Vrouwenprotest tegen berechting 'vriendjes'

UTRECHT, 13 MAART. Op de eerste dag van een rechtszaak tegen vijf van vrouwenhandel verdachte mannen hebben een aantal meisjes en vrouwen gisteren geprotesteerd tegen de vervolging van de verdachten.

De verdachten, vier broers en een vriend van tussen de 22 en 29 jaar oud, zouden ongeveer vijftien minderjarige meisjes eerst hebben verleid en daarna tot prostitutie aangezet. Vaak ging het om meisjes die van huis weggelopen waren.

De protesterende meisjes en vrouwen verklaarden “goede vriendinnen” van de verdachten te zijn. Tijdens de behandeling van de zaak bleven ze luidruchtig aanwezig. “Hé lieffie, zwaai eens” en “ik hou je van je hoor, wanneer gaan we trouwen”, luidden enkele van de steunbetuigingen.

Drie jonge vrouwen kwamen als getuige aan het woord. Eén van hen kreeg de zaal af en toe even stil, als ze vertelde over hoe zij door een van de vijf tot prostitutie werd gedwongen: “Ik heb veel klappen gekregen en ben toen voor hem gaan werken. Dat heb ik tweeëneenhalf jaar gedaan. Ik zit hier omdat hij moet weten wat hij me heeft aangedaan, dat moet iedereen weten. Ik was zwanger en hij heeft me tot de achtste maand laten werken.”

De eenentwintigjarige vrouw probeert mr. ten Broeke, de advocaat van haar ex-vriend, fel te overtuigen van de schuld van zijn cliënt. Zij zou ook andere prostituees hebben aangespoord aangifte te doen.

Een andere getuige sprak haar later tegen. “Een van de meisjes heeft mij gezegd dat zij voor zichzelf werkte, en niet voor hen”, aldus de vrouw. “Ze wilden werken om te sparen voor de toekomst, en ze waren zeker niet bang of zo. Als ze er een keer een tijdje mee stopten, kwamen ze later altijd vrijwillig weer terug. Die meisjes laten zich echt niet de kaas van het brood eten.”

President van de rechtbank Th. Clarenbeek wil nog twintig getuigen horen. Eén conclusie kon hij gisteren al trekken: zes zittingen zullen niet genoeg zijn. Hij vroeg de raadslieden preventief of ze niet al in juni op vakantie gaan.