Voor de vorm; Artistiek correct

Hielden ze maar op met dat eeuwige 'paars'. Wat nou paars? Het kabinet bestaat uit nogal kleurloze mensen (bij politici helemaal geen bezwaar, integendeel). De tinten van hun partijen zijn nauwelijks te onderscheiden op het smalle politieke regenboogje dat in dit land acceptabel is. Waarschijnlijk houden journalisten zo veel van de term 'paars' omdat het lijkt op het stoere 'geel' en 'rood' van het voetballen. Paars regeert klinkt bijna even lekker als die man krijgt geel. De stijl van voetbal kleurt de taal. En Oranje is geen koningshuis, maar kampióén.

Sinds kort weten wij ook wat 'de kunst van paars' is. In een combinatie van tijdloze roddelzucht en modieus cultuurbewustzijn heeft men de kabinetsleden gevraagd naar hun eigen lievelingskunstwerken, dingen dus die zij bezitten of om zich heen hebben. De antwoorden hangen, strak in hun lijstjes, tot Koninginnedag in Nieuwspoort. In Vrij Nederland van vorige week staan de ondervraagden met bijbehorend kunstwerk op foto's en geven zij commentaar. Wij lezen wat ze aanspreekt, inspireert, en soms zelfs ontroert. O ja, en boeit, zeker ook boeit.

Een enkele droogkloot kwam met een kunstwerk dat hij had overgehouden aan een officiële functie of een staatsbezoek; dat laatste geldt voor Aad Nuis, de man van de cultuur. Hij ging op de foto met een houten beeldje dat hij cadeau kreeg van Samora Machel, president van Mozambique - een reuze grappig mannetje volgens Nuis, voordat hij omkwam bij een 'schimmig vliegtuigongeluk'. Om te tonen dat hij zelf niet van de straat is voegt hij er nog aan toe dat het beeldje in serie moet zijn gemaakt. Tactvol optreden is Nuis' kracht geloof ik niet.

Maar het merkwaardigste aan die hele 'paarse' beeldengalerij is de verpletterende hedendaagsheid ervan. Niemand verklaarde gehecht te zijn aan iets ouds. Dat ze niet met voorouderportretten kwamen aandragen kun je het kabinet, met zijn hoge doorzonwoninggehalte, misschien niet kwalijk nemen. Maar het is wel stug dat niet één minister een oud schilderij bleek te koesteren, of een beeldje dat nog van zijn grootmoeder is geweest, een Delfts-blauwe schotel desnoods.

Het bewijst eens te meer het primaat van het heden, zoals dat heerst in de Nederlandse cultuur. Literatuurliefhebbers? Die lezen Joost Zwagerman en Connie Palmen. Minnaars van beeldende kunst? Die gaan naar het Stedelijk, en als het een beetje wil, naar het atelier van een 'bevriende kunstenaar'.

Ook de kabinetsleden hadden vaak kennis aan de kunstenaar die het werk had gemaakt waaraan zij zo verknocht waren. Daarmee zijn zij representatief voor de betere kunstminnende standen. De vriendschappelijke omgang met kunstenaars is voor hedendaagse verzamelaars altijd vreselijk belangrijk. Of het daarbij gaat om menselijke warmte, artistieke inzichten of het omzeilen van het galeriepercentage wordt nooit helemaal duidelijk.

Het kan trouwens best zijn dat sommige ministers wel degelijk van een oud prentje houden, maar dat zij daarmee niet voor de dag durfden komen. De meeste Nederlandse politici worden in zaken van kunst (zoals Geurt Brinkgreve ergens schreef in verband met de bont geblokte vloerbedekking in de gerestaureerde Tweede-Kamerzaal) beheerst door één angst: voor ouderwets te worden uitgemaakt.

Maar is het niet, los van persoonlijke voorkeuren, ook de plicht van elke verlichte bewindspersoon, pal te staan voor de hedendaagse kunstenaar? Ik zou niet weten waarom. Tenminste, niet méér dan hij pal moet staan voor de hedendaagse varkenshouder of verpleegster; die hebben het tenslotte ook niet makkelijk.

Het primaat van het hedendaagse lijkt vaak op een heel ouderwets soort nationalisme. Iets als Eigen volk eerst, of Koopt Nederlandse waar, dan helpen wij elkaar. Of zoals de rijksbouwmeester zei naar aanleiding van diezelfde restauratie van de Oude Zaal: 'Wij zijn geen achttiende-eeuwers. Je moet iets inbrengen van deze tijd.' Met dat laatste bedoelde hij niet de modernste restauratietechnieken, of nieuwe damasten gordijnen, nee: iets overduidelijk moderns. Zo modern als voetbal, zeg maar.