Zware onderwerpen met een lichte toon

Tijdens het Festival van het Ongespeelde Stuk in 1994 won Frank Houtappels (27) de eerste prijs met zijn komedie Aan het eind van de aspergetijd. Houtappels, die in 1992 als acteur afstudeerde aan de Toneelschool in Amsterdam en op het moment te zien is in de door Rieks Swarte geënsceneerde voorstelling, vond Mette Bouhuijs bereid zijn stuk te regisseren. De produktie gaat morgen in de Haarlemse Stadsschouwburg in première.

Voorstelling: Aan het eind van de aspergetijd. Na de première in Haarlem gaat het stuk op tournee t/m 6 juni

De zusters Aggie en Kitty zijn een toonbeeld van burgerlijke deugdzaamheid en Hollandse liefdadigheidszin. Bestuurlijk werk voor Foster Parents-plan en Unicef, bloemschikken, de leesmap spellen en het organiseren van een inzameling van oude kleren en huisraad voor de Polen die in het Limburgse dorp asperges steken - de dagen van Aggie en Kitty zijn gevuld, hun levens ordelijk en overzichtelijk. Maar met de komst van het jongste zusje Francien, actrice in Amsterdam, is plotseling niets meer wat het leek. Oude vergeten wonden worden opengereten en nieuwe toegebracht. Dit alles in vaak even vinnige als spitse dialogen die een onweerstaanbaar komisch effect hebben.

“Mijn motivatie om dit stuk te schrijven”, licht Frank Houtappels toe op een dag dat hij even terug is in Amsterdam van een tournee door België met Edmund Ironside, “is de vraag hoe lang je onder het mom van goede bedoelingen en goede familieverhoudingen een hoop rottigheid kan gladstrijken. Is dat soms typisch Nederlands om daar maar niet over te beginnnen? Je weet: er is stront aan de knikker maar tien, twintig jaar lang komt het je beter uit het er niet over te hebben, ook al is iedereen ervan op de hoogte. Dat fascineert me. Een dorp met een seksschandaal bij voorbeeld, steeds komt het weer terug en vaak blijkt het om een publiek geheim te gaan dat opeens openbaar wordt.

“Ik wil het zelf leuk hebben als ik schrijf, daarom probeer ik zware onderwerpen op een luchtige toon aan de orde te stellen. Ik hou van komedies maar misschien schrijf ik ze wel omdat ik niet anders kan.

“De opdracht die ik mezelf had gegeven was een avondvullende voorstelling te maken. Op de toneelschool had ik wel stukjes van twintig minuten geschreven, maar ik vroeg me af of ik ook een boog van anderhalf uur kon maken. Ik wilde bovendien een stuk met alleen vrouwenrollen. Vrouwen van middelbare leeftijd en nog iets ouder. Een stuk over een jongen van 27 krijgt al gauw een dagboekeffect en dan denk je: wat heb ik eigenlijk te vertellen?”

Houtappels noemt zichzelf “erg verwend” door de gedachte dat zijn stuk nu gespeeld wordt door actrices met een staat van dienst als Nettie Blanken, Olga Zuiderhoek en Annet Malherbe. Enig uitzicht op een mogelijke enscenering van de tekst had hij tijdens het schrijven niet. Wel suggereerde Mette Bouhuijs, aan wie hij indertijd een ruwe versie liet lezen, hem het stuk te sturen naar Stichting Schrijverstoneel waarin regisseurs en dramaturgen zijn verenigd die zich tot taak stellen het schrijven van Nederlands toneel met behulp van opdrachten, adviezen en geënsceneerde lezingen te stimuleren.

Aan het eind van de aspergetijd dat op het Festival van het Ongespeelde Stuk in Theater Bellevue werd voorgelezen door onder anderen Nettie Blanken en Els Ingeborg Smits, is niet Houtappels' eerste stuk dat op de planken wordt gebracht. Vorig jaar regisseerde Albert Lubbers De Sterrentrek, een tekst die Houtappels schreef voor de tien ex-klasgenoten van de Toneelschool met wie hij onder de naam Stichting '92 af en toe een produktie uitbrengt. In een aantal humoristische sketches portretteerde hij zijn eigen generatie als een groep dolende twintigers naarstig op zoek naar werk, relaties en een gezin.

Hoewel Aan het eind van de aspergetijd minder herkenbaar autobiografisch is, wijst Frank Houtappels op een komieke passage gebaseerd op eigen ervaringen waarin Francien beschrijft hoe ze tegenwoordig speelt in “kleinere, experimentelere stukken” van jonge regisseurs met “originele ideeën”.

Houtappels: “Sinds ik van school ben heb ik niet te klagen. Ik heb tot nog toe vaak leuk werk gehad, al krijg je ook een hoop onzin over je heen. Ik heb eens auditie gedaan bij iemand nadat ik op een advertentie in de krant had gereageerd. 'Doe je schoenen maar uit, we gaan bewegen. Lekker los komen', zei hij. Daarna kreeg je vijf spelopdrachten en er werd een licht op je gezet. Maar de laatste opdracht was dat je niet in dat licht moest gaan staan en de opdracht niet moest spelen. Opeens is acteren dan toch zo'n stom vak. Als je niet oppast ben je overgeleverd aan dit soort toestanden.

“Om niet in een diep gat te vallen wilde ik na mijn afstuderen het liefst in vaste dienst bij één gezelschap. Maar na een paar jaar zie je opeens in dat het een voordeel is om vrij te zijn en te kunnen kiezen uit wat mensen je aanbieden. Natuurlijk blijft het iedere keer spannend of je genoeg te doen hebt. Voor volgend seizoen staat nu alleen nog maar vast dat ik een stuk ga spelen bij het Noord Nederlands Toneel, geregisseerd door Karst Woudstra, iemand met wie ik altijd al eens had willen werken.”

Ook zijn er plannen om een nieuw stuk te schrijven in opdracht van de gemeente Amsterdam. Er staat nog geen letter op papier, Houtappels loopt nog rond met niet meer dan een idee voor “een vrij zwartgallig verhaal” waarin hij waarschijnlijk “een lichte toon” zal aanbrengen: “Ik hou van een mooi verhaal maar het construeren daarvan neemt veel tijd in beslag, veel meer dan het schrijven van dialogen. Tsjechov kon dat goed, sfeer oproepen, een mooi rond verhaal maken en ronde personages met onderling complexe relaties.

“Op het moment vind ik het heerlijk om te schrijven omdat ik een heel seizoen gespeeld heb. Schrijven en acteren is een prettige combinatie, het vult elkaar aan. Achter de computer moet je alleen de discipline hebben een tekst af te maken. Ik ben gaan schrijven omdat ik in een overmoedige bui riep dat ik een stuk op papier zou zetten, maar als je eenmaal zit komt er altijd een moment dat je blijft hangen. Het scheelt als er dan iemand is die nieuwsgierig is naar wat je hebt gedaan en af en toe eens informeert naar de vorderingen.”