs aan banden moeten leggen om de strategische voorraad in Europa enigszins op peil te houden.

Toch is het een 'illusie' om te denken dat de huidige status quo kan worden gehandhaafd, meent Europees landbouwcommissaris Franz Fischler. Die overtuiging wordt breed gedeeld in de agrarische wereld. Alleen al door de steeds verdergaande produktiviteitsstijging worden nieuwe ingrepen over een aantal jaren onvermijdelijk om nieuwe overschotten te vermijden.

Twee belangrijke ontwikkelingen werpen daarnaast hun schaduw vooruit: een nieuwe onderhandelingsronde in het kader van de wereldhandelsorganisatie (WTO) over liberalisering van de landbouw én de uitbreiding van de Europese Unie in de richting van Midden- en Oost-Europa.

Het huidige EU-beleid is 'te duur' om zo maar te extrapoleren naar de arme Oosteuropese landen met een relatief grote agrarische bevolking. Nieuwe afspraken over liberalisering van de handel zullen de mogelijkheden voor 'gesubsidieerde uitvoer' verder inkrimpen.

Opvallend is dat in Nederland de discussie over de toekomst van het landbouwbeleid al is losgebarsten. Zowel minister Van Aartsen als de landbouworganisaties publiceerden vorige maand discussienota's om het debat op gang te brengen. De reden voor die vroegtijdige reactie is simpel: Nederland voelt er weinig voor om, zoals vier jaar geleden bij de hervormingsvoorstellen van landbouwcommissaris MacSharry, opnieuw te worden overvallen.

De MacSharry-hervorming betekende een fundamentele trendbreuk in het Europese landbouwbeleid. Traditioneel werden de boeren ondersteund via prijsgaranties en uitvoersubsidies. In 1992 werd besloten om de graanprijzen in drie etappes richting wereldmarktniveau te verlagen. Ter compensatie krijgen de boeren vanuit Brussel nu rechtstreeks inkomenstoeslagen - losgekoppeld van de produktie. Voorwaarde is wel dat ze een deel van hun grond (vorig jaar 12 procent) braak laten liggen. Het plan-MacSharry maakte de weg vrij voor ondertekening van het GATT-akkoord over liberalisering van de landbouw (inclusief afspraken over verplichte reductie van de gesubsidieerde export van landbouwprodukten).

In Nederland gaat de belangstelling vooruit uit naar de zuivel, de belangrijkste agrarische sector in ons land. De MacSharry-hervorming ging grotendeels voorbij aan de melkveehouders. Zij werden in 1984 al geconfronteerd met individuele beperking van de produktie via zogeheten melkquota. Aanvankelijk lokte die regeling felle protesten uit, maar die zijn geheel verstomd. De melkquota hebben gezorgd voor een bescherming voor de boeren, terwijl de prijzen relatief hoog bleven. Maar het stelsel heeft ook nadelen. Jonge boeren moeten veel geld investeren om aan quota (melkrechten) te komen. Het systeem 'bevriest' als het ware de structurele ontwikkeling van de sector. En het beperkt de mogelijkheden tot uitvoer (wegens de GATT-verplichtingen). Daarom vraagt de Nederlandse landbouw zich hardop af of het niet verstandiger is te kiezen voor afschaffing van het stelsel. In dat geval mogen de boeren op korte termijn rekenen op een forse prijsdaling, maar de Nederlandse zuivelindustrie is wel in staat om de concurrentie in Europa en daarbuiten in volledige vrijheid aan te gaan.

Landbouwcommissaris Fischler is tamelijk laconiek over de toekomst van de Europese landbouw. Hij bepleit voortzetting van de lijn-MacSharry van graduele prijsverlagingen in combinatie met inkomenstoeslagen. Ter rechtvaardiging van de inkomenssubsidies verwijst hij naar het toenemend belang van milieubescherming en natuurbehoud.

Sommige critici vinden Fischler te laconiek. Met name Groot-Brittannië en Zweden pleiten voor een radicale hervorming van het landbouwbeleid. In het zicht van de komende uitbreiding van de EU wordt handhaving van het beleid onbetaalbaar, is hun opvatting.

Fischler gelooft dat de toestroom van nieuwe lidstaten de eerste 10 á 20 jaar nog niet tot grote problemen zal leiden voor de Europese landbouw. Door de ineenstorting van de oude structuren is de landbouwproduktie in de meeste Oosteuropese landen drastisch ingekrompen, hoewel er grote verschillen zijn. De uitvoer van de EU naar die landen is de afgelopen zelfs flink gestegen.

Fischler gaat ervan uit dat de nieuwe lidstaten bij toetreding tot de EU op landbouwgebied krijgen te maken met overgangsregelingen (zoals eerder bij Spanje en Portugal). Ook vindt hij dat de boeren in Oost-Europa niet onmiddellijk aanspraak kunnen maken op dezelfde inkomenssteun als de EU-boeren. In het plan-MacSharry is immers besloten tot inkomenssteun ter compensatie van doorgevoerde prijsverlagingen. Maar in Oost-Europa zal zich het omgekeerde effect voordoen: door de te verwachten economische groei in die landen, mogen de boeren daar juist rekenen op prijsstijgingen. In dat geval is er ook geen aanleiding om inkomenscompensatie te geven.