Rivette tovert met vrouwen in zomers Parijs

Haut, bas, fragile. Regie: Jacques Rivette. Met: Marianne Denicourt, Nathalie Richard, Laurence Côte, Anna Karina, Enzo Enzo. In: Amsterdam,Desmet.

Van alle nog actieve filmmakers uit de 'nouvelle vague' is Jacques Rivette (Rouen, 1928) het meest trouw gebleven aan het losse, tot niets verplichtende gevoel uit de speelse beginjaren. Belangrijker dan een hechte compositie of scenario waren authenticiteit, improvisatie en de inspiratie door levensechte locaties. Een film was een ademend organisme, dat min of meer zichzelf maakte, waarbij de regisseur-auteur de camera als een pen hanteerde: de 'caméra stylo'.

Het nadeel van die werkwijze is natuurlijk vaak een gebrek aan puntigheid en discipline. Rivette maakt zich in het geheel niet druk om de lengte van zijn films: Out One (1971) duurde bijna dertien uur, maar ook tijdens de 169 minuten van Haut, bas, fragile (1995) kijkt de toeschouwer soms vol verlangen naar zijn horloge.

Toch is Haut, bas, fragile een dierbare, bevrijdende film. In een zomers Parijs tovert Rivette drie, elk aan een woord uit de titel verwante vrouwen uit de verpakking.

Ninon (Nathalie Richard) neemt het niet zo nauw met de moraal; ze leent zich voor een milde vorm van prostitutie en steelt als brommerkoerierster van haar werkgeefster en collega's. Louise (Marianne Denicourt) is zojuist ontwaakt uit een coma en wordt aan de telefoon voortdurend bij de hand genomen door haar rijke, beschermende vader. Ida (Laurence Côte) is de breekbare van het trio; zij weet niet wie haar moeder was, wordt steeds aangesproken door vreemden die haar op iemand vinden lijken en ontmoet uiteindelijk de mysterieuze bareigenares Sarah (Anna Karina, het voormalige boegbeeld van de 'nouvelle vague'), die de waarheid in het midden laat.

Op basis van improvisaties van de drie actrices weefde Rivette een luchtige vertelling, die herinnert aan vergelijkbare eerdere films als Céline et Julie vont en bateau en Le pont du Nord. Zelfs Rivettes uitgangspunt voor Haut, bas, fragile dat hij eer wilde bewijzen aan de Amerikaanse filmmusical, hanteert hij zeer ondogmatisch. Aanvankelijk zijn zang en dans keurig gemotiveerd door het verhaaltje (in een dancing, op een podium), maar ongeveer halverwege loopt de choreografie van een flirt onverwacht uit op een dansduet.

Vanaf dat moment kun je het steeds zien aankomen: wanneer de lichaamstaal precieus wordt en de blikken zich intensiveren, ontstijgen de acteurs weldra het realisme.

Ik ken mensen die allergisch zijn voor musicals, juist omdat ze er niet aan willen geloven dat mensen zomaar aan het dansen slaan. Zelf vind ik die omslag altijd een prettig wonder, alsof droom en daad op het witte doek elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelden heb ik het zo voorzichtig (maar ook zo bewust van de metamorfose, en dat is weer jammer) zien gebeuren als in Haut, bas, fragile.

De Engelse tekst op zo'n doos, waar de Fransen Haut, bas, fragile op plegen te schrijven, luidt vaak 'Handle with care'. Het zou ook de gebruiksaanwijzing kunnen zijn van Rivettes film: een delicaat staaltje van eigenwijs filmmaken, dat zich gemakkelijk laat bespotten.

Het kietelt en schuurt, maar dat vond ik dit keer redelijk aangenaam.