Verzoening tegenstellingen op Parijse modeshows

PARIJS, 13 maart. Alchemisten worden ze genoemd in de Franse modepers en ook wel retrofuturisten. De ontwerpers die deze week op de Parijse modeshows hum prêt-à-porter-collecties voor vrouwen voor het komende winterseizoen tonen, mengen oud met nieuw, oost met west en smeden zo nieuwe beelden. Zo is Dries van Noten gaan winkelen in de souk. Hij kocht op de Arabische markt dadels, turks fruit, muntbladeren voor mierzoete mintthee, en balen stof: glanzende turquoise zijde, glimmend roze satijn, glinsterend gele voile. Ook sloeg hij kilo's oplichtende kralen en glitters in en daarmee borduurde hij geometrische motieven op rokken, sjaals, kragen en manchetten.

De Belgische ontwerper moet voor de wintercollectie '96-'97 de allochtone Turkse en Marokkaanse vrouwen voor ogen hebben gehad die in de Noordeuropese winters weliswaar broeken dragen, maar dan vaak met kleurige rokken eroverheen. Want over de smal gesneden donkerbruine en antracietgrijze mannelijke broeken, en onder de bijpassende sluike jasjes wikkelt Van Noten rokken en jurken van vloeiende oriëntaalse stoffen. De openhartige uitwisseling tussen oost en west levert wonderschone resultaten op.

Het is twee dagen na aanvang van de prêt-à-porter-shows (vrouwenmode winter '96-'97) te vroeg om algemene uitspraken te doen, maar Van Notens défilé in een oud gewelvencomplex nabij de Porte de Versailles lijkt exemplarisch voor wat in Parijs gebeurt. Het oxymoron viert er hoogtij. De talloze varianten op broek- en mantelpakken zijn tegelijkertijd lief en agressief, tuttig en vrijgevochten, mannelijk en vrouwelijk, nostalgisch en futuristisch. Hoe uiteenlopend de collecties tot nog toe ook zijn, ze willen tegenstrijdigheden verenigen. Soms letterlijk door contrasterende stoffen (leer met kant, grove tweed met satijn, klassieke jersey met neopreen) in een outfit te combineren. Soms door te spotten met thema's uit de damesachtige bcbg(bon chic bon genre)-trend waarvan we na de zomer van 96 allemaal genoeg zullen hebben, als gevolg van de huidige overdosis Jacky O-jurken en tuthola-mantelpakjes.

Spotzucht is onder onder anderen terug te vinden bij de Belg Dirk Bikkembergs, sinds oktober '95 'met stip' gestegen naar een zestiende plaats op de hitlijst van de Franse inkopers. Wat een prestatie is, aangezien Belgische collega's Ann Demeulemeester, Martin Margiela en Van Noten, net als vele Franse ontwerpers, punten hebben moeten inleveren aan de Italianen. Het zijn vooral Prada, Gucci, Dolce en Gabbana die op bijval van de jongeren kunnen rekenen.

Ook Bikkembergs weet jong publiek te veroveren met een collectie van contrasten. Metalen kragen op getailleerde blousjes, ijzeren schildjes met roze bloemenpatronen vastgezet op antracietgrijze colberts en leren borststukken maken van Bikkembergs vrouwen twintigste-eeuwse graalzoekers. De wat conventioneler jassen en truien hadden mooie details aan de hals, en zwarte wijde broekspijpen waaruit fluorescerende gazen stroken fladderen zijn weer eens iets anders om een feestje mee op te fleuren.

Op zichzelf is het mengen van oud en nieuw en van etnische invloeden niet nieuw - Gaultier doet het al jaren - maar de intensiteit waar het mee gebeurt, en het effect dat beoogd wordt wel. Ze zetten de toeschouwer op het verkeerde been en nemen de drager niet zo bloedserieus. Om nog even terug te komen op Van Noten: zijn 'vloekende' combinaties van roze en oranje en van sportief-militaire vormgeving in klassieke krijtstreep zijn relativerend en ontwapenend. Vooral het slotdefilé was lieflijk en optimistisch. 'Make love not war', leek de oprukkende kleurige colonne van schoonheden te propageren, een verwijzing naar de romantiek van de jaren zestig en zeventig.

Minder eenduidig en meer 'mix and match' was de collectie van Jinteok, een Koreaanse ontwerpster die goed aanvoelt wat welgestelde Aziatische cyberlolita's die Chanel en Louis Vuitton nu wel voor gezien houden, aanspreekt. Hooghartige en speelse amazones - androgynie blijft een belangrijk element - schreden op te grote schoenen voorbij in legergroene uniformjassen, verpleegsterjurken in knalkleuren, en doorgestikte neopreen mantelpakken: truttig en strijdbaar. Niet alleen bij haar zijn combinaties monochroom. Wie volgend seizoen wil laten zien dat hij of zij niet van de straat is, draagt hoge hakken, dikke kousen, rok, top en jas in één kleur, sneeuwwit bijvoorbeeld, of knaloranje.

Contrasten waren er ook bij de sombere maar mooie collectie van de Japanner Junya Watanabe, protegé van Comme des Garcons, wier invloed duidelijk aanwezig is, vooral in de ongebruikelijke coupe. Bij Watanabe zijn agressief zwartleren jassen ook zwierige jurken, zijn sobere grijze flannel jurken ook elegante capes waar kwestbaar blanke armen uit steken. Draagbaar waren de nauwsluitende wollen jasjes met 'pofjes' bij de ellebogen en openstaande valse plooien bij de schouderbladen en op de bovenarmen, overal waar je bij het bewegen meer ruimte nodig hebt. Opvallend verschil met de androgyne collectie van vorig jaar was dat bijna geen broeken waren, alleen jurken en rokken. Maar die hadden toch iets mannelijks, soms omdat ze op pijen leken, dan weer omdat het materiaal en de onopgesmukte sterke vormen iedere koketterie ontbeerden.

Bravogeroep en instemmend gefluit viel Issey Miyake ten deel. Bij het grote publiek is hij vooral bekend om zijn fijn geplisseerde, simpele kledingstukken, die sinds enkele jaren ook voor redelijke prijzen verkrijgbaar zijn onder het label Please Please. Maar Miyake kan meer dan plooitjes maken. Voor de wintercollectie gebruikte hij vederlichte gewatteerde stoffen met een bijna etherische glans in zuurstokkleuren of sneeuwwit. De coupe is vaak simpel, of traditioneel, maar een tailleur in dromerige groene en roze vlekken waarover een parelmoerglans ligt - dat lijkt in de verste verte al niet meer op een klassiek jasje. Niet iedereen zal houden van de zuurstokkleuren, of van de metalige glans van zuurtjeswikkels voor winterjassen en niet iedereen zal zich willen scharen in de zorgeloze avant-garde die zich al van verre laat herkennen als Miyake-adept. Maar het is oogstrelend wat de Japanse ontwerper maakt, en het verwijst naar een onbekende toekomst. Miyake is een van die ontwerpers die ons de 21ste eeuw binnenloodsen. De wereld zal er niet lelijker op worden.