Plan voor sportjournaal; NOC*NSF onderhandelt over tv-rechten

PAPENDAL, 13 MAART. De sportkoepel NOC*NSF zal namens meer dan veertig sportbonden als onderhandelaar optreden in de besprekingen over de uitzendrechten. Alleen de tennisbond en de voetbalbond doen niet mee aan dit gezamenlijk initiatief. De doelstelling is om sport zo goed mogelijk en in een zo'n breed mogelijk verband op televisie te krijgen. De opbrengsten zijn daarbij van secundair belang. Dat bleek gisteravond bij een vergadering van NOC*NSF in Papendal.

Om aandacht voor alle takken van sport te krijgen, ook de allerkleinste, wil de koepel over een soort NOC-journaal onderhandelen. Over de inhoud wil NOC*NSF kunnen meebeslissen. Voorlopig wordt daarbij gedacht aan een programma van een uur per week.

De onderhandelingen zullen door NOC-voorzitter W. Huibregtsen en marketing-specialist L. Lhoest worden gevoerd. Zij hebben al een aantal gesprekken met zendgemachtigden achter de rug. “Wij zijn zeer gecharmeerd door de plotselinge belangstelling”, aldus Huibregtsen. Hij wil zich niet op één zender concentreren. “We zoeken een combinatie. De ene sport past beter op een bepaald net dan een andere.”

Huibregtsen zei verrast te zijn dat zo veel bonden NOC*NSF een mandaat hebben gegeven om te onderhandelen over de uitzendrechten. Hij heeft geprobeerd de tennisbond over te halen mee te doen, maar dat is niet gelukt. In gezamenlijk verband zal lang niet over alle uitzendrechten kunnen worden beschikt. Een aantal bonden heeft nog lopende contracten en voor bepaalde grote evenementen en wedstrijden liggen de rechten bij de internationale organisaties.

De kwestie van de uitzendrechten kwam gisteren op Papendal ter sprake in bijeenkomsten van NOC*NSF met de directeuren en de voorzitters van de sportbonden. Ook werd gesproken over een samenwerkingscontract van NOC*NSF dat onlangs aan de bonden en de olympische sporters is voorgelegd. Daarover was commotie ontstaan. Een aantal atleten en bonden kwalificeerde de verbintenis als een 'wurgcontract'. NOC*NSF heeft erkend dat aan het contract “juridische haken en ogen” zitten. Zo werd bijvoorbeeld inzage geëist in de individuele sponsorcontracten van de atleten.

De overeenkomst zal worden aangepast, desgewenst individueel per sporter. Van een tennisser als Jacco Eltingh, die de steun van NOC*NSF niet nodig heeft, kan veel minder medewerking worden verwacht dan van een atleet die wel volop financieel en materieel wordt bijgestaan. Huibregtsen legde uit dat zijn organisatie de sporters nergens in wil belemmeren. NOC*NSF wil alleen in belang van zijn eigen sponsors “een redelijke tegenprestatie” voor de hulp die het de sporter op weg naar Atlanta heeft geboden. “Voor wat, hoort wat”, aldus Huibregtsen.

Een sporter die weigert te tekenen hoeft niet te vrezen voor zijn olympische deelname, aldus de NOC-voorzitter. “Wij zijn wat dat betreft zachte opvoeders.” Op de langere termijn kan een starre houding van een sporter wel betekenen dat NOC*NSF tegenover de betreffende sporter “minder vrijgevig en minder ondersteunend” zal zijn.

De bonden besloten gisteren unaniem dat er met spoed een gezamenlijke gedragscode moet komen ter bestrijding van seksuele intimidatie van atleten door coaches en trainers. Nog voor de zomer verwacht Huibregtsen “iets op tafel te hebben”. Hierbij zal de hulp worden ingeroepen van beroepsopleidingen als CIOS en ALO. Ook gaat men advies inwinnen bij andere maatschappelijke sectoren.