'Zet het goud om in klinkende munt'

Met het verdrag van Maastricht koerst Europa aan op de vervanging van de nationale valuta door één Europese munt. De goudvoorraad van De Nederlandsche Bank zou een rol moeten gaan spelen bij de criteria om toe te treden tot de EMU, vindt PvdA-senator Wöltgens. Goud versus staatsschuld en de rol van Sinterklaas.

Het wordt de nieuwe goudkoorts genoemd: de gestage stijging van de goudprijs sinds de jaarwisseling. Voor het eerst in twee en half jaar steeg de prijs van goud weer boven de 400 dollar per ounce (31,1 gram) gekomen. PvdA-senator Thijs Wöltgens wrijft zich in de handen. “Het is zeer lucratief voor minister Zalm om de goudvoorraad van De Nederlandsche Bank om te zetten in klinkende munt.”

De voormalige voorzitter van Tweede Kamerfractie van de PvdA steekt een sigaar op en vervolgt in een wolk van rook: “Ik geef Zalm de kans om de minister van Financiën te worden die in één kabinetsperiode de staatsschuld met het grootste bedrag terugbrengt. Voor een ambitieuze minister lijkt mij dat iets om met beide handen aan te grijpen.”

Tijdens de financiële beschouwingen pleitte Wöltgens december vorig jaar ervoor om de goudvoorraad te gebruiken bij het 'examen' van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De Miljoenennota 1997 wordt voor het kabinet-Kok de belangrijkste begroting, want op basis van deze begroting wordt de beslissing genomen of Nederland kan toetreden tot de EMU. Minister Gerrit Zalm van Financiën beschouwt deze begroting als de testcase van zijn beleid. “Dan kan ik worden beoordeeld ten aanzien van de vraag of wel voldaan is aan de eisen van een adequaat begrotingsbeleid”, zei Zalm tijdens de financiële beschouwingen.

In het verdrag van Maastricht zijn een aantal eisen gesteld ten aanzien van de overheidsfinanciën. Zo mag het begrotingstekort niet hoger zijn dan drie procent van het bruto binnenlands produkt. Volgens de meeste recente prognoses van het Centraal Planbureau daalt het overheidstekort volgens de EMU-norm van 3,2 procent in 1996 naar twee procent in 1997; voldoende om toe te treden tot de EMU.

Volgens het verdrag van Maastricht moet het quotiënt van staatsschuld en binnenlands produkt lager zijn dan zestig procent - en zo niet dan tenminste in een bevredigend tempo zakken naar dat percentage. De raad van ministers van financiën van de Europese Unie gaan binnenkort in conclaaf om het begrip 'bevredigend tempo' te definiëren.

De schuldquote bedraagt dit jaar 78,4 en daalt volgend jaar naar 77,6. Volgens Wöltgens waarschijnlijk te weinig om aan de kwalificatie 'voldoende mate' te voldoen en daarom wil de PvdA-senator de Nederlandse goudvoorraad in stelling brengen. Voor de sociaal-democraat een beproefd thema, want begin jaren tachtig brak hij als financieel-woordvoerder van de PvdA-fractie - maar nu in de Tweede Kamer - ook al een lans om een substantieel gedeelte van de goudvoorraad te verkopen. Een pleidooi dat toen werd gesteund door de fractie van D66. Woordvoerder Maarten Engwirda wilde het geld gebruiken om de woonlasten voor nieuwe huiseigenaren te verlichten. Wöltgens zag meer in een klassiek keynesiaans beleid om de economische groei weer aan te zwengelen. Nu wil de PvdA-senator het geld besteden aan een verlaging van de staatsschuld. Wöltgens: “Als de EMU er in 1999 komt, kun je De Nederlandsche bank niet meer beschouwen als een going concern. Dan moet je ervan uitgaan dat dit bedrijf bij de liquidatie zo veel mogelijk moet overhouden.” En daar wil de Wöltgens direct mee beginnen.

De waarde van de Nederlandse goudvoorraad wordt door De Nederlandsche Bank conservatief geraamd. Sinds 28 april 1993 tegen 13.600 gulden per kilogram. Deze waardering wordt berekend op basis van het laagste jaargemiddelde van het goud van de drie jaren die voorafgaan aan de herwaardering; en vervolgens nog eens verminderd met circa dertig procent. Op dit moment is de marktprijs van een kilogram goud ongeveer 20.940 gulden.

Wöltgens wil de waarderingsgrondslagen een reëler karakter geven. De herwaardering zou tot uiting moeten komen in de winstafdracht van De Nederlandsche Bank aan de enige aandeelhouder: de Staat der Nederlanden. De oud-leraar economie geeft een voorbeeld: stel de goudvoorraad staat voor 100 in de boeken, bij herwaardering blijkt de voorraad 130 waard te zijn. Het verschil van 30 moet worden uitgekeerd aan de staat. Volgens het meest recente jaarverslag van De Nederlandsche Bank bedraagt de goudvoorraad 1.082.000 kilogram die gewaardeerd is tegen een prijs van 13.600 gulden per kilo. Een herwaardering van het goud zou de schatkist, volgens Wöltgens, ongeveer 7,9 miljard gulden kunnen opleveren. De herwaardering - en de afdracht aan de staat - zou moeten plaatsvinden voordat de centrale bank haar goud- en deviezenvoorraad moet inleveren bij de Europese centrale bank in Frankfurt.

Zalm reageerde in december zuinig op de suggestie van Wöltgens. “We zullen ons beraden over dat deel van de reserves dat niet voor de Europese Centrale Bank nodig is. Ik neem daar graag wat tijd voor. Ik wil het zorgvuldig doen.”

Een probleem daarbij is dat nu niet duidelijk welk deel van de goud- en deviezenvoorraad De Nederlandsche bank moet inleveren bij het Europees Monetair Instituut. Het EMI in Frankfurt is de voorloper van het Europees Stelsel van Centrale Banken. De lidstaten hebben afgesproken dat deze Europese centrale bank start met een kapitaal van ongeveer 50 miljard gulden. Maar stel dat zes van de twaalf lidstaten van de Europese Unie zich kwalificeren voor de derde fase van de EMU moet dan het startkapitaal ongewijzigd blijven? Het verdrag van Maastricht geeft geen antwoord op deze vraag.

Een indicatie voor de gewenste omvang van de goudreserves of de totale reserves van de Europese centrale bank valt dus nog moeilijk te geven. Over de relatieve omvang kan wel wat worden gezegd. Als referentiekader is het EMU-verdrag te gebruiken. Hierin is een verdeelsleutel opgenomen voor de bijdrage van de centrale banken aan het EMI. Deze sleutel zal ook worden gebruikt bij eventuele winstuitkeringen aan de lidstaten. De verdeelsleutel is gebaseerd op twee aspecten: economische omvang en bevolkingsomvang.

Voor Nederland berekenden de economen Casper van Ewijk en Bert Scholtens van de Universiteit van Amsterdam een paar jaar geleden een gewicht van 4,7 procent. In vergelijking met de andere EMU-lidstaten heeft Nederland relatief veel officiële reserves. Volgens hun berekeningen zou De Nederlandsche Bank nog vijftig procent van de goudvoorraad kunnen verkopen om op hetzelfde niveau uit te komen als het gemiddelde van de EMU-lidstaten.

De Nederlandsche Bank heeft eind 1992 al een kwart van de goudreserve verkocht. In april van dat jaar ontwikkelde De Nederlandsche Bank het voornemen om een deel van de goudvoorraad te verkopen en de opbrengst toe te voegen aan de deviezenreserves. In juni bracht president Wim Duisenberg het plan ter sprake tijdens de wekelijkse lunch-ontmoeting met de minister van financiën. Saillant is dat in dezelfde maand de Nationale Bank van België ruim 200 ton goud verkocht.

De toenmalige minister van financiën, Wim Kok, aarzelde een moment en vreesde dat hij te boek zou komen te staan als de 'verpatser van het nationale goud'. Duisenberg legde zijn partijgenoot uit dat het juist het solide begrotingsbeleid en de sterke positie van de gulden de goudverkoop mogelijke maakten. En dat overtuigde Kok.

Het was een hachelijke transactie want de verkoop mocht niet tot een vertrouwensverlies in de gulden leiden en mocht niet leiden tot een verstoring van de goudmarkt. De 400 ton die werd verkocht staat gelijk aan bijna een kwart van de jaarlijkse produktie van alle goudmijnen in de wereld. Ter illustratie: wanneer de verkochte 'goudbroodjes' van 12,5 kilo en 26 centimeter lengte achter elkaar zouden worden gelegd, zou dat een goudader opleveren van 8,3 kilometer. “Een zeer hoge mate van geheimhouding is geboden”, schreef Duisenberg in een brief aan Kok.

De goudverkoop leverde De Nederlandsche Bank een bedrag van 7,5 miljard gulden op die in Amerikaanse dollars, Duitse marken en Japanse yens aan de deviezenvoorraad van de centrale bank zijn toegevoegd. De deviezen brengen, in tegenstelling tot goud, rente op. Hierdoor zou de winstafdracht van De Nederlandsche Bank aan de staat vanaf 1994 met 400 miljoen gulden stijgen.

In 1993 bedroeg de winstafdracht 2,0 miljard gulden en deze steeg tot 2,3 miljard gulden in 1994. Vorig jaar kelderde de afdracht naar 1,5 miljard gulden. Zonder de opbrengst van het goud zou de afdracht 1,1 miljard gulden zijn. Voor dit jaar rekent minister Zalm op een winstafdracht van 1,8 miljard gulden.

Volgens de economen Van Ewijk en Scholtens heeft De Nederlandsche Bank te weinig goud verkocht en te lang met de verkoop gewacht. Het goud is gemiddeld voor 18.800 gulden per kilo van de hand gegaan, terwijl het tien jaar eerder het dubbele zou hebben opgebracht. “En sinds eind 1992 is de goudprijs nagenoeg continu gestegen”, zegt Scholtens. “De Nederlandsche Bank is erin geslaagd om het goud op een historisch dieptepunt te verkopen.”

De toevoeging van de opbrengst aan de goud- en deviezenvoorraad is naar zijn mening 'overbodig en ongewenst'. Vanuit het geld- en valutamarktbeleid van de centrale bank bezien was er geen noodzaak voor een aanzienlijke vergroting van de deviezenportefeuille. Een betere besteding zou zijn geweest om het bedrag van 7,5 miljard gulden te beleggen in staatsopbligaties. Dat zou (tegen een rente van 7 procent) ieder jaar 525 miljoen gulden opleveren, in plaats dan de verwachte 400 miljoen gulden. “Maar de opbrengst had ook ten goede kunnen komen aan de schatkist om de staatsschuld te verminderen”, zegt Scholtens. Woorden die er bij Wöltgens ingaan als Gods woord bij een ouderling. Wanneer de 7,5 miljard gulden ten goede zijn gekomen aan de staatsschuld dan zou de EMU-schuldquote volgend jaar uitkomen op 76,5 in plaats van 77,6.

De Nederlandsche Bank zou volgens de Amsterdamse economen de helft van de goudvoorraad van 1.082.000 kilogram kunnen verkopen om op hetzelfde niveau uit te komen als het gemiddelde van de EMU-lidstaten. Op dit moment bedraagt de prijs voor een kilogram goud ongeveer 20.940 gulden. Wanneer opbrengst (541.000 kilo maal 20.940 gulden is 11,3 miljard gulden) in de schatkist zou worden gestort en wordt besteed aan reductie van de staatsschuld zou de EMU-schuldquote volgend jaar 1,7 procentpunt lager uitkomen op 75,9.

Direct betrokkenen typeren het rekenvoorbeeld als een 'goedkope truc'. De ballotage-commissie die in het voorjaar van 1998 beoordeelt of een land is geslaagd voor het examen, zal de 'truc' direct doorprikken omdat het om een éénmalige actie gaat. Anticiperend is Wöltgens niet onder de indruk van de kritiek van de Europese Raad, het EMI, de Europese Commissie en Ecofin (de raad van minister van Economische Zaken en Financiën) - allemaal zitten ze in de EMU-examencommissie. “In de nationale statistiek is onze staatsschuld zo'n dertig procentpunt hoger vanwege onder afwijkende keuze om de pensioen van ambtenaren te regelen via een pensioenfonds. In alle andere Europese landen betaalt de overheid de pensioenen uit de belastingen. Als hiervoor wordt gecorrigeerd voldoet Nederland al aan de EMU-criteria. Maar de verdragspartners gaan hiermee niet akkoord. Op de achtergrond zal het het ABP-vermogen wel een rol gaan spelen. Hetzelfde zou voor het goud kunnen gelden, en in ieder geval wordt het maatschappelijk nuttiger besteed dan nu. Het goud moeten we verzilveren voor het te laat is.”

De ideeën van de politicus Wöltgens en de wetenschappers Van Ewijk en Scholtens worden niet enthousiast onthaald door de bankiers aan het Amsterdamse Frederiksplein. “We gaan geen Sinterklaas spelen”, zegt een woordvoerder van De Nederlandsche Bank. “Verkoop of een creatieve herwaardering van het goud is absoluut niet aan de orde.”