Papoea's richten op grote schaal verwoestingen aan; Ernstige onlusten in Irian Jaya na ongeluk bij mijn

JAKARTA, 13 MAART. Indonesische troepen patrouilleerden vandaag in de straten van Timika, een stadje in het zuiden van de provincie Irian Jaya, dat de laatste dagen het toneel was van ernstige onlusten. Die begonnen het afgelopen weekeinde in Tembagapura, een nederzetting in het Centrale Hoogland van Irian, waar het bedrijf PT Freeport Indonesia een van de grootste koper- en goudmijnen ter wereld exploiteert. Irianezen, gewapend met stokken en stenen, gooiden ruiten in van bedrijfswoningen en kantoren en bestormden gisteren het vliegveld van Timika, waar het luchtverkeer voor de mijnen wordt afgewikkeld.

De directie van Freeport Indonesia, een dochter van het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport-McMoRan, besloot maandag in verband met de rellen het werk tijdelijk te staken, maar zei de werkzaamheden vandaag te zullen hervatten. De mijn op de 4.000 meter hoge Grasberg levert dagelijks 120.000 ton koper-, goud- en zilvererts.

Aanleiding voor de onlusten was een verkeersongeluk in Tembagapura ('Koperstad'), een luxe nederzetting op 2.000 meter hoogte, waar 14.000 man mijnpersoneel en hun gezinnen wonen. Welianus Kogoya, een inwoner van het dorpje Waa, op enkele kilometers van Koperstad, werd donderdagavond aangereden door een Australische Freeport-medewerker en raakte daarbij gewond. Hij werd onmiddellijk opgenomen in een naburig kliniekje en zaterdag overgebracht naar het goed geoutilleerde ziekenhuis van Freeport in Tembagapura.

De Australiër zei in te staan voor betaling van de verpleegkosten. Zondagmorgen verschenen twee verwanten van Kogoya bij de ingang van het ziekenhuis om hem te bezoeken. Zij werden weggestuurd door een lid van Freeports bedrijfsbewaking, wat aanleiding gaf tot een heftige woordenwisseling. Irianese passanten hoorden dit en verspreidden in Waa het verhaal dat Kogoya was vermoord door Freeports veiligheidsdienst. Daarop trokken enkele honderden dorpelingen op naar Tembagapura. Zij liepen te hoop voor het ziekenhuis en gooiden de ruiten in van omringende huizen en een winkelcentrum, dat alleen toegankelijk is voor Freeport-personeel. De menigte werd met schoten in de lucht verspreid door politiemannen en militairen van het plaatselijke garnizoen.

Gisteren sloegen de onlusten over naar het zeventig kilometer zuidelijker gelegen Timika, een stadje in het tropische laagland, dat sinds de opening van de mijn in 1973 grote aantallen gelukzoekers uit andere delen van Irian en Indonesië heeft aangetrokken en nu veertigduizend inwoners telt. Duizenden Irianezen richtten verwoestingen aan op de markt, waar de handel wordt beheerst door nieuwkomers van buiten, en in Freeports milieulaboratorium. Jongeren maakten zich meester van Freeport-trucks en een groep trok naar het vliegveld, dat wordt bewaakt door Freeports veiligheidsdienst en meteen werd gesloten voor alle verkeer.

Volgens nog onbevestigde berichten zijn twee Irianezen omgekomen bij de rellen, vermoedelijk bij een ongeluk met een Freeport-truck. Vijftien personen, onder wie drie Freeport-medewerkers, zouden gewond zijn geraakt. Militairen en politie zouden zeven personen hebben opgepakt.

Voor het mijnproject hebben de laatste decennia grote groepen Irianezen hun woongebied moeten ontruimen. Onvrede onder de inheemse bevolking over de activiteiten van Freeport vormt al jaren een voedingsbodem voor het verzet van de Organisatie Vrij Papoea (OPM). Volgens de laatste berichten is de rust vandaag weergekeerd in Timika en is het vliegveld heropend.