Presentatie van plan voor hervorming EU; Britse regering wil meer macht Brussel blokkeren

LONDEN, 13 MAART. Als het aan Groot-Brittannië ligt, zal de komende intergouvernementele conferentie over Europa leiden tot een efficiëntere, terughoudender Europese Unie, niet tot een supra-nationaal instituut met meer macht.

De Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind, verklaarde gisteren in het Lagerhuis dat “de regering vierkant gekant is tegen een monolitisch, gecentraliseerd, federaal Europa”. Elke verdere ondermijning van de macht van nationale parlementen en elke verdere ontwikkeling naar een Verenigde Staten van Europa zal door het Verenigd Koninkrijk worden geblokkeerd.

Bij de presentatie van het witboek waarin de regering haar uitgangspunten ontvouwt voor de komende intergouvernementele conferentie over Europa, stond Rifkind voor de herculische opgave om zowel de sterk verdeelde Conservatieve fractie als de buitenlandse partners te paaien. Niet alleen zijn verklaring maar ook de inhoud van het witboek droeg de sporen van die simultaan-schaakpartij. Groot-Brittannië wil de werking van de Europese Unie verbeteren, maar veranderingen tegelijkertijd tot een minimum beperken. Groot-Brittannië omarmt Europa en zet zich er tegelijkertijd tegen af.

Premier Major had het witboek twee maanden geleden aangekondigd om een dreigende opstand van de Brussel-haters in zijn fractie te bezweren. Die zogeheten Eurosceptici zijn bang dat de intergouvernementele conferentie een nieuwe aanslag zal betekenen op het zelfbestuur van Groot-Brittannië. Ze vinden dat de Europese Commissie toch al veel te machtig is geworden, dat ze een deel van haar bevoegdheden weer zou moeten afstaan aan de lidstaten, en dat Brussel zich veel te vaak met Britse aangelegenheden bemoeit.

Hevig verontwaardigd reageerden Eurosceptici gisteren op het tussenvonnis van het Europees gerechtshof dat Groot-Brittannië dwingt een maximum-werkweek van 48 uur in te voeren. Deze boosheid werd gedeeld door premier Major die de uitspraak “baarlijk onzin” en “belachelijk” noemde. De Britse regering ging ervan uit dat ze verschoond kon blijven van de maximum-werkweek zoals Brussel die heeft voorgeschreven. Groot-Brittannië heeft in het verleden namelijk bedongen dat ze zich niet aan de sociale voorschriften van de Europese Commissie hoeft te conformeren. Maar de rechter achtte een maximum-werkweek in het belang van de veiligheid en gezondheid, en Europese regels op die terreinen gelden wel voor het Verenigd Koninkrijk.

In het witboek werden de verontwaardigde Eurosceptici op hun wenken bediend. De Britse regering wil een te ruimhartige toepassing van Europese richtlijnen terugdringen. De bevoegdheden van het Europes gerechtshof moeten aan banden worden gelegd. In het Verdrag van Maastricht dat als grondvest dient voor de Europese Unie, moet nadrukkelijker worden vastgelegd dat Brussel zich verre houdt van alles wat beter nationaal of regionaal kan worden gedaan. De Britse regering is tegen machtsuitbreiding van de Europese volksvertegenwoordiging ten koste van de nationale parlementen. Ze vindt dat de invloed van nationale parlementen op het Europees beleid juist moet worden vergroot.

Ondanks deze defensieve uitgangspunten probeerde Rifkind gisteren ook de buitenlandse partners en het Europees gezinde deel van zijn fractie gerust te stellen. Hij verklaarde dat Groot-Brittannië het lidmaatschap van de Europese Unie ondubbelzinnig blijft toegedaan en dat het Verenigd Koninkrijk een toonaangevende rol in het bondgenootschap wenst te spelen. In de monumentale zaal van waaruit het Britse rijk vroeger Indië placht te regeren, gaf de staatssecretaris voor Europese zaken David Davies een toelichting voor buitenlandse journalisten. Hij onderstreepte hoe “positief, realistisch en constructief” het Britse standpunt is.

Zowel de anti-Europese als de pro-Europese vleugel binnen de Conservatieven reageerden gisteren welwillend op het witboek. Wel trokken enkele Eurosceptici in twijfel of de Britse regering de continentale roep om verdere Europese integratie uiteindelijk zal kunnen weerstaan. Als dat niet lukt, zei de voormalige staatssecretris voor financiën Jonathan Aitken, “moet het Lagerhuis de mogelijkheid van terugtrekking uit de Europese Unie serieus overwegen”.