Linschoten houdt vertrouwen Kamer

DEN HAAG, 13 MAART. Staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) blijft het vertrouwen van de Tweede Kamer houden. Het parlement wenst op dit moment geen parlementair onderzoek te houden naar de contacten die er vorig jaar november zijn geweest tussen de staatssecretaris en het CTSV, het College van Toezicht Sociale Verzekeringen.

De Tweede Kamer verwierp gisteravond met ruime meerderheid een motie van afkeuring van het Kamerlid Marijnissen (SP). Hij was van mening dat de staatssecretaris in de Kamer had gelogen. Alleen de tweekoppige SP-fractie steunde deze motie. Evenmin steunde een meerderheid gisteren een voorstel van GroenLinks-fractievoorzitter P. Rosenmöller om de gang van zaken rondom de publicatie van enkele CTSV-rapporten over de Ziektewet in november via een parlementair onderzoek “tot op de bodem uit te zoeken”, zoals hij het uitdrukte. De motie was mede namens CDA, SGP en de Groep Nijpels ingediend. Behalve deze fracties steunden het AOV, de Unie 55+, de RPF en de SP dit voorstel.

De kans bestaat overigens dat de Tweede Kamer alsnog tot een parlementair onderzoek zal besluiten. Zij wilde toch al de andere problemen onderzoeken die er bij het CTSV zijn gerezen, in het bijzonder de conflicten bij dit toezichtsorgaan tussen het bestuur enerzijds en de directie en het personeel anderzijds. Bij zo'n onderzoek, waarover de Kamer nog moet beslissen, kan dan ook de wijze waarop de CTSV-rapporten over de Ziektewet tot stand zijn gekomen, worden betrokken, denken de fracties.

De vraag in het ingelaste debat in de Tweede Kamer was of Linschoten de Tweede Kamer bewust onjuist heeft voorgelicht en of hij pogingen heeft ondernomen vorig jaar de rapporten van het CTSV op te houden, dan wel te beïnvloeden. De reden hiervoor zou zijn dat de rapporten hem slecht uitkwamen, omdat ze van invloed konden zijn op de beslissing waar de Tweede Kamer op dat moment voor stond: of de Ziektewet moest worden geprivatiseerd. Linschoten sprak deze suggesties pertinent tegen. Hij zei tegen de Tweede Kamer: “Als ik sta te liegen, hoort u mij weg te sturen.” Maar hij overtuigde de Kamer ervan dat hij niet had gelogen. De meeste fracties spraken expliciet hun vertrouwen in de staatssecretaris uit. “Tot het tegendeel blijkt hebben wij vertrouwen in deze staatssecretaris”, zei A. Bijleveld (CDA).

Pagina 7: Optreden bewindsman 'niet geheel vlekkeloos'

Toch bleken de regeringsfracties PvdA en D66 niet onverdeeld gelukkig met het optreden van de VVD-bewindsman rondom de publicatie van de Ziektewetrapporten. “De waarheid is onder druk gekomen”, zei Schimmel (D66), “en dat betreuren we. Maar er is geen sprake van bewuste misleiding van de Kamer door de staatssecretaris.” Volgens Van Nieuwenhoven (PvdA) “is niet vast komen te staan dat de staatssecretaris de Kamer onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd”. Dat wilde volgens haar niet zeggen dat de gang van zaken “de schoonheidsprijs verdient of dat alle vragen afdoende zijn beantwoord”. Linschotens partijgenoot, VVD-Kamerlid Van Hoof, hield het erop dat “niet alles vlekkeloos is verlopen”.

Vorige week was de indruk ontstaan dat Linschoten niet de waarheid had gesproken. Toen antwoordde de staatssecretaris op schriftelijke vragen van Rosenmöller dat hij van zijn ambtenaren op 20 november had gehoord dat een van de CTSV-rapporten op komst was. Bovendien werd hij over “een belangrijke conclusie” geïnformeerd, namelijk “dat de teruggang van het ziekteverzuim harder ging dan gedacht”. Twee dagen later zou hij echter in de Tweede Kamer op vragen van Van der Vlies (SGP) antwoorden dat hij geen conclusies kende. “Het gaat er niet om of ik wel of geen inzicht heb in voorlopige conclusies”, zei Linschoten op 22 november. “Ik heb helemaal geen inzicht in die conclusies.”

Een van de conclusies die Van der Vlies hem op gezag van de artsenorganisatie KNMG uit de CTSV-rapporten had voorgehouden, was dat de toen al gedeeltelijk doorgevoerde privatisering van de Ziektewet “al zoveel effect heeft dat verdere privatisering vooralsnog helemaal niet nodig is”. Volgens Linschoten was dat een conclusie die veel verder ging dan wat hij twee dagen eerder had gehoord. Toen hij tegenover Van der Vlies op 22 november beweerde “helemaal geen inzicht in die conclusies” te hebben, bedoelde hij, zo zei de staatssecretaris gisteren, de specifieke conclusies die dit Kamerlid hem toen voorhield. Van der Vlies gaf gisteren toe dat deze interpretatie van de staatssecretaris waar kon zijn. “Ik kan me zijn lezing voorstellen”, zei hij.

“Ik heb op geen enkel moment bewust gelogen”, zei Linschoten gisteren en hij eiste dat SP'er Marijnissen deze beschuldiging zou terugnemen dan wel de enig mogelijke staatsrechtelijke conclusie uit die beschuldiging zou trekken, namelijk een motie van afkeuring indienen. Marijnissen koos voor het laatste en kreeg vervolgens van de andere fracties geen steun. Daarmee trad verdeeldheid binnen het kamp van de oppositie aan het licht. Die had tot dan toe geprobeerd eensgezind op te trekken om een parlementair onderzoek af te dwingen. Doordat Marijnissen had aangegeven de staatssecretaris niet meer te vertrouwen, stonden andere oppositiefracties, onder aanvoering van Rosenmöller, niet toe dat de SP'er zijn handtekening zou zetten onder het voorstel een parlementair onderzoek in te stellen. Volgens Rosenmöller zou zo'n onderzoek ongeloofwaardig worden, als een van de indieners van de motie al bij voorbaat zijn conclusie had getrokken dat de staatssecretaris had gelogen.