Van Vermeer is weinig te zien in het Mauritshuis

DEN HAAG, 13 MAART. In vier kleine kabinetten in Den Haag hangen ruim twintig schilderijen die tot de mooiste ter wereld behoren. Deze schilderijen van de Delftse meester Johannes Vermeer zijn uit alle windstreken bijeengebracht, en later, wanneer de tentoonstelling in het Mauritshuis voorbij is, zullen ze nooit meer samen te zien zijn. De Vermeertentoonstelling is tot 3 juni te zien in het Mauritshuis in Den Haag

Toen ik naar Den Haag ging om de Vermeers te bekijken, was ik vol goede moed. Het was een geruststellend vooruitzicht dat het museumbezoek door tijdsblokken werd gereguleerd. Op het toegangskaartje staat dat 'alleen in het aangegeven tijdsblok' de tentoonstelling bezocht kan worden; daarna is de 'bezoekduur onbeperkt'. Dit laatste blijkt de adder onder het gras, want theoretisch is het mogelijk dat iemand die om twaalf uur binnengaat er drie uur later nog is. Aan het eind van de dag vindt er dus een cumulatie van bezoekers plaats.

Van de schilderijen is daarom helaas weinig te zien; de hechte rijen voor de kassa zetten zich onveranderd voort in de expositieruimte. Soms was het aantal belangstellenden voor een schilderij, zoals Gezicht op Delft of een van de jonge vrouwen met het gouden jakje, zo groot, dat er in de zaal geen beweging was te krijgen. Iedereen kan zo dicht bij een schilderij komen als hij maar wil; er staan geen hekjes, de doeken zitten achter museumglas. Dit leidt tot een samenklontering van belangstellenden, waardoor het schilderij nagenoeg aan het oog wordt onttrokken. Sommige bezoekers bespiedden van afstand, balancerend op hun tenen, met kleine verrekijkers de doeken alsof het zeldzame vogels waren. Het was bijna onmogelijk om een doek in een blik te vangen. Telkens werd het gezichtsveld verbroken door hoofden van anderen. Tussen gestrekte halzen door kan men, willoos meegetroond door een deinende menigte, glimpen van meesterwerken opvangen.

Gemiddeld kijkt een museumbezoeker tien tot dertien seconden naar een schilderij. Naar een Vermeer veel langer: zeker een aantal minuten. De Amerikanen hadden een half uur nodig voor de expositie, hier in Den Haag beslaat het bezoek zo'n drie kwartier. Bovendien neemt men veel tijd voor enkele hoogtepunten, die toevalligerwijs in dezelfde zaal hangen.

De kabinetten meten zeven bij zeven meter; per tijdsblok gaan vierhonderd mensen binnen. Dus in een zaal bevinden zich al gauw zo'n honderd mensen. Althans, dat was de verwachting van het Mauritshuis, gebaseerd op onderzoek van het TNO en op de bezoekersaantallen in Washington, waar de Vermeers eerst waren te zien. Nu stromen zo'n hondervijftig mensen binnen in een zaal van negenenveertig vierkante meter, dat betekent ongeveer 3 mensen per vierkante meter. Voeg daarbij dat vele samendringen aan de zijkanten vlak voor de schilderijen, en een ongekende dichtheid is het resultaat. De suppoosten verhinderen dat de bezoekers teruglopen, zodat de uitvindingen van sommigen om eerst vooruit te snellen en dan langzaam in omgekeerde richting de schilderijen te bekijken niet werkt. Er zijn 350.000 kaarten verkocht, dagelijks bekijken tussen de 3500 en 4500 mensen de schilderijen.

Het Mauritshuis heeft zich voorgenomen enkele werken anders te schikken, zodat het allermooiste niet samengeperst in een zaal hangt, met alle desastreuze gevolgen voor de toeschouwers vandien. Ook wil men de schilderijen hoger plaatsen en springt men soepeler om met het tijdstip waarop iemand naar binnen kan: ook als men eerder dan het aangegeven tijdsblok bij het museum is, krijgt men toegang. Hierdoor moet het 'ritme' van een bezoek aan de Vermeers verbeterd worden.