Moeras in wording

De krant had een vakantiekiekje van veldheer Mladic. Na de vermoeienissen van de laatste jaren komt hij op de ski's tot rust. Ook Radovan Karadzic maakt weer een ontspannen indruk. De twee van oorlogsmisdaden verdachten zijn duidelijk van de schrik bekomen, laten onbekommerd weten dat ze het oorlogstribunaal in Den Haag aan hun laars lappen en doen in het openbaar hun best, onder de nieuwe omstandigheden, na Dayton en Rome, de strijd voort te zetten. Op hun bevel ontruimt de Servische bevolking de wijken van Sarajevo die op 19 maart aan de politie van moslims en Kroaten moeten worden overgedragen. De vluchtelingen worden niet bedreigd, goed bewapende troepen van IFOR zijn aanwezig om met alle volmachten de vrede te handhaven, maar in hun opdracht staat niets over het verhinderen van grootscheepse brandstichtingen. Alleen mag nu de brandweer bij het blussen worden beschermd. Zo blijkt dat na vier jaar vernietiging het repertoire van de etnische waanzin nog niet is uitgeput. De tactiek van de verschroeide aarde dient om de vrede in wording de grond in te boren.

Het lijkt nieuw maar het is niets anders dan een variant op de methode die de Bosnisch-Servische leiders in de loop van de oorlog tot ontwikkeling hebben gebracht. In het vredesproces zoals dat voor de militaire interventie van voor augustus 1995 werd gepraktiseerd, staakten ze zekere tijd hun agressie als de tegenstand van de 'internationale gemeenschap' te sterk dreigde te worden. Verloor deze denkbeeldige eenheid haar belangstelling of vastberadenheid of de schijn van beide, dan was het ogenblik gekomen om de aanval voort te zetten.

Zo is het ook nu. De strijdkrachten van de NAVO hebben zich geformeerd en houden tot dusver met succes de drie partijen uitelkaar. Op zichzelf is dit onder de gegeven omstandigheden al een ongelofelijk succes; maar lang niet groot genoeg. De halve vrede is een politiek bruggenhoofd dat van dag tot dag verder moet worden uitgebreid. Op een of andere manier is de overtuiging dat dit bittere noodzaak is, weer aan het verdwijnen.

In de eerste plaats is daar de opvolging van Richard Holbrooke aan wiens compromisloze energie het hoofdzakelijk is te danken dat het akkoord van Dayton tot stand is gekomen en in Rome bevestigd. Holbrooke zou worden opgevolgd door Robert Gallucci, een Amerkaanse onderminister van buitenlandse zaken. Maar hem is intussen dankbaarder werk aangeboden: hij wordt decaan van een belangrijk wetenschappelijk instituut in Washington. In plaats van Gallucci komt nu John Kornblum, ook iemand met Joegoslavische ervaring (hij hoorde tot het team van Holbrooke). Hij zal een bekwaam diplomaat zijn, maar de twijfel over Holbrooke's opvolging is voor de leiders in Pale in de eerste plaats een teken dat de belangstelling van het Westen weer verflauwt.

Van het begin af heeft het vastgestaan dat, overkoepeld door een duurzame politieke eensgezindheid van de NAVO, het herstel van de vrede in Joegoslavie een simultaanbeleid over drie sporen zou moeten zijn: het militaire van IFOR, het economische van de westelijke bijdrage tot de wederopbouw en het juridische van de vervolging der oorlogsmisdadigers. Het platbranden van 'Servische' wijken in Sarajevo waarbij de troepen van IFOR toekijken maakt de overtuigingskracht van het militaire beleid niet sterker. Volgens reportages van journalisten ter plaatse deelt daar nu een ongeregeld geboefte de lakens uit. De ontplooiing van het economisch hulpprogramma maakt intussen niet de gewenste vorderingen. Begin april moet daarover een conferentie worden gehouden, maar als vantevoren blijkt dat niet een substantieel deel van de nu benodigde 1,8 miljard dollar wordt toegezegd en binnenkort betaald, wordt de bijeenkomst afgelast. Op zichzelf een merkwaardige politiek van de betrokken landen: om van tevoren vast te leggen hoe ze eventueel het best hun eigen onwil kunnen demonstreren.

Een bijzonder element in de wederopbouw is dat van de voorlichting. De afgelopen vier jaar zijn alle partijen stelselmatig misleid en opgeruid. Als de nieuwe werkelijkheid van vrede en wederopbouw tot de bevolking wil doordringen zal ook daartoe hulp moeten worden geboden. Organisaties van journalisten en schrijvers brengen fondsen bijelkaar om de drukpers aan het noodzakelijk gereedschap te helpen. Belangrijker misschien nog is een televisiestation dat de volksdelen objectief kan tonen en vertellen wat de vrede in werkelijkheid kan betekenen. In deze krant van vorige week donderdag heeft A.C.A. Dake de voordelen daarvan uiteengezet. Maar ook hier zal niets gebeuren zonder Europese en Amerikaanse hulp.

Hoe langer de nieuwe traagheid van het Westen duurt, hoe sneller het politieke bruggenhoofd zal worden afgebroken. In dat geval breekt de gevreesde fase aan waarin de manschappen van IFOR weer werkelijk in gevaar komen. Terroristische aanvallen veroorzaken in het Westen dan een politiek klimaat waarin alleen de aftocht nog een optie is. Dit zwartste scenario laat maar een conclusie: dat van de militaire interventie via Dayton en Rome tot de dag van vandaag alles voor niets is geweest. Dan is men niet terug bij het begin van de oorlog, maar aangekomen bij een veel treuriger toestand waarin een paar plaatselijke oorlogsmisdadigers volstrekt over het Westen hebben getriomfeerd en verder kunnen doen wat ze willen.

Na de informele bijeenkomst van de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Unie heeft minister Van Mierlo gezegd dat de EU “helemaal geen strategie” voor het Bosnische vraagstuk heeft. Eigenlijk ook nooit gehad. Toen de oorlog woedde gold het argument dat geen nationaal belang groot genoeg was om militaire interventie te rechtvaardigen. Daarna hebben de Amerikanen - op grond van welk belang dan ook - de interventie ondernomen die het einde aan de oorlog heeft gemaakt. Welk belang belet de landen van de EU nu om tot een politiek te komen die het opnieuw uitbreken van de oorlog zal verhinderen?

Er is weleens een vergelijking gemaakt tussen Bosnië en Vietnam. Tussen beide vraagstukken is een groot verschil. Vietnam was al een moeras en de Amerikanen moesten dat in jaren van oorlog ontdekken. Als Bosnië nog een moeras wordt, hebben de Europeanen dat zelf tot ontwikkeling gebracht.